Na eeuw verdwijnt stuk cultureel sporterfgoed

Het pand is al verkocht. In de framebouwerij wordt de laatste hand gelegd aan het allerlaatste frame. Na bijna een eeuw actief te zijn geweest sluit Rih-Sport eind mei voorgoed de deur. Dan verdwijnt er niet alleen een stuk cultureel erfgoed maar ook een brok vaderlandse wielergeschiedenis. De Amsterdamse Westerstraat, thuisbasis van Rih, zal nooit meer dezelfde zijn.

Hij moet wel, roept Wim van der Kaaij, eigenaar van Rih-Sport. Van der Kaaij wordt er ook geen jaartje jonger op. Vijfenzeventig jaar is hij. Niet dat je hem dat geeft. Zelf fietst hij nog regelmatig zijn toertochtjes. Op wel merk? Wat dacht je zelf!  Van der Kaaij gaat nog iedere dag opgewekt naar de Westerstraat, heeft er nog steeds zin in. Maar ook voor hem tikt de klok  genadeloos door. Zelf probeert hij het merk Rih nog voort te laten bestaan. Met drie geïnteresseerden kopers  is hij in onderhandeling. Er wordt gezocht naar een pand ergens in Amsterdam.
Van der Kaaij, drieënzestig jaar betrokken bij zijn Rih, wil dan adviseur blijven. Maar het begrip ‘Rih Westerstraat’ is dan over en uit. Eén brok wielergeschiedenis, bijna een eeuw oud, is voorgoed voorbij. Rih liep parallel met de historie van de vaderlandse wielersport. Het aantal wereldkampioenen  op het Amsterdamse merk loopt in de zestigtal. Er was een tijd dat ieder zichzelf serieus noemende renner een Rih onder zijn kont had. Met de komst van bulkladingen kunststofframes uit het Verre Oosten kwam de klad. Van der Kaaij bleef trouw aan de stalen Reynoldsbuis. Beetje gelijk had hij wel. Na een decennia carbon- en aluminiumfietsen komt heel langzaam de belangstelling voor het stalen frame weer terug. Voor Rih te laat.
Speciaal voor Stuyfssportverhalen laat Van der Kaaij zijn framebouwerij zien. Via een gangetje en trap te bereiken. Alleen al die trap. De treden zijn uitgesleten van miljoenen stappen. Hoeveel kampioenen hadden deze al niet beklommen? De framebouwerij. Meer dan zeventig jaar de kraamkamer van Rih. Ooit het heiligdom van Willem Bustraan, legendarisch framebouwer. De geest van Ome Willem Bustraan waart nog altijd rond. Je verwacht hem elk moment in zijn stofjas te trap op te horen stommelen. Willem van der Kaaij pakt nog maar even een vijl en slijpt en werkt een frame bij. Zijn allerlaatste.
Rih-Sport. Je voelt, ondergaat en ziet om je heen de historie. Foto’s van al lang vergeten kampioenen. Fietsen! En niet zomaar een karretje. Achteloos in de hoek staat de stayersfiets van Gerrit Schulte. De voormalige Zesdaagsenkeizer dacht zo’n zestig jaar geleden furore achter de motor te maken. Helaas voor Gerrit werd het een mislukking. De liefhebber die bereid is achttienhonderd euro neer te leggen, kan Gerrits fiets mee krijgen.
Van der Kaaij heeft zijn verhaal verteld. Hij gaat weer verder met de veil.  Stuyfssportverhalen heeft nog één vraag. Wie en wat de nieuwe eigenaar van het pand wordt. Het antwoord is onthutsend: een modewinkel.
Historie, pure geschiedenis, nóg tastbaar, wordt dus ingeruild voor het zoveelste boetiekje gerund door één of andere nitwit.

Foto 3: De stayersfiets van Gerrit Schulte. Foto 4: Wim van der Kaaij bezig met zijn allerlaatste frame.

Maas’ record en de abri van Amber

Woensdagmorgen in het Amsterdamse Velodrome. Voor Maas van Beek staat zijn dagelijkse training achter de derny op punt van beginnen.  Maas is een man met een heilige missie. In april gaat hij nog éénmaal een aanval op het werelduurrecord achter de derny doen. Wie daarbij zijn gangmaker is? Amber Aardegeest, zeventien jaar jong!

Het werelduurrecord achter derny’s. Op het recordlijstje staan alleen  namen van renners  die  internationale wielergeschiedenis hebben geschreven. Zoals een  Theo Verschuren, zo’n veertig jaar geleden tweevoudig wereldkampioen stayeren. Maar ook die van wielerlegende en voormalig Zesdaagse Keizer Peter Post. Volgens Post was zijn recordpoging het zwaarste uur uit zijn wielercarrière. In 2004 verbrak beroepsrenner Matthé  Pronk, gegangmaakt door Joop Zijlaard, het  record en liet de kilometerteller stilstaan op 66,114 kilometer. En dan gebeuren er dingen die alleen in jongensboeken voorkomen.
Maas van Beek, een volkomen onbekende renner afkomstig uit Barneveld, fietste Pronks record, in het voorjaar van 2009, met ruim driehonderd meter uit de recordboeken. Of Maas  van Beek een jonge aanstormend talent was? Nee! De man was drieënvijftig jaar! Ongeloof en verbijstering in het kamp van Pronk met name bij gangmaker Zijlaard.
 Laatst genoemde twijfelde in het bijzijn van camera’s van SBS6 of Van Beeks record wel aan alle UCI-normen had voldaan. De  insinuaties waren niet van de lucht. Van Beek kon alles weerleggen en mocht plaatsnemen in het Guinness Book of Records.
Om de biologisch klok voor te zijn wil Maas van Beek, inmiddels 57 jaar, nog één keer zijn eigen record aanvallen. In april vertrekt Van Beek naar de wielerbaan van Moskou. En niet met zijn gangmaker Wilco van den Hoorn. Voor zijn nieuwe aanval heeft Maas van Beek  een andere gangmaker gevonden. Of beter gezegd een gangmaakster. Een meisje nog. Amber Aardegeest een grietje van zeventien lentes jong. In Amber, dochter van een gangmaker, heeft de inwoner van Barneveld alle vertrouwen. Volgens hem heeft zij een fantastische abri, wat staat voor zuigkracht. De komst van Amber was eigenlijk bedoeld voor de komende persconferentie.
Stuyfssportverhalen, toevallig aanwezig op het Velodrome neemt het maar ‘even mee’.  Maas heeft genoeg onthuld. Stapt op zijn fietsje, duwt langzaam de monsterlijke versnelling van zeventig tanden ‘voor’ en zestien ‘achter’ op gang, en neemt plaats achter  Amber’s rug. 

Gaat ongetwijfeld vervolgd worden…

Foto 1: Links Amber Aardegeest, dernyverzorger Frans Braat en Maas van Beek.

Wessel Van Keuk ruikt het gevaar

Een eerzame Amsterdamse huisschilder die al meer dan twintig jaar meerijdt in de voorste gelederen van Tour de France, de Giro d’Italia en alle grote internationale wielerklassiekers. Dat is geen woeste fantasie maar realiteit. Meer dan honderd keer per jaar verruilt hij jaarlijks de witte overal en verfkwasten voor een fotocamera. Achterop een motor maakt hij zijn foto’s die kolommen vullen van de nationale en internationale pers. Amsterdammer Wessel van Keuk realiseerde zijn jongensdroom.

Op smalle, stoffige kasseipaden, midden in akkerland, staan tienduizenden mensen uren  te wachten. Er wordt gegeten. Dorst wordt weggedronken met liters bier. Dan gaat het beginnen. Zacht klinkt het geluid van een helikopter. In de verte verplaatst zich  één grote stofwolk. Het circus van Parijs-Roubaix maakt zijn jaarlijkse boetedoening door de Hel van het Noorden. Als renners dwars door een walm van bierlucht en stof voorbijstuiteren, worden de grenzen van de hectiek ver opgeschoven. Amsterdammer Wessel van Keuk, als wielerfotograaf gepokt en gemazeld, is nog steeds verbijsterd.
‘Daar staan echt duizenden supporters op heel smalle weggetjes en ze doen geen stap opzij. Renners en motoren scheuren vlak langs. De  achteruitkijkspiegel van de motor kleppert met een ritmisch geluid tegen de mensen op. Dat daar geen ernstige ongelukken gebeuren, verbaast mij nog steeds. Parijs-Roubaix staat bekend als aanslag op mens en materiaal. Maar ook voor fotografen. ‘Na deze koers moet mijn Canon naar de fabriek. Die zit dan helemaal onder het stof’.
Zijn baan is zwaar, of, om in wielertermen te blijven: een hard labeur. Het is keihard werken waarbij, soms wekenlang, uit de koffer geleefd wordt. Tijdens de Ronde van Frankrijk maakt hij dagen van meer dan vijftien uur. Klagen doet Wessel van Keuk, 51 jaar, niet. Daarvoor houd hij te veel van het wielrennen, zit hij te graag midden in de koers. Na twintig jaar verveelt het nog steeds niet. Zelf ooit gekoerst maar te licht bevonden. En dan zijn er van die toevalligheden die het lot bepalen.
 ‘In 1984 ben ik als wielerfotograaf erin gerold. Ik had nooit een foto genomen. Na een kampioenschap waar ik aan meedeed werd ik door Cor Vos, van het gelijknamige fotobureau, gevraagd of ik, tijdens koersen chauffeur wilde worden. Ik kreeg gelijk een fototoestel in handen gedrukt. Hetzelfde jaar gingen we naar het wereldkampioenschap in Barcelona. Ik maakte, puur toevallig, een foto die aansloeg want werd overal geplaatst’. Twee jaar later mocht Van Keuk, als duvelstoejager, naar de Tour de France waarbij zijn voornaamste opdracht was om fotorolletjes op te halen en naar Nederland te brengen. In 2000 zat zijn leerproces erop.
Wessel van Keuk, huisschilder uit Amsterdam, was wielerfotograaf geworden. Als één van de twaalf officiële geaccrediteerde fotografen, én als enige Nederlander volgt Van Keuk, achterop een motor, de koers. ‘Ik heb een vaste motorrijder, Jos Verschuur, zo’n ruige biker die helemaal onder de tatoos zit. We zijn een hecht team, helemaal op elkaar ingespeeld. Jos rijdt de motor en ik moet op van alles letten maar ook nog een keer de foto’s maken. Het is een heel professioneel wereldje, een samenspel van renners en fotografen. Als Verschuren  claxonneert gaan renners meteen opzij, de motor remt niet eens. Die renners weten gewoon wat ze moeten doen’.
En soms gaat het wel eens fout. Zoals in de Omloop van het Nieuwsblad, de openingskoers van het jaar, waarin heel België en Nederland op de televisie Wessel en Jos Verschuren een schuiver zagen maken. Hoewel maanden later Jos nog in de lappenmand zit, blijft Van Keuk daar vrij laconiek onder. Kan ook niet anders als je tijdens bergetappes met meer dan honderd kilometer langs diepe afgronden scheurt. Valpartijen, met het dodelijke ongeluk tijdens de Ronde van Italië actueler dan ooit, worden ook op de plaat gezet, hoe gruwelijk soms ook. Als voormalig wielrenner ruikt Van Keuk waar het gevaar schuilt. Zoals bij de afdaling van de Kemmelberg in Gent-Wevelgem van twee jaar geleden, waar hij wist dat daar verschrikkelijke dingen stonden te wachten.
‘ Bij die steile afdaling over een kasseiweg gingen daar een paar renners afschuwelijk onderuit. Ik stond daar als enige fotograaf en deed mijn werk. Een dag later stonden in de kranten honderdtwintig foto’s waarvan er tachtig van mij.’
Als fotograaf heeft Wessel van Keuk, duizenden koersen gevolgd. Maar wat zijn mooiste en meest spannende momenten waren, weet hij feilloos. De Giro d ‘Italia door zijn eigen Mokum. ‘Dat vond ik zó leuk, zo apart. ‘s Morgens, tijdens het controleren van het parkoers, was de stad angstig stil. Ik hield mijn hart vast. Dat wordt één grote flop. Maar die middag,’ roept hij nog steeds verbaasd uit. ‘Het was één groot spektakel, Italiaanse toestanden  met rijen dik volk.’
Voor Van Keuk is het fotografen een hobby. Bewust maakt hij daarvan niet zijn broodwinning. Als huisschilder runt hij zijn eigen bedrijfje. ‘Ik zie mijzelf niet jarenlang op de motor zitten omdat het steeds gevaarlijker wordt, maar ook omdat ik mijn werk als schilder veel te leuk vindt’.

Foto’s: Hilco Koke en Cor Vos.

Geplaatst in 1, Wielrennen. Tags: . 1 reactie »

Houtje-touwtjeploeg al succesvol

De ploeg kent geen manager noch verwende vedetten en de sponsoring is bescheiden te noemen. Bij Wielerteam Amsterdam, bestaand uit voornamelijk studenten, wordt door de renners, noodgedwongen, alles zelf geregeld. Ondanks dat, is het eerste grote succes binnen. In maart werd de ronde van Groningen, een klassieker over honderdtachtig kilometer,  gewonnen.

Gebrek aan dramatiek kan Florian Smit niet ontzegd worden. Volgens hem kostte het bloed, zweet en tranen om het team op poten te zetten. Twee jaar geleden was er niets. Amsterdamse renners die studeerde maar ook nog eens op niveau hun sport wilden bedrijven stonden voor een groot dilemma. Studeren en koersen dat kan,  maar dan wél op recreatief niveau.  Dure, prestigieuze wielerploegen zitten in de regel niet op een  fietsende student te wachten.  Door tentamens en andere verplichtingen zijn die niet altijd in te zetten. Smit, zelf wielrenner en afgestudeerd fysiotherapeut weet dat als geen ander.
Twee jaar geleden startte hij het project ‘Team Amsterdam’ benaderde daarvoor Ulysses, Olympia en wielerclub Amstel, de hoofdstedelijke wielerverenigingen. De clubs zagen het wel zitten, leverde hun renners, vrijwel allemaal studenten, en team Amsterdam was een feit. Volgens Smit wordt de ploeg, noodgedwongen,  door de renners zelf gerund. Er is geen manager, geen opgelegd en uitgestippeld beleid. Smit vindt dat leuk, dat geeft veel plezier, voldoening. Hij heeft het over een ‘houtje-touwtje-team’. Sponsors werden binnen gehaald, die de renners nam een fiets en een pakket koerskleding voorzagen.
En wat recreatief managen nog meer betekent?  Dat is bijvoorbeeld gebruik maken van de faciliteiten van het Universitair Sport Centrum: een sportcomplex dat op een dure Amerikaanse campus geen misplaatste indruk maakt. Aangezien het hele team uit vrijwel studenten bestaat werd daar, voor een habbekrats, de hele winter in het krachthonk door gebracht. Met succes. Eind maart won Jim van de Berg de ronde van Groningen.
De studentenploeg bestaande uit een vierentwintig renners heeft er zin in, barst van het moraal om maar een wieleruitdrukking te gebruiken. Bij de ploegvoorstelling, vorige maand, uiteraard in het USC, mochten de renners hun zegje doen. Aardige jongens met rode konen, beetje verlegen vol met ambitie en totaal niet blassé  vertelden over hun plannen voor dit seizoen. Daniel Korevaar was niet aanwezig. Korevaar, vorig jaar winnaar van een bergetappe in de ronde van Ruanda, loopt als aankomende arts co-schappen en kon zich niet vrij maken. Patrick Bos was er wel. Bos heeft niet alleen een paar turbodijen maar blijkt ook begaan te zijn met de gehandicapte medemens. Bos is stuurman op de tandem met achter zich Rinne Oost, een visueel gehandicapte sporter. In het Italiaanse Montichiari werd afgelopen februari het wereldkampioenschap voor visueel gehandicapte gehouden. Bos én Oost wonnen op de sprint het brons. Waar andere renners hardop droomden van een mooi wegseizoen daar sprak Bos de wens uit om volgend jaar mee te mogen doen aan de paralympics in Londen.
Alsof het een echte profploeg betrof heeft Team Amsterdam ook zo zijn eigen specialisten. Er zijn tijdrijders, sprinters en klimmers. Tot die laatste behoort Lars van der Vall, die, zoals het een klimmer betaamt, gezegend is met een broodmager en tanig lijf. Lars student Duits koerst, als zijn studie het toelaat, over de hele wereld, en won in de sterk bezetten ronde van Costa Rica vorig jaar een bergetappe.
Kopman van de ploeg is Jim van de Berg notabene pas een jaar op de racefiets. Van de Berg, 25 jaar leidde een turbulent studentenleven waarin ‘wijntje en trijntje’ maar ook een ‘rokertje’ centraal in stonden.  Van de Berg heeft het roer definitief omgegooid. Werd hij vorig jaar in de Ronde van Groningen gelost als een postduif, afgelopen maart won hij dezelfde koers met overmacht. Volgens  Van de Berg, een fietstalent, zijn er in het peloton veertig man die harder kunnen rijden dan hij. Jim, inmiddels afgestudeerd bewegingswetenschapper,  zegt slim te zijn, en vertrouwt op zijn vlijmscherpe eindsprint. Thomas Kruithof is een van de weinige werkende, en moet daardoor zijn tijd creatief indelen. Getraind wordt s’morgens én s ávonds naar en van het werk. Ondanks dat heeft Thomas in het peloton een reputatie op te houden als een hardrijder die het peloton flink pijn kan doen.
Team Amsterdam heeft weinig geld maar rijdt toch een internationaal programma maar niet in de zogenaamde ‘wielerlanden’. Met goedkope vliegtickets en op invitatie van de organisaties werden deelgenomen aan koersen in Kameroen, Ruanda, Marokko, Japan en Costa Rica.

Foto 2, en 3: Jim van den Berg. Fotograaf: Hilco Koke.

‘Ik heb afgezien als een beest’

Eind maart wordt in Apeldoorn het wereldkampioenschap baanwielrennen gehouden.  Tim Veldt, student aan de Johan Cruijf Academie, maar ook professioneel baanrenner, gaat voor  de regenboogtrui. Aan zijn voorbereiding heeft het niet gelegen. Afgelopen weken werd er warm gereden in de Zesdaagsen van Amsterdam én Rotterdam. En zeg tegen hem nóóit dat Zesdaagsen één grote show is.

Of de Zesdaagse, dat bonte wielerspektakel, één grote show is? Of nog erger, dat het doorgestoken kaart is? Kapot kan hij zich ergeren aan dat soort opmerkingen. Net terug uit de loopgraven van de Rotterdamse six kan hij iedereen mededelen dat hij afgezien had als een beest. Ga er maar aan staan om zes avonden lang, meer dan vijf uur in een walm van frituur, braadworst, dampende nicotine en vers getapt bier, met een angstaanjagend hoge hartslag, op een houten wielerbaantje rond te jakkeren. Slopend vond hij dat. Die koppelkoersen! Met een bloedsmaak in de mond kon hij de vedetten volgen maar meer ook niet. Dat laatste verbaasde Tim Veldt, die, in oktober, ook aan de start stond van de Zesdaagse van Amsterdam, het meest.
‘Die specialisten  rijden een streep harder dan ik’, concludeerde hij twee weken later nog onthutst. ‘Ik heb ongelooflijk afgezien. Het gaat echt loeihard. Wij reden jachten van een uur. Kun je nagaan hoe dat voor de oorlog ging toen koppelkoersen over meer dan twee uur gingen.’ Voordat criticasters zich afvragen wat die Veldt op de Zesdaagse te zoeken had: Veldt is één van de sterkste baanrenners van dit land. Op zijn CV staat een  Europese titel op de kilometer én de omnium, vertegenwoordigde Nederland op de laatste Olympische Spelen en is nu de motor van de nationale baanachtervolgingsploeg. Werd ook nog eens afgelopen december nationaal kampioen op de achtervolging én de kilometer tijdrit. De snelheid zit in Veldts genen. Vader Lau, was een gewezen baankampioen die in zijn carrière tien keer de nationale kampioenstrui aantrok.
Junior, iedere dag trainend op de Apeldoornse wielerbaan, rijdt met enige regelmaat zogenaamde internationale wereldbekerwedstrijden maar is, ondanks dát toch géén Zesdaagsenrenner. Dat is een heel andere stiel. Maar als jonge beroepsrenner die met moeite zijn kacheltje kan laten branden pakt hij alles aan. Als je dan een paar dagen voor Rotterdamse race van de organisatie onverwacht een telefoontje krijgt dat er een startplaats voor je is  dan kom je. Je hebt dan geen pretenties, bent blij dat je mag rijden  en merkt wel wie je koppelmaat is. De laatste was een wrede grap van de organisatie.  Hij, Tim Veldt, 26 jaar, een baanrenner pursang, een flyer, werd gekoppeld aan een heuse kasseienstoemper, zo’n renner waar de vette Vlaamse klei nog onder zijn koersschoenen geplakt zit.  Bobby Traksel, negen maanden geleden nog winnaar van Kuurne-Brussel-Kuurne mocht samen met Veldt de klus klaren.
‘Traksel was een openbaring. Die man heeft als wegrenner veel inhoud. Die blijft rijden. Ik was er voor de snelheid. In de snelle nummers zoals de afvallingskoersen, de zogenaamde vliegende ronde en achter de derny, kon ik mij toch positief laten zien.’
Tim Veldt, heldere oogopslag, bescheiden, tikkeltje verlegen, ziet zo’n  Zesdaagsen  als één grote training, een investering voor het komende wereldkampioen gehouden in Apeldoorn.   Of hij eind maart met die vermaledijde regenboogtrui thuiskomt in ‘zijn’ Rivierenbuurt?  Als er iemand recht op heeft is het Veldt wel. Met zilver en brons, behaald bij de teamsprint, een tijdrace voor drie renners, zat hij, drie jaar geleden, er al akelig dicht bij. Veldt gaat vertellen: ‘Met de sprintploeg zaten wij een aantal jaren aan de wereldtop. Met Teun Mulder, wereldkampioen op de kilometer, en Theo Bos, wereldkampioen op de sprint kon ik aan de bak. Die staande start,’verzucht Veldt. ‘Ik had daar slapeloze nachten van. Bos en Mulder vertrokken als raketten en ik zat direct op twee meter achterstand. Ik moest dat gaatje dichten en vervolgens de sprint afmaken. Evengoed een heel mooie tijd gehad. We waren wereldtop maar helaas nooit kampioen geworden.’
Tim Veldt, op de Olympische Spelen nog uitkomende op de sprint had het na Peking wel bekeken. Het sprinten kon wat hem betrof gestolen worden. Dat nerveuze gedoe en dat allemaal voor twee rondjes fietsen, was niet meer uitdagend genoeg. Hij stapte over naar de achtervolging, omnium en ploegachtervolging. Met succes. Werd als niet favoriet, afgelopen december, nationaal kampioen op de achtervolging. Leuk! Mooi meegenomen. Maar lekkere gevoelens krijgt hij pas bij de achtervolgingsploeg. ‘Het trainen is fascinerend. Zo’n team moet lopen als een Zwitsers uurwerk. Alle radertjes moeten op elkaar afgesteld staan. We streven naar perfectie. De ambitie is om onder de vier minuten te rijden en wie weet de wereldtitel.’
Theo Bos, een gewezen baanadept heeft inmiddels de wielerpiste met redelijk succes ingeruild voor een carrière op de weg waar  publiciteit én het  grote geld te verdienen is. Iets voor Veldt?  ‘Helaas niet,’ verklapt Nederlands snelste achtervolger. ‘Ik heb last van een chronische rugblessure. In een wegkoers kan ik de eerste honderd kilometer goed mee komen. Daarna is het over. Dan krijg ik last van ondragelijke pijnen veroorzaakt door een lage rugwervel. Maar ik klaag toch niet. Als  baanrenner beleef ik een heel gelukkige tijd.’

Gepubliceerd in Mug februari 2011, Foto’s Hilco Koke.

Geplaatst in 1, Wielrennen. Reageer »

Van Beek zilver op wereldkampioenschap

Bij de laatste gehouden Zesdaagsen van Amsterdam kletste de microfonist van dienst  honderd lettergrepen in een minuut maar of hij echt verstand van wielrennen had was  nog maar de vraag. Bij de voorstelling van de renners voerde hij, bombastische,  Matthe Pronk op als de ‘wereldrecordhouder achter de derny’. Een regelrechte leugen die bij iemand op de tribune, want Maas van Beek, voor heel veel pijn en frustratie bezorgde. Want het was de bijna zesenvijftig jarige Van Beek die afgelopen mei, het record van Pronk uit de boeken fietste.

Gisteren heeft Van Beek een kleine wraak genomen. In  het Portugese Anida, waar onder de vlag van de UCI, het wereldkampioenschap baanrijden voor masters gehouden werd greep Van Beek het zilver op de sprint. Opmerkelijk voor iemand die te boek staat als een man van de lange adem. Driehonderd renners, afkomstig uit de ‘hele wereld’, hadden zich voor het nummer ingeschreven. Op een monsterlijk zware versnelling (voor de kenners: 65 voor en 17 achter) wist Van Beek ze, op één na, allemaal te verschalken. Het waren geen sprints uit de goocheldoos van wijlen Piet Moeskops maar meer het eerlijke hotseknost rammen op de fiets. Beetje dom maar wel heel effectief. Voordat critici gaan grinniken: Van Beek reed de laatste tweehonderd meter in een tijd van 12.4 seconden. In de finale was het de Australiër  David Willmott die de recordhouder achter de derny wist te kloppen.
Na afloop sprak Maas van Beek zijn teleurstelling uit over de K.N.W.U. ‘Ik schaam mij,  hoe amateuristisch ik hier aanwezig ben. Iedere deelnemer was afgevaardigd in een nationaal tenue of werd op één of andere manier gesponsord door hun bonden. Wij niet. De masters is één van de grootste categorieën in Nederland en het is telkens weer frutrerend te merken dat er na ons helemaal niet omgekeken wordt. Dit kampioenschap is wel één van de grootste die de UCI organiseert.’

Na drieënvijftig jaar kwam droom uit…

Je kunt moeilijk beweren dat hij geen doorzettingsvermogen had. Want maar liefst drieënvijftig jaar had Herman van Bruggen nodig om zijn droom te verwezenlijken. In 1957 stond de piepjonge Van Bruggen op de deelnemerslijst van het wereldkampioenschap achtervolging bij de amateurs. In Luik waar de titelstrijd gehouden werd spatte de droom in de voorronden uiteen: een uitschakeling was een feit. Als iemand tegen hem gezegd had dat hij in 2010 revanche zal nemen had Van Bruggen ongetwijfeld op zijn voorhoofd getikt.

De wonderen zijn de wereld niet uit. Herman van Bruggen die, met een korte onderbreking, altijd is blijven koersen bleef een warme relatie met de stopwatch onderhouden. De tijdrit! De jacht op de snelste tijd! Een obsessie was en is het voor de inmiddels 74-jarige renner. Zijn hele leven staat in het teken van dé race naar de ultieme tijd. En er is maar één plek op de wereld waar jaarlijks veteranenrenners met elkaar de strijd aangaan, het Oostenrijkse Sankt Johann.
Drieduizend
Aan de voet van de Kitzbuheler Alpen werd afgelopen week voor de 42e keer de Radwelt Pokal, het officieuze wereldkampioenschap voor masters, zoals veteranen tegenwoordig genoemd worden, gehouden. Drieduizend renners in verschillende leeftijdsklasse en afkomstig uit de hele wereld, gingen een week lang de strijd met elkaar aan. Gereden werd in verschillende leeftijdsklassen.
Een wereldkampioenschap tijdrijden voor wielrenners van boven de zeventig jaar is dus géén rariteitenkabinet voor dwaze einzelgängers. Meer dan dertig renners afkomstig  uit landen als Duitsland, Frankrijk, Spanje, Amerika en Italië dichten zich zelf een kans toe, hadden zich  schompes getraind. Afgetrainde, tanige kerels, koppen als scheermessen en rijdend op hightech materiaal. Met een gemiddelde van veertig kilometer per uur kregen ze allemaal patje van de voorheen, Mokumse tijdrijder.

Spion
Met 37 seconden werd de tweevoudige wereldkampioen de Duitser Bruno Podesta geklopt. Podesta notabene die niets aan het toeval had overgelaten en weken voor het kampioenschap  een ’spion’ naar wielerparkoers Sloten had gestuurd om de daar koersende Herman van Bruggen te observeren. Het maakte allemaal niets uit. Maar laten we de ‘s werelds snelste master even aan het woord.
‘Ik rijd tegenwoordig met een fietscomputertje,’begint Van Bruggen. ‘Dat is wel zo handig met de snelheid.  Na de start bleek dat het magneetje verschoven was. Ik was minstens een kilometer bezig om dat ding goed te buigen. Maar eenmaal op gang kon ik goed snelheid behouden en pakte de titel’.
Scooter
Van Bruggen vertelt het simpel alsof het een ‘blokkie om’ betrof. Maar niets was minder waar. ‘Voor de start had ik drie kwartier op de rollen gezeten om warm te rijden.  Ik had niet alleen mijn dochter meegenomen maar ook haar scooter. Achter de scooter had ik, de dagen voor de titelstrijd, getraind.’
Tranen
Wereldkampioen worden is lekker, een bevestiging van je kunnen, maar daar zitten ook nadelen aan vast. De huldiging, op de Hauptplatz in Sankt Johann, en dat had nou weer niet gehoeven voor de bescheiden Van Bruggen. ‘Die huldiging is een gigantisch spektakel met honderden toeschouwers, een levensgroot televisiescherm, de uitreiking van de regenboogtrui én het volkslied.  Ik was behoorlijk onder de indruk, en kon amper de tranen binnen houden.’

Met open hol richting Parijs…

Bordeaux-Parijs, een wielerkoers over zeshonderd kilometer met gangmaking van dernymotoren, was niet alleen een mix van topsport, romantiek, avontuur en verdwazing maar ook de laatste levende herinnering aan de prehistorie van het wielrennen. Koersen tussen de Garonne en de Seine was alleen weggelegd voor spijkerharde  kerels die bereid waren om hun scrotum én de pisbuis voor maanden aan gort te rijden. Want Bordeaux-Parijs  stond synoniem voor afzien, lijden, en ‘praten met God’. Maar daar stond wél iets tegenover: renner én gangmaker waren verzekerd van een plaatsje in de wielergeschiedenis. Bertus Raats, gangmaker in ruste, is dat gelukt.

Het is warm, van dat lekkere lomige zomerweer waarbij jonge meiden brutaal de rondingen van hun lijf showen en zwaluwen schreeuwend achter de muggen aan zitten. Zo’n dag waar je tijdens gure, donkere winterdagen met ongelooflijk veel heimwee en verlangen aan terug denkt. Op een terras aan de Weesperzijde zit een oudere man die der dagen nog lang niet zat is, maar wel oud genoeg om te mijmeren over zijn leven.
Nippend aan een ijskoude Cola en kijkend over de Amstel gaan zijn herinneringen terug naar 1983.
Hij ziet zichzelf weer rijden over die eindeloos lange, kaarsrechte Franse landwegen, langs wijngaarden, door korenvelden, golvend tot aan de horizon, langs Orleans, door Tours, over de heuvels van de Vallei des Cheuvreus waar geen eind aan leek te komen, op weg naar Parijs.

Foto 1

Een ras-amsterdammer, zittend op een té kleine, en knetterende dernymotor met achter zich, fietsend op een millimeter van het spatbord,  profwielrenner Etienne Vanderhelst.
Bertus Raats, een jongen afkomstig uit de Indische Buurt, acterend in Bordeaux-Parijs: hij kan het nog steeds niet geloven. Hoe hij in godsnaam als volkomen onbekende op de deelnemerslijst terechtkwam?
Een enorme eer
Raats vertelt dat hij als modaal gangmakertje te weinig koersen reed. Hij kwam gewoon niet aan de bak, werd genegeerd door de, toenmalige, gevestigde orde. Kwam er niet tussen. Om zijn dure licentie te bekostigen organiseerde hij, ten einde raad, met collega Martin Huizinga,  zelf wedstrijden.
Het werd een succes en zijn naam zong in het ‘wereldje’ rond. En als je dan ook nog eens de Franse taal beheerst, en je hebt de juiste connecties, en je vraagprijs is niet té hoog, dan komt er een dag dat er een uitnodiging voor Bordeaux-Parijs op de deurmat dwarrelt. Hij vond het een enorme eer, nog stééds, en dat mag iedereen best weten, zegt hij, ontspannen aan een tafeltje.

Foto 2

Nu nóg hoort Raats, 71 jaar, Etienne in sappig Vlaams vloeken, als hij, de gangmaker van dienst, iets té onderuitgezakt op de derny zat. ‘Allé goedverdoemme, Bertus, rechtop zitten’! Etienne, een redelijk succesvol Vlaamse coureur met, op dat moment, 23 gewonnen koersen, had zich niet voor niks maandenlang de kloten van het lijf getraind om in die verschrikkelijke monsterklassieker zó hoog mogelijk te eindigen. Alles was daarbij geoorloofd, desnoods moest Vanderhelst een pact met de duivel sluiten, en dan kan het niet zó zijn dat hij in de volle wind komt te zitten. Want ieder vleugje zuiging brengt Etienne dichter bij Parijs, waar hopelijk eeuwige roem, maar vooral vette contracten liggen te wachten.
Acht keer gescheten
Midden in de nacht was Vanderhelst met twintig andere renners gestart in Bordeaux, waarbij de eerste driehonderd kilometer zonder gangmaking werden verreden. De nacht was zwart, de lucht koud en de wegen slecht verlicht, maar evengoed werd er volop gekoerst. Tussen acht en negen uur in de morgen hoopten de renners in Poitiers te zijn waar de wedstrijd achter de derny verder ging. Voor iedere renner stonden twee gangmakers klaar. Etienne Boecks en Bertus Raats was het duo dat Vanderhelst veilig en snel naar Parijs moesten loodsen. Boecks en Raats die elkaar aflosten, want ging de één ‘de aardappels even afgieten’, dan nam de ander het over.
Voordat de renners arriveerden, hadden de gangmakers de hele nacht in een kille garage doorgebracht. Voor Raats waren dat lange, zenuwslopende uren. Bloednerveus was hij. Tientallen keren had hij zijn derny gecontroleerd en, zoals hij dat formuleerde, acht keer gescheten en zes keer gepist. Het ging dan ook niet om des keizers baard. Rot op zeg! Raats, van beroep amanuensis op een scholengemeenschap in Oost, met als hobby gangmaken en nooit verder gekomen dan de vaderlandse koersen, speelde nu een rol in een wielermonument, en was daar héél goed van doordrongen.

Foto 3

Drie heuvelpunten
En dan is het moment daar! De renners arriveren! Snel op de derny springen en in de hectiek van coureurs, knetterende brommers, materiaalwagens en meerijdende pers je poulain zoeken. Na de eerste geneutraliseerde kilometers ging het dan gebeuren.
Als de zon fel over de Amstel schijnt, roeiboten strak door het rimpelloze water glijden en de serveerster, een jong, mooi, Surinaams meisje, een verse bestelling aflevert, gaat Raats verder. Wat volgt is het smeuïge verhaal van een brave amanuensis die terechtkwam in een soort gekkenhuis op twee wielen. Een tafeltje verder luistert een terrasganger, vergenoegd en ongegeneerd mee.
Of renners op een bruine boterham reden dát wist Raats niet, wél dat de gangmakers zich prepareerden. ‘Hadde gij wat bij U voor onderweg?’, vroeg Boeckx aan een naïeve Raats. Om er direct aan toe te voegen dat hij, Etienne Boeckx, ‘iets’ voor zijn collega had. Pastillekens tegen de kramp, voor de luchtwegen, tegen de pijn en om wakker te blijven, kreeg Raats, en stopte die, strak van de zenuwen en gedachteloos, in zijn shirt om ze vervolgens helemaal te vergeten. Een paar dagen later schudde zijn vrouw het shirt leeg en vroeg verbijsterd wat dat allemaal was.
Raats neemt gulzig een slok Cola, zakt nog meer onderuit waarbij zijn rechterhand  onbewust een draaiende beweging maakt alsof hij aan de gashandel van zijn derny draait, en verteld met glanzende ogen over één van zijn grootste avonturen. ‘Godverdomme’, knalt het er hartgrondig uit, ‘Die kaarsrechte wegen die kilometers omhooggaan. En eenmaal boven dan is er geen afdaling maar zie je de weg nog in drie heuvelpunten voor je. Er werd gekoerst bij het leven. Met het hol open naar Parijs’.
In de slag
Op een gegeven moment lag het trio Vanderhelst, Boeckx en Raats op de tweede plaats op vier minuten achter de Franse favoriet Duclos-Lassal. ‘We reden gat dicht tot driehonderd meter. Op dat ogenblik reed ik op kop en wilde direct doorrijden maar dat mocht niet van Vanderhelst. Die begon te roepen en te schreeuwen dat hij eerst wilde eten. Even later begreep ik dat Vanderhelst in de slag zat met

Foto 4

Duclos-Lassal. We hebben ze maar laten lopen, en uiteindelijk werden wij tweede’, vertelt hij met teleurgestelde trek op zijn gezicht.
Scheidsrechtersfluitje
Bertus Raats, gewezen lid van het gilde der gangmakers, zit tóch niet met frustraties. Welnee, daarvoor zijn de herinneringen té mooi. ‘Weet je’, onthult hij, ‘ik heb uiteindelijk drie keer Bordeaux-Parijs gereden en niet één keer heb ik, tijdens de koers moeten pissen. Wel benzine tanken natuurlijk, wat nog een hele toer was. Dan raakte je los van het circus en dan was je gewoon een verkeersdeelnemer. Daar had de organisatie wat op gevonden. Wij kregen een scheidsrechtersfluitje om de nek. Na het tanken dan lag je plat op je derny om weer aansluiting te krijgen. Man, als je flink meetrapte haalde dat ding haalde wel honderd in het uur. En fluitend maakte je verkeer opmerkzaam dat je er aan kwam’.
Bertus Raats, is zo’n tien jaar gangmaker af. Zijn cardioloog vond het verstandiger om de derny op te bergen. Spijt heeft hij niet! Of hij het hectische wielerwereldje mist? Manmoedig schudt hij van nee. Hij had het allemaal wel gezien en wat blijft zijn de herinneringen.
Nee, Raats heeft er wel vrede mee.

Foto 5

Foto 1:
1923: 49 Renners waren op weg naar Parijs en gereden werd achter menselijke gangmaking. De Vlaming Emiel Masson tussen zijn gangmakers (links Vermande en rechts Scieur) werd winnaar in 19 uur en 41 minuten.

Foto 2
1935, Edgard de Caluwe afkomstig uit Denderwindeke, stormt het Parc des Princesses binnen op weg naar de overwinning. Edgard’s erelijst was niet groot maar de koersen die hij wél won mogen er zijn want winnaar van Parijs-Brussel, de ronde van Vlaanderen én Bordeaux-Parijs.

Foto 3
1937: Jef Somers was te uitgeput om te genieten van één van zijn mooiste overwinningen. Even voor de ‘kiek’ genomen werd had Jef Bordeaux-Parijs op zijn naam geschreven. Met zijn twintig jaar was Somers de jongste winnaar ooit. Hoewel de oorlog Jef’s carrière dwarsboomde kon hij toch terug zien op een mooie erelijst want in 1947 won nog hij nog een keer Bordeaux-Parijs, werd in 1946 tweede en derde in 1950. Bordeaux-Parijs 1937 was ook de laatste keer dat er achter handelsmotoren werd gereden. Op de foto rechts gangmaker Théo Wynsdam.

Foto 6

Foto 4
1938: Een primeur in Bordeaux-Parijs want de derny deed zijn intreden.   Charles Pellisier won niet alleen deze editie maar was ook nog eens trendsetter. Pellisier was de man die de eer toe kwam de witte sokken in het peloton te hebben ingevoerd.

Foto 5
1948:  Ange Le Strat passeert koploper Gerad Buyl en is bezig zijn plaatsje op de erelijst van Bordeaux-Parijs in te nemen. Met scheidsrechterfluitje houdt Le Strats gangmaker de weg vrij.

Foto 6
1930: Voor zijn drieëntwintigste jaar won hij Parijs-Roubaix, drie keer Bordeaux-Parijs en werd tussendoor ook wereldkampioen op de weg. Met een lichaam ‘in de groei’niet zo gezond natuurlijk. Daar kwam George Ronsse ook achter. Na zijn vierentwintigste kreeg George last van enge kwalen zoals zweren, spataderen, en gewrichtsaandoeningen. Met een totaal ondermijnd lichaam was zijn wegcarrière over. George zocht zijn heil op de baan als stayer. Foto’s, uit zijn baancarrière, laten een ziekelijke, uitgeteerde man zien die de indruk wekt ieder moment dood van zijn fiets te vallen.

Foto’s: Hilco Koke en Archief Stuyfssportverhalen

Hoe Joop Rijnink de leidsman van Kneet werd

De televisiezenders brachten het grootst, en de zeitungs ‘kopte’ met chocoladeletters dat de Duitse taal, door een Hollander, verrijkt was met een uitdrukking. ‘Der tod oder die gladiolen’ brabbelde Louis van Gaal op een persconferentie en keek daarbij zelfverzekerd alsof hij dat ter plekke verzonnen had. Die Louis toch, want  ‘De dood of de gladiolen’, is bekend geworden door Gerrie Knetemann maar kwam uit de koker van Joop Rijnink, een leraar Frans afkomstig uit Purmerend.

Joop Rijnink was niet alleen een taalkunstenaar maar ook één van de belangrijkste mensen uit het leven van Gerrie Knetemann. Zonder Rijnink was Gerrie Knetemann nooit die gelauwerde beroepsrenner geworden die hij was. En dat is geen steen in een rimpelloze vijver gooien maar een uitspraak van de Kneet himself.
‘Joop kon als renner helemaal niks’ aldus de voormalige wereldkampioen in een interview met dagblad Trouw in 2003. ‘Maar juist van die man heb ik het meest geleerd. Joop was bepalend voor mijn verdere loopbaan. Joop was heel slim. In een Belgische koers had hij een keer een hangslotje onder zijn zadel hangen. Dat ding maakte een ongelooflijke herrie. Daardoor mocht hij niet op kop rijden. Die mannen werden er gek van.’
Joop Rijnink dus, de goeroe van Kneet. Joop en Gerrie, leermeester én leerling vooral op tactisch gebied. Buurtjongens waren ze met dezelfde passie want wielrennen.
‘Als een fietsspaak zo dun maar wat kon hij hard fietsen’! Meer dan veertig jaar later kan Joop Rijnink, 65 jaar, zich daar nog over verbazen.
‘Kneet leerde ik kennen toen hij zestien jaar was. In de winter van 1966 trainde hij regelmatig met ons, een ploegje amateurs. We reden dan zo’n tachtig kilometer. Kneetje zat op een vast verzetje en de laatste dertig kilometer ging hij daarmee op kop rijden. Zó ongelofelijk hard dat wij, oudere renners, niet eens konden overnemen.’ Volgens Rijnink had Kneet maar één credo: de tegenstander slopen! De sterkste zijn. De wil opleggen aan de ander.
‘Dat was zijn kracht maar ook zijn zwakte,’vervolgt Rijnink. ‘Bij de nieuwelingen won hij bijna nooit want hij miste het koersgogme. Ik was niet sterk maar moest het van slimheid hebben. Dat kreeg Gerrie door. In zijn beginjaren heb ik heel veel met hem opgetrokken waarbij hij mij de oren van het hoofd vroeg. Kneet leerde heel snel en pikte het vlug op.’
Tijdens die trainingen gebeurde meer. Bij rustige momenten als er even een blaasje werd gepakt mocht Rijnink, tegen zijn ‘leerling’ graag filosoferen over het wielrennen wat gebeurde met bloemrijke uitdrukkingen. Harken! Uitgewoond zijn! Uit het hol springen! Linkebal! Wegtrekker!  In het sufferdje zitten! En de dood of de gladiolen!
Inmiddels gemeengoed in de Nederlandse taal en allemaal afkomstig van Joop Rijnink en bekendgemaakt door zijn poulain Knetemann.
‘Die uitdrukkingen kwamen niet allemaal van mij’ bekend de zojuist gepensioneerde leraar Frans. ‘Ik had ze opgepikt in de werkplaats van Jaap van de Berg, een racefietsenbouwer in de Jacob van Lennepstraat. Ik spijbelde vaak en zat hele middagen bij ome Jaap te luisteren. Joop Stakenburg kwam daar ook regelmatig. Jaap en Staak zijn de geestelijke vaders van veel van die kreten. Die twee hadden een soort unieke wielertaal ontwikkeld.’
Dat Joop Rijnink als renner helemaal niks kon was ver bezijden de waarheid. Rijnink was een zeer verdienstelijk stayer. Smakelijk, met veel gevoel voor humor vertelt Rijnink over zijn avonturen achter de motor.
‘Ik reed met gangmaker Pelser (foto boven) en werd tijdens de nationale kampioenschappen derde. Pelser had als gangmaker een behoorlijke makke: hij durfde niet achterom te kijken. Een mannetje op het middenterrein hield voor hem de koers in de gaten en schreeuwde de stand van zaken door. Ik heb ook achter ome Bertus de Graaf gereden. Dat was een verademing. Die man zat tijdens de race achterom te kijken om je aan te moedigen. Bertus was zelf stayer geweest en voelde aan wat zijn renner doormaakte. Na een aanval draaide hij het gas terug zodat je kon herstellen’.

Joop Rijnink is bijna uitgepraat, maar wil nog even kwijt hoe de rest van zijn leven is verlopen.
‘Ik ben rond mijn vijfentwintigste gestopt met koersen. Ik had mijn studie Frans afgerond en kreeg werk op een scholengemeenschap in Purmerend. Vorige week heb ik afscheid genomen want werd vijfenzestig jaar. En nee, nadat Kneet prof geworden was heb ik hem nooit meer gezien of gesproken. Maar als ik hem, tijdens zijn carrière op de televisie zag was ik ongelooflijk trots op hem.’

Geplaatst in 1, Wielrennen. Tags: . 4 Commentaar »

Hoe gevaarlijk is de wielersport….?

Ruim honderdvijftig doden bij een sport die meer dan een eeuw oud is, is statistisch gezien niet veel: maar het blijft toch een schokkend getal. Stuyfssportverhalen heeft onderstaand lijstje verzameld waarbij er van uit gegaan is dat renners óf in de koers of daar aangerelateerd voor in aanmerking kwamen. Een voorbeeld is het tragische auto-ongeluk in 1934 bij Schoorldam waarbij drie renners, terug komend van een koers, dodelijk verongelukte. Renners die tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelden komen weer niet in aanmerking, daar heeft Stuyfssportverhalen een speciaal verhaal over geschreven:  lees
http://stuyfssportverhalen.wordpress.com/2010/08/31/gevallen-op-dem-felde-der-ehre-2/
. Renners die tijdens de training verongelukte werden wél in het lijstje geplaatst, dat bij lange na niet compleet is…

Het graf van Harry Elkes, 25 jaar, in Warren County, New York.

Het graf van Harry Elkes, 25 jaar, in Warren County, New York.

1900: Op de wielerbaan van Walham, Massachusetts, klappen, op 31 mei,  vier motortandems op elkaar. Gangmakers Harry Miles, 25 jaar, en William Stafford eveneens 25 jaar, overleven dat niet. (lees elders op deze blog: ‘Toen Kukident nog niet bestond’).

1901: In Atlantic City, New Jersey, komt stayer Archie McEacher ten val. Met een slagaderlijke bloeding, verbrijzelde borstkast én doorboorde long sterft Archie op 13 mei. Mc Eacher werd 29 jaar.

1901: Tijdens de wielerronde van Woensel, gehouden op zondag 25 augustus van dat jaar,  komt renner Perere, afkomstig uit Helmond ten val en breekt daarbij zijn nek. Perere is de eerste vaderlandse renner die tijdens de koers sneuvelt.

1901: Na een valpartij in het Madisson Square Garden komt Johnny Nelson’s voet terecht in de spaken van een achterop komende motor. In het ziekenhuis wordt Nelson’s voet geamputeerd waarna Johnny 23 jaar, twee dagen later, op 4 september, overlijdt aan gangreen. Karel Kerff valt in de wedstrijd Marseille -Parijs en werd pas later dood langs de weg gevonden.

Het graf van wereldkampioen stayeren Peter Gunther. Peter, 36 jaar, viel dood in zijn thuisstad Keulen

Het graf van wereldkampioen stayeren Peter Gunther. Peter, 36 jaar, viel dood in zijn thuisstad Keulen

1903: Tijdens de grote Prijs van Dresden, een koers achter zware motoren, gehouden op 11 oktober 1903, kwam Alfred Görnemann, 26 jaar, ten val en stierf ter plekke.

Paul Albert, amateur wereldkampioen in 1898, kwam op 15 mei in botsing met een auto. Paul overleefde het niet.

1904: Tijdens de 20 milesrace van Boston een koers achter de zware motor, gehouden op 30 mei van dat jaar, kwam Harry Elkes ten val . Een achterop komende motor verbrijzelde Harry’s schedel. Elkes werd 26 jaar.
Op de wielerbaan van Marseille kwam de Italiaanse renner Orregia ten val en stierf ter plaatse.
Een maand later, op 12 juni, tijdens de Grote Prijs van Maagdenburg, verongelukte de Franse stayer Paul Dangla. Paul werd 22 jaar.
Op 16 juni kwam gangmaker Pilack ten val en stierf onmiddellijk.
Op 19 juni raakte stayer Otto Luther de zijkant van zijn gangmaakmotor. Otto werd gelanceerd en bijkans verplettert.
22 Juni verongelukte  zijn collega-renner Willy Vogt.
Op 14 augustus, op de wielerbaan van Plauwen trok stayer Karl Käser voor de laatste keer zijn toeclipriempjes strak. Karl 30 jaar, gegangmaakt door zijn broer Josef, raakte de motor, viel en stierf.
Bij een stayerskoers in het Madison Square Garden komt Joe Nelson, de broer van Johnny, ten val en sterft. Joe werd 21 jaar.

Volksheld Karel Verbist kreeg in Antwerpen een heldenbegrafenis. Tienduizenden volgden Karel op zijn laatste tocht. Tot ver na zijn dood zong het volk 'Kareltje, Kareltje, Kareltje Verbist, Had ge niet gereden op d'n pist, Had ge niet gelegen in Uw kist'. Schrale troost voor een renner die maar 26 jaar werd.

Volksheld Karel Verbist kreeg in Antwerpen een heldenbegrafenis. Tienduizenden volgden Karel op zijn laatste tocht. Tot ver na zijn dood zong het volk ‘Kareltje, Kareltje, Kareltje Verbist, Had ge niet gereden op d’n pist, Had ge niet gelegen in Uw kist’. Schrale troost voor een renner die maar 26 jaar werd.

1905: Op 25 november van dat jaar deed de Parijse stayer Albert Brécy, 32 jaar, een aanval op het werelduurrecord. Tijdens deze race brak de voorvork van zijn motor, Albert kwam ten val en kwam daar bij om het leven.

Het is 21 augustus als de Grote Prijs van Parijs gehouden wordt. Eén van de stayers, de Amerikaan George Leander raakt los van de rol, spurtte het gaatje dicht en klapte vervolgens vol op de motor. George, afkomstig uit Chicago, werd 22 jaar.

Aan de gevolgen van een valpartij op de baan van Friedenau stierf, enige weken later de Engelsman Jimmy Michael. Jimmy werd 27 jaar.

Tijdens de grote prijs van Brunswijk werd Hubert Sevenich door de achterop komende motor verpletterd. Hubert werd 26 jaar.
Op 17 september, tijdens het Europees kampioenschap gehouden in Leipzig, kwam Willy Schmitter ten val en werd door een aankomende motor overreden. Willy werd 20 jaar.  

1906: Bij de Grote Prijs van Berlijn komt gangmaker Paul Dunkel ten val. In het ziekenhuis geeft Paul niet veel later de geest.

1906: In Maagdenburg, op 29 april van dat jaar, verongelukte stayer Gustaaf Freudenberg. Gustaaf werd 26 jaar.

Op de baan van Halle kwam lokale favoriet Richard Hühndorf ten val en werd door een achteropkomende motor overreden. Richard werd 26 jaar.

De begrafenisstoet van Piet van Nek in de Amsterdamse Van Woustraat. Op de route naar het kerkhof stonden naar schatting tachtigduizend mensen.

De begrafenisstoet van Piet van Nek in de Amsterdamse Van Woustraat. Op de route naar het kerkhof stonden naar schatting tachtigduizend mensen.

1907: Tijdens sprintwedstrijden op de baan van Genua stierf de Italiaanse sprinter Bixio.

1907: Louis Mettling, gewezen amateurstayerskampioen van Amerika, vond de dood op de wielerbaan van Dresden.

Op 7 juni klapte de band van de motor van gangmaker Charles Pequy. Charles werd naast zijn al eerder overleden vrouw begraven.
Op de wielerbaan van Weissenfels verongelukte lokale favoriet Morits Hubner. Morits werd 20 jaar.
Op 29 oktober, tijdens de Oktober-prijs van Dresden verongelukte gangmaker Ernst Wolf. Ernst werd 28 jaar.

1908: Gangmaker Jozef Schwarzer, 27 jaar, stierf in Düsseldorf door een klapband.
Op 22 oktober kwam stayer Gustav Schadebrodt  op zijn ‘thuisbaan’ Treptow om het leven. Gustav werd 25 jaar.

1909: Op de wielerbaan van Brussel, op 21 juni, verongelukte de Belgische stayer Karel Verbist. Karel werd 26 jaar.
Op de Keulse wielerbaan verongelukte op 1 augustus de Amsterdamse gangmaker Hendrik Hayck. 

1910: Op de baan van Frankfurt verongelukte de Franse gangmaker Gregory.

Op Pinksterzondag 4 juni 1911, plaats van handeling, de Zehlendorfbaan in zijn eigen stad klapte de voorband van Fritz Theile. Fritz die zijn nek brak werd op het kerkhof Wildersdorf nabij Berlijn begraven.                                                  Foto: Archief Stuyfssportverhalen

1911: Op de Zehlendorfbaan in Berlijn klapte de voorband van stayer Fritz Theile. Fritz stierf op pinksterzondag 4 juni en werd 27 jaar: lees

Tijdens de monsterrace Parijs-Brest-Parijs kwam s’nachts de Fransman Ribeaux in botsing met het paard van een gendarme. Ribeaux overleed een dag later.

1913: Op de baan van Halle verongelukte gangmaker Hans Bachmann.
Op 25 juli verongelukte op de wielerbaan van Straatsburg de zevenentwintigjarige stayer  August Kraft.
Bij een stayersontmoeting in het Keulen van 7 september vielen twee doden. De band van de motor van gangmaker Gus Lawson ontplofte. Zijn motor sloeg om en verpletterde de aanstormende Duitse stayer Scheuermann. Lawson en Scheuermann namen gezamenlijk hun plaatsje in de Grote Stayershemel in.
Nog geen maand later, in Berlijn, sneuvelde de Duitse amateurkampioen Max Hansen.
Op de baan van Halle stierf de stayer Hans Lange.

1914: tijdens de Leipzigger Ostpreis kreeg Piet van Nek een klapband. Piet, 28 jaar geworden, werd op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam bijgezet.
Willy Hamann kwam op Treptowerwielerbaan van Berlijn aan zijn einde. Dat gebeurde op 28 juli.
In de wegkoers Rund um die Hainleite verongelukte Hugo Marktscheffel.

1914: De Zwitser Frans Suter werd tijdens de training, in de buurt van Parijs, op een onbewaakte spoorwegovergang gegrepen door een trein.
1916: Op de Treptowerwielerbaan van Berlijn verongelukte gangmaker Max Bauer. Max werd 29 jaar.1917: tijdens de grote prijs van Düsseldorf op 8 juli, verongelukte de Keulense renner Jacob Esser. Jacob werd 23 jaar.

Louis Mettling, bijgenaamd ‘de schooljongen van Roxburry’ afkomstig uit Boston, viel tijdens de Grote Prijs van Dresden dood. Zijn straatarme ouders hadden geen geld om hun zoon te laten terugkeren naar huis. Op het kerkhof Tolkewitz bij Dresden, mocht Mettling 22 jaar, op de jongste dag wachten. Foto: Archief Stuyfssportverhalen

1918: tijdens de Grote Herfstprijs van Düsseldorf 18 oktober verongelukte stayer Peter Günter. Peter werd 36 jaar: lees
Louis Darragon voormalig wereldkampioen in 1906 en 1907 verongelukte op het Velodrome d’Hiver. Louis werd 35 jaar.

1921: In de koers Parijs-Nancy werd René Chasot verpletterd door een vrachtwagen.

1922: Tijdens een tandemkoers in het Berlijn van 24 september komt de combinatie Schwab/Emanuel Kudela ten val wat Kudela, 25 jaar, niet overleeft.

1926: Voor gangmaker Franz Hofman was de dood geen onbekende.Renner Harry Elkens vond achter de motor van der Franzl de dood. Op 15 augustus tijdens de openingskoers van de wielerbaan van Hamborn vertrok Hofman naar de Grote Stayershemel. Na een val stierf Franz drie dagen later. Hofman werd 47 jaar.

26 Augustus. Bij een stayerskoers in het Parc des Princes kreeg de Franse stayer Gustave Ganay een klapband. Drie dagen  later stierf hij. Gustave werd 34 jaar.

Op 10 augustus, bij een stayerskoers in Keulen komt gangmaker Wronker met een razende vaart met motor en al terecht in het publiek. Wronker overleeft het niet.

1927: In Leipzig stierf Franz Krupkat 33 jaar, aan de gevolgen van een val achter de zware motor. Gebeurde op 1 juni.

Tijdens de training op de Oerlikonbaan in Zurich verongelukte de Duitse stayer Ernst Feja. Ernst werd 28 jaar.

1928: Tijdens de training op de wielerbaan van Frankfurt komt de Belgische stayer Gustaf Lejour 27 jaar, ten val en overlijdt met zware hersenletsel. Tragisch detail: van zijn ongeluk was zijn dochtertje getuigen.

De begrafenis van Leo Leene, doodgevallen achter de motor. Leo werd 30 jaar.

De begrafenis van Leo Leene, doodgevallen achter de motor. Leo werd 30 jaar.

1930: Op de wielerbaan van Groningen breekt het stuur van stayer Leo Leene. Terwijl gangmaker Jan Slesker niets merkt maakt Leene een dodelijke val.

1931: Ottavio Botttechia de Italiaanse kampioen komt niet thuis van training. In een wijngaard werd niet veel later zijn ontzielde lichaam gevonden.

Op de wielerbaan van Elberfeldt, Duitsland, komt gangmaker Stan Ceurremans ten val. Enige dagen later is Stan wijlen. Hij werd 51 jaar.

1933: George Lemaire werd vierde in de Tour de France, maar op 29 september van dat jaar, vertrok George naar de Grote Wielerhemel. Tijdens een koers in Tervure maakte hij een val met dodelijke afloop.

1933: Theo Perelaer, Belg, verongelukte op de wielerbaan van Verviers.

Tijdens de training op de wielerbaan van Rijswijk, krijgt stayer Frans Ceurremans, zoon van gangmaker Stan Ceurremans met ’90 in het uur’, een klapband. Drie dagen later overlijdt hij. Frans, begraven bij zijn vader,  werd 21 jaar.

1934: Bij Schoorldam kwam de auto van Klaas van Nek jr onder de trein. Niet alleen van Nek stierf maar ook Flip Reynders (foto: links) en Sam Hoevens.

Begrafenis van Cepeda in zijn thuisstad Sopuerta

Begrafenis van Cepeda in zijn thuisstad Sopuerta

1934: Tijdens het Zwitserse baankampioenschap sprint kwam Emile Richli ten val. Twee dagen later overleed Richli ten gevolge van een schedelbreuk. Emile werd 30 jaar.

1934: Bij het Spaanse stayerskampioenschap komt favoriet Josep Nicolau ten val. Een dag later sterft Josep, 27 jaar, aan de gevolgen van hersenletsel

1935: Francisco Cepeda (Spa), kreeg tijdens de afdaling van de Lautaret, Tour de France, een klapband en stortte in een ravijn. Met een schedelbasisfractuur werd Francesco overgebracht naar Grenoble waar hij op 14 juli overleed. Cepeda werd 29 jaar.
Bij wielerkoersen op de baan van Woensel kwam de negentienjarig Gerrit Mortier ten val. Bewusteloos werd Gerrit naar het ziekenhuis gebracht waar hij dezelfde nacht overleed.

Het graf van vader en zoon Ceurremans op de Haagse begraafplaats Eik en Duin. Vader Stan, gangmaker, viel in 1931 dood. Tien jaar later zijn inmiddels stayer geworden zoon Frans die 21 jaar.

Het graf van vader en zoon Ceurremans op de Haagse begraafplaats Eik en Duin. Vader Stan, gangmaker, viel in 1931 dood. Tien jaar later zijn inmiddels stayer geworden zoon Frans 21 jaar.

1935: Tijdens sprintwedstrijden op de winterbaan van Brussel komt lokale favoriet Alexis Heusy ten val en overlijdt ter plekke aan een schedelbreuk. Elexis werd 21 jaar.

1935: Diep in de finale van Parijs-Lille met nog honderd meter te gaan en alleen op kop komt de West-Vlaming Archiel Dermaux ten val en sterft ter plaatse. Archiel werd 29 jaar.1937: Tijdens de wereldkampioenschappen gehouden in Antwerpen verongelukte  de Franse stayer Andre Raynaud (Fra). André werd 32 jaar.

1946: Tijdens en profkoers in het Vlaamse Asper komt Triphon Verstraeten ten val. Twee dagen later geeft Triphon de geest. Hij werd 26 jaar.

1948: Op 16 juni kwam de talentrijke Ichtegemse renner Richard Depoorter om het leven in de vierde rit van de Ronde van Zwitserland tijdens de afdaling van de Süstenpass. Hij kwam ten val in een tunnel en werd overreden door een volgauto. 

1949: Op 4 september, tijdens een stayerskoers in het Parc des Princes, Parijs, verongelukt Paul Choque. Paul, winnaar van Bordeaux-Parijs 1936, werd 39 jaar.

Het graf van Faoton en Serge Coppi. Serge rust rechts.

Het graf van Fausto  en Serge Coppi. Serge rust rechts.

1950: Tijdens het kampioenschap van Frankrijk werd Beroepsrenner Camille Danguillaume 31 jaar, doodgereden door een motor.
Walter Heslich, gangmaker op leeftijd, komt tijdens de training op de baan van Erfurt ten val en overlijdt ter plekke.

1951: Serse Coppi (Ita), de broer van Fausto Coppi, doodgevallen tijdens de laatste kilometer van de Ronde van Piemonte. Serse werd 28 jaar.

1951: Gerard van Beek maakte op 15 maart 1951, tijdens de Zesdaagse van Berlijn een fatale val.Tijdens een clubwedstrijd in de Wijdewormer botste Klaas de Lange, 20 jaar, tegen een stilstaande auto. Klaas ook lid van DTS en wonende in dezelfde straat als Van Beek, stierf enige dagen later.

1952: Tweevoudig wereldkampioen stayeren én oorlogsveteraan Erich Metze, valt tijdens de training op de baan van Erfurt. Twee dagen later overlijdt Erich die 43 jaar werd.

1952: Tijdens de negende etappe van de ronde van Catalonië wordt Emilio Marti door een volgwagen aangereden. Emilio werd 28 jaar.

1952: Tijdens de vierde etappe van de ronde van Italië komt Orfeo Ponsin ten val. Orfeo werd 23 jaar.

1954: Roland Jacquet, klapt, tijdens de Ronde van Europa, vol op een stilstaande auto. Roland werd 23 jaar.

Tijdens een trainingsrit verloor de Spaanse renner Francisco Aloman de macht over het stuur. Francisco 27 jaar, stierf aan zijn verwondingen.

1955: Tony Veldhuis 17 jaar start in de ronde van Kampen, en komt ten val. Op weg naar het ziekenhuis overlijdt Tony aan de gevolgen van een schedelbreuk.
Tijdens de training komt de Spaanse beroepsrenner Francisco Aloman ten val. Francisco, onder grote belangstelling begraven op Mallorca, werd 27 jaar.

Het graf van de in Vlaanderen nog steeds diepbetreurde Stan Ockers.

Het graf van de in Vlaanderen nog steeds diepbetreurde Stan Ockers.

1956: Stan Ockers (Bel), wereldkampioen op de weg, tijdens een baanwedstrijd in Antwerpen. Stan werd 36 jaar.

Tijdens de zesde etappe van de Ronde van Oost-Duitsland komt Erich Schulz ten val. Erich werd 42 jaar.

1958: Vlak nadat Adrie Alting, in de ronde van Friesland,  als tiende over de finish was gekomen botste hij tegen een boom en overleed ter plekke. Adrie werd 23 jaar.

1958: De Acht van Chaam, eindsprint bij de nieuwelingenkoers waarbij Reinier Riethoven, 16 jaar, zwaar ten val komt. Op weg naar het ziekenhuis overlijdt Reinier.

1959: Willy ‘Rupske’ Lauwers komt op de wielerbaan van Mallorca ten val. Rupske werd 22 jaar.

1960: Olympische Spelen Rome, tijdens de ploegentijdrit sterft de Deen Knut Jensen. Vermoedelijk doodsoorzaak, combinatie van hitte en amfetamine. Knut werd 24 jaar.

Tijdens de training, 2 augustus, op de wielerbaan van Tula, Sowjet-Unie, krijgt amateurstayer Smirnow in volle vaart een klapband en overlijdt aan een schedelbasisfractuur.

1961:  De Ronde van Duitsland. In de finale van de zesde etappe, aankomst in Triest, komt de Italiaan Alessandro Fantini ten val en sterft aan de gevolgen. Alessandro werd 29 jaar.

Graf Willy Depoorter

Graf Richard  Depoorter

1962: Tijdens de Grote Prijs Fourmies komt Marc Huiart in botsing met een auto. Marc wordt 26 jaar.

1963: Gangmaker Felicien van Ingelghem klapt, bij een stayerskoers in het Amsterdamse Olympisch Stadion tegen de starter op. Zwaar bloedend én een schedelbasisfractuur wordt Felicien afgevoerd nar het ziekenhuis waar hij twee dagen later overlijdt. Van Ingelghem werd 63 jaar.

1965: Peter Bronkhorst komt tijdens baanwedstrijden in het Olympisch Stadion, Amsterdam, ten val. Peter was 19 jaar jong.
Spaans veldrit kampioen 1964, Amelio Mendijur, wordt tijdens de training door een auto geschept. Amelio werd 21 jaar.

1966: Tijdens de training wordt de Spanjaard José Luis Talamillo dodelijk aangereden door een auto. Talamillo werd 33 jaar.

De begrafenis van Achierl Dermaux die diep in de finale van Parijs-Lille met nog honderd meter te gaan en alleen op kop ten val en komt en ter plekke sterft. Archiel werd 29 jaar.

De begrafenis van Achiel Dermaux die diep in de finale van Parijs-Lille met nog honderd meter te gaan en alleen op kop ten val komt en ter plekke sterft. Archiel werd 29 jaar.

1967: Tom Simpson (Eng), wereldkampioen op de weg, slachtoffer van een kransslagaderbreuk op de Mont Ventoux als gevolg van hitte en doping.
Tijdens het kampioenschap van Spanje breekt de ketting van Valentin Uriona. Valentin, 26 jaar, komt ten val en overlijdt.
Roger de Wilde krijgt tijdens een kermiskoers in Kemzeke een hartstilstand. Roger werd 25 jaar.

1969: Jose Samyn (Fra), na botsing tegen verkoper van programmaboekjes tijdens een kermiskoers in Zingem (Belgie).
Tijdens het criterium van Kortenhoef overlijdt Cees Schijff ten gevolge van een hartstilstand.

1971: Tijdens de Grote Marktprijs van Retie knalt Jean Pierre Monseree tegen een auto.  Monseree, wereldkampioen, werd 23 jaar.
1971: Ben Jurriaans raakt met zijn hoofd een stoeprand in een criterium te Leidschendam.

1972: Manuel Galera (Spa), na een valpartij tijdens de Ronde van Andalusië. Manuel werd 29 jaar.

1973:Tijdens een afdaling in de Ronde van Oostenrijk rijdt Graeme Jose, Australier, tegen een vrachtauto op. Graeme werd 21 jaar.

1974: Dries Rossloot wordt, tijdens het NCK in Dronten door een tractor aangereden. Dries werd maar 17 jaar oud.

Het graf van Piet en Klaasje van Nek op de Nieuwe Oosterbegraafplaats. In 1914 verongelukte Piet van Nek achter de zware motor. Precies twintig jaar later stierf zijn neefje Klaas van Nek. Lees: ‘De begrafenis van Jong Klaasje’ elders op deze blog.

Het graf van Piet en Klaasje van Nek op de Nieuwe Oosterbegraafplaats. In 1914 verongelukte Piet van Nek achter de zware motor. Precies twintig jaar later stierf zijn neefje Klaas van Nek. Lees: ‘De begrafenis van Jong Klaasje’ elders op deze blog.

1975: Tijdens de ronde van Zuid-Holland komt Cees Sintnicolaas ten val. Met schedelletsel wordt Cees naar het ziekenhuis afgevoerd waar hij een dag later stierf. Cees werd 22 jaar.

1976: Juan Manuel Santisteban (Spa), bij een valpartij in de eerste etappe
van de Ronde van Italië op Sicilië.

1977: Bas Hordijk krijgt, 3 juli van dat jaar, tijdens een criterium in Santpoort een hartaanval.

1978: Bij een stayerskoers, gehouden op 7 oktober in Leipzig, krijgt vijfvoudig Oostduits kampioen Karl Kaminski een lekke band en komt ten val. Met zwaar hersenletsel overlijdt Karl een dag later

1979: Tijdens een veteranenklassieker in de buurt van Helendoorn komt Toon Rutte ten val en overlijdt aan een schedelbreuk. Toon werd 41 jaar.

1981: Tijdens een trainingsrit in Spanje, op 14 maart van dat jaar, werd Piet Franken afkomstig uit Oosterhout door een auto aangereden. In het ziekenhuis overleed Piet.

1982: De Belgische wielrenner Rudy Vandenbroucke kwam na 30 kilometer van de 124 kilometer lange koers rond Liederkerke plotseling ten val. De gevolgen waren noodlottig. Door een hartstilstand verloor Vandenbroucke het bewustzijn en op weg naar het ziekenhuis overleed hij.

De 25-jarige Belgische amateur Wilfried Vandenbroeck is aan de gevolgen van een valpartij tijdens een criteriumkoers in Willebroek overleden. Tijdens de valpartij waarbij zes renners waren betrokken, raakte Vandenbroeck al buiten bewustzijn.

Tijdens een wielerkoers in het Joegoslavische Zenica zijn de wielrenners Nenad Bosanac en Mwehmedalija Cehajic dodelijk verongelukt. Vier andere renners raakten bovendien zwaar gewond, toen een automobilist het stopteken van het begeleidende politiekorps negeerde en zo het peloton inreed.

1984: Op 27 maart 1984 is de amateurwielrenner Maarten Vogels uit Stipthout tijdens een trainingsrit door een hartstilstand overleden.

Het graf van Sam Hoevens op kerkhof Vredenhof in Amsterdam. Sam een beroepsrenner uit de jaren dertig, verongelukte samen met Flip Rijnders en Klaas van Nek.

Het graf van Sam Hoevens op kerkhof Vredenhof in Amsterdam. Sam een beroepsrenner uit de jaren dertig, verongelukte samen met Flip Rijnders en Klaas van Nek.

Willy Schmitter, doodgevallen in het Lepzig van 1905. Willy, 20 jaar geworden, en afkomstig uit Keulen kreeg een heldenbegrafenis.

Willy Schmitter, doodgevallen in het Leipzig van 1905. Willy, 20 jaar geworden, en afkomstig uit Keulen kreeg een heldenbegrafenis.

Tijdens de kampioenschappen van de Salland-IJsselstreek Combinatie gehouden op het parcours De Knobbel in de legerplaats ‘t Harde reed plots een militair voertuig het parcours op. De meeste renners konden het voertuig tijdig ontwijken, maar de 18-jarige Chris Knul reed in volle vaart frontaal op het legervoertuig. In het ziekenhuis van Zwolle werd geconstateerd dat hij ernstig hersenletsel had opgelopen en in coma was. Op de avond van eerste paasdag is hij overleden.

Een schijnbaar uiterst onbenullige valpartij tijdens een clubwedstrijd voor veteranen heeft de 46-jarige wielrenner Piet Overdevest het leven gekost. Hij viel op zijn hoofd waardoor vitale hersenfuncties zijn uitgevallen. Vier dagen later overleed Overdevest. Het ongeval vond plaats op het verenigingsparcours van LRTV Swift in Zoeterwoude.

Joaquim Agostinho (Por), stierf, na een val over een hond tijdens een etappe van de Ronde van Algarve.

1988: Op vrijdag 11 november is Gerard Ratterman in zijn woonplaats Mijdrecht begraven. Tijdens een trainingstochtje eerder die week werd 33-jarige amateurrenner door een auto aangereden en aan de daarbij opgelopen verwondingen overleden.1986: Emilio Ravasio (Ita), (foto: links) na een val tijdens de eerste etappe van de Ronde van Italië op Sicilië.

1987: Peter Posmiers (Bel), na een val tijdens een spurt van een kermiskoers in Leuven op 23 mei. Peter werd 18 jaar.

1987: Vicente Mata (Spa), na een botsing met een auto tijdens de Grote PrijsLuis Puig in Valencia.
Michel Goffin (Bel), na een val tijdens de Grote Prijs Haut-Var. Michel werd 26 jaar.

1988: Connie Meijer (Ned), onwel tijdens een vrouwen-criterium, in Nederland, en sterft aan een hartstilstand.1991: Danny Alaerts (Bel), na een val tijdens een sprint van een kermiskoers in Leuven op 8 oktober. Danny werd 23 jaar.

1991: Bij de kermiskoers in het Vlaamse Haacht komt renner Danny Alaerst, 23 jaar, in de eindsprint ten val. Danny overleefd dat niet.

Monument op plaats waar Jempi Monsere verongelukte.

Monument op plaats waar Jempi Monsere verongelukte.

1993: Tijdens een veldrit in het Vlaamse Heist-op-den-Berg wordt Geert de Vlaminck getroffen door een hartstlstand. Geert werd 26 jaar.1992: Bij een mountinebikekoers in het Belgische Overijse krijgt Wim Lambrechts een hartstilstand. Wim werd 25 jaar.

1995: Nestor Mora, Augusto Triana en Hernan Patino, allen afkomstig uit Columbia, werden, vlak na de start van een koers in Manzinales, door een vrachtauto dood gereden.
Philippe Marchix (Fra), na een val tijdens de Ronde van Eure (Frankrijk) voor amateurs.
Fabio Casartelli (Ita), na een val tijdens de vijftiende etappe van de Tour de France in de afdaling van de Portet-d’Aspet. Fabio, Olympisch kampioen van 19923, werd 24 jaar.

1996: José Antonio Espinosa (Spa), na een val tijdens een ploegentijdrit het Criterium Fuenlabrada.

1996: Danny Jonckheere (Bel), tijdens een val in een koers in Roeselare. Danny werd 22 jaar.

Het graf van Jimmy Michaels                                    Foto: Andrew Homan

Het graf van Jimmy Michaels Foto: Andrew Homan

1997: In de ronde van de Jura knalt Armin Hegglin tegen een boom. Armin werd 17 jaar.

1999: Manuel Sanroma (Spanje), komt tijdens een etappe in de Ronde van Catalonie, bij een eindsprint ten val. In de ambulance overlijdt hij. Manuel werd 22 jaar.

2000: In de ronde van Catalonie komt Saul Morales dodenlijk  ten val. Saul werd 27 jaar.

2001: Ricardo Otxoa (Col), tijdens een training aangereden door een vrachtwagen. Ricardo stierf op 15 februari en werd 27 jaar.

2003: Andrej Kivilev (kazachstan), na een val in de 2e etappe van Parijs-Nice.
Nieuweling Kenny Vanstreels werd kort na de start van de Omloop van Haspengouw, onwel en overleed een uur later. Kenny werd 19 jaar.
20 juli. Laury Aus, afkomstig uit Estland en prof in Franse dienst werd tijdens een training dood gereden door een dronken automobilist. Lauri werd 33 jaar.

Het graf van Jimmy Michaels                                    Foto: Andrew Homan

Het graf van Laury Aus.

2004: Tijdens de veldrit van Erpe-Mere, Vlaanderen, sterft Tim Pauwels ten gevolge van een hartaderbreuk. Tim werd 22 jaar.

2005:  In de klim naar de Subida al Naranco krijgt Alessio Galetti een hartstilstand. Alessio werd 37 jaar.
Op 18 juli van dat jaar wordt de, in Duitsland trainende Australische renster Amy Gillet door een auto aangereden. Amy, 29 jaar geworden, komt daarbij om.

2006: Isaac Galves (Spanje), komt, tijdens de Zesdaagse van Gent, in botsing met Dimitri de Fauw en maakt, tegen de  balustrade, een dodelijke val. De Fauw die hier niet mee kon leven maakte op 6 november 2009 een eind aan zijn leven.

2008: Bruno Neveg 26 jaar (Portugal), komt ten val in een afdaling tijdens de Clasica de Amarante

2008: In Amsterdam komt Gerard Agema, zestig jaar, tijdens een veteranenkoers ten val. Agema stierf een paar dagen later.

2009: Frederik Nolf  Stierf, tijdens de ronde van Qatar, in zijn slaap, Frederik werd 20 jaar.

Herdenkinsteen op de plek waar Fabio Casartelli was doodgevallen

Herdenkingsteen op de plek waar Fabio Casartelli was doodgevallen

2011: Het is de derde etappe van de Giro d’Italia als Wouter Weylandt, tijdens  de afdaling van de Passo del Bocco dodelijk verongelukt. Wouter werd 26 jaar.

2011: Tijdens een trainingsrit in de buurt van Milaan werd de Australische wielrenster Carley Hibberd dodelijk aangereden door een auto. Carley werd 26 jaar.

2011: Tijdens een trainingsrit in de buurt van  Houthalen, Vlaanderen, wordt de  Yves Knuts geschept door een auto. Yves werd 39 jaar.

2012: De Spaanse neoprof Victor Cabedo komt tijdens een training in botsing met een vrachtauto. Victor, 23 jaar, overleeft het niet.

2013: Na de eindsprint van de kermiskoers in het Westvlaamse Veldegem komt de als derde geëindigde Wouter Dewilde,  35 jaar, in botsing met de dranghekken. Wouter, een eliterenner zonder contract sterft enige uren later.

Voor de ‘liefhebber’: lees mijn boek ‘Flirt met de Dood’ , een verslag over de lugubere stayerssport van weleer waarbij meer dan veertig renners de dood vonden. In ‘Flirt met de Dood’ het levensverhaal van Piet Dickentman, de Amsterdamse stayer die meer dan vijfentwintig jaar de dood trotseerde. Het boek staat vol met unieke, historische foto’s beschikbaar gesteld door de familie Dickentman.  Voor meer info: http://www.stuyf@msn.com

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 70 other followers