El Negro kwam in een kist thuis

De ultieme klim én afdaling. Daar leefde hij voor. Op zijn fietsje urenlang in de bergen van Baskenland, dansend richting hemel. Francisco Cepeda, wegbereider van een heel peloton Spaanse klimgeiten. De held van zijn dorp Sopuerta. De hoop van Baskenland. Negenentwintig jaar en lichamelijk op z’n top. Francisco, donker, tikkeltje zigeunerachtig. Mooie, vrome  jongen. Had een intieme relatie met de Heilige Maagd. Stak in de San Pedro Apostolo, de dorpskerk, kaarsen op bij dozijnen en smeekte haar of ze hem genadig mocht zijn. Per slot beoefende Francisco een gevaarlijke stiel. Francisco Cepeda, beroepsrenner, of beter gezegd, klimmer. Werd twee keer kampioen van Baskenland waarin hij afrekenende met een hele kudde klimgeiten.
El Negro de Sopuerta werd hij genoemd. De zwarte van Sopuerta, een avonturier die leefde voor zijn sport. Nam begin juli afscheid van zijn moeder, zes broertjes en zusjes. Beloofde zijn supporters te strijden tot hij er bij neerviel. Smeekte de heilige maagd nog één keer om het nodige geluk en reisde af naar Parijs.  De Zwarte ging voor de vierde keer op jacht naar succes in de  Tour de France. Francisco zou nooit meer zijn dorpje én geliefden terugzien.
11 Juli 1935, de zevende etappe Aix-Le-Bain-Grenoble loodzwaar met meerdere cols waaronder de lugubere Galibier. Een dag waarop het kwik bijna uit de thermometers spatte. De roodkoperen ploert, om maar een lullige uitdrukking te gebruiken, stond genadeloos te gloeien. Het asfalt kookte, dorpspompen maakten overuren en renners naderden het kookpunt. Ook Francisco kreeg zijn deel. Het was zijn dag niet. Moeizaam klauterde hij omhoog. Het moest maar gebeuren in de Pyreneeën, riep hij naar een ploeggenoot.  Op de top van de Galibier zat de Bask alleen achter de kopgroep. Voor Cepeda, tiende jaar prof, een ouwe klimgeit met de nodige ervaring, was de afdaling een kwestie van je laten vallen en proberen het gat te dichten. En daar ging het mis. Hoe het precies gebeurde weet niemand. Vermoedelijk sprong door de hitte de tube van zijn voorwiel af.
De Zwarte stortte in een ravijn en werd met een zware schedelfractuur afgevoerd naar het ziekenhuis in Grenoble. Veertien juli nationale feestdag. Niet voor Sopuerta, noch voor de familie Cepeda. Het was de dag dat Francisco stierf. In zijn geboortedorp kreeg hij een heldenbegrafenis. Op de schouders van zijn kameraden werd El Negro naar de begraafplaats gedragen. Francisco Cepeda, 29 jaar geworden schreef toch geschiedenis, al was het van een bedenkelijke soort: hij was de eerste renner die sneuvelde in een Tour de France.

Foto 1: Kampioen van het Baskenland. Foto 2: Het sterfbed van Cepeda. Foto 3: Begrafenis van Cepeda. 

Bron: Sport Revue jaargang 1935, de site van Club de Portivo de Bilboa.

‘Godsnondeju, dat heb ik weer’

Ronde van Frankrijk, synoniem met vakantiegevoel. Drie weken iedere dag topsport op de televisie. Mooie verhalen én foto’s in de bladen. Stuyfssportverhalen gaat ook mee met de waan van de dag. Even geen horrorverhalen over doodgevallen stayers. Tijdens de Tour  mooie en unieke ‘plaatjes’ uit zijn archief. Uiteraard met betrekking tot de Tour. Vandaag de Tour van 1936, de vierde etappe met een ‘gesloten bareel’: waar Albert Gijsen wel raad mee wist.  

 Het favoriete plekje voor de echte liefhebber. Die stond daar urenlang. Te wachten op spektakel! Waarvoor een aanstormende trein, zakkende spoorbomen, én een  peloton renners voor nodig waren. Op een ‘bareel’, Vlaams woord voor spoorovergang, schreef Albert Gijsen historie. Héél kleine geschiedenis, maar toch. Wat dat betrof was Gijsen  sowieso een geluksvogel. De man ging de  geschiedenisboeken in als één van de vier eerste vaderlandse Tourrenners.  Albert, Brabander,  beet dus de spits af. Vertrok naar Parijs en kreeg van de organisatie een fiets, wat verplicht was. En daar begon voor de boomlange Albert de ellende. Een frame in zijn maat was niet voorhanden. Uiteindelijk vertrok Gijsen op een té klein exemplaar.
Albert Gijsen, broodrenner in de crisesjaren. Scharrelde zijn kostje bij elkaar in de Vlaamse kermiskoersen. Liet zich door sportjournalist Joris van den Bergh overhalen mee te doen aan de Tour de France waarvoor hij  een aantal lucratieve contracten liet schieten.  Voor Albert werd de ronde van Frankrijk één grote misère.  Na vier dagen was er nog geen cent verdiend. Je zal daar bijna fatalistisch van worden. Albert Gijsen in ieder geval wel.  De vierde etappe. Gijsen op kop van het peloton. Gaat, in de buurt van Debrouillardise, een gat in midden Frankrijk,  de spoorbomen dicht. ‘Godsnondeju’, moet hij in sappig Brabants geroepen hebben. ‘Dat heb ik weer’. Albert, fietsende opportunist, rook ook zijn kans, en weet, fietsend,  rakelings voor een aankomende stoomloc over te steken. Op het moment suprême wordt Gijsen door de  fotograaf van het sportblad Le Miroir des Sports gesnapt.  Op een prominente plaats in het toentertijd toonaangevende blad pronkte Alberts heldendaad.
Albert Gijsen, prof van 1935 tot ’39, kwam tijdens de etappe over de Galibier te laat binnen. Voor de renner uit Putte-Kapellen was de Tour na een week afgelopen. Na de oorlog stapte de Brabander weer op de koersfiets. Met weinig succes. Albert Gijsen die een aanstormende locomotief wist te weerstaan, stierf op ruim eenennegentig jarige leeftijd.

Foto 1: Albert Gijsen, links, weet op zijn té kleine fiets, een locomotief te ontwijken.

 

Geplaatst in 1, Tour de France. Reageer »

Tourwinst dankzij twintig flesjes bier

Ronde van Frankrijk, synoniem met vakantiegevoel. Drie weken iedere dag topsport op de televisie. Mooie verhalen én foto’s in de bladen. Stuyfssportverhalen gaat ook mee met de waan van de dag. Even geen horrorverhalen over doodgevallen stayers. Tijdens de Tour  mooie en unieke ‘plaatjes’ uit zijn archief. Uiteraard met betrekking tot de Tour. Vandaag de bergetappe Grenoble-Evian van de Tour 1929, waarin de geletruidrager zich staande hield met twintig flesjes bier.

 Tien minuten voor het vertrek. Renners stonden te wachten op het startschot. Behalve de geletruidrager. Die lag bewusteloos op het toilet. Maurice de Waele, nummer één van het klassement, was ziek, zwak en misselijk. Voedselvergiftiging. De hele nacht werd zittend op de wc-bril doorgebracht. Een ramp voor Maurice, die  alleen nog maar de bergen goed moest over komen. Met iedere poepbeurt zag hij een Touroverwinning én het daaraan verbonden  kapitaal langzaam verdampen. Om De Waele weer op zijn fietsje te krijgen was een mirakel nodig. Of beter gezegd een tovenaar. Zo eentje die een dode tot leven kon wekken. Laat zijn ploegleider  Ludovic nou aan al die eisen voldoen. Die wist wel waar Abraham de  mosterd haalde. Ludovic ook. Uit de apotheek.
Na een stichtelijke behandeling waarbij je er maar niet aan moet denken welke vreselijke enge preparaten De Waele toegediend kreeg, stopte de ‘racekak’. De Waele vertrok en hees zich met zijn zieke lijf over vier cols waaronder de Galibier. Een medisch wonder, dat een extra dimensie kreeg doordat de Vlaming dat deed op een dieet van twintig suikerklontjes weggespoeld met evenzoveel flesjes bier. Uiteindelijk won Maurice de Waele zijn Tour de France.
Maurice de Waele stierf in 1952 op vijfenvijftig jarige leeftijd. In zijn geboortedorp Lovendegem zijn ze Maurice niet vergeten. Dat er een groot sportcentrum naar hem vernoemd is, is logisch. Aardiger  is die  bronzen plaquette met Maurice’ heldendaad. Geplaatst tegen de gevel van de dorpskroeg met de naam ‘In de Verzekering tegen de dorst’.  Symbolischer kan het niet voor een renner die de Tour won op twintig flesjes bier.

 

Geplaatst in 1, Tour de France. Reageer »

Historische beelden van een vergeten Tourheld

Begin jaren vijftig. De roemruchte Nederlandse Tourploeg onder aanvoering van Kees Pellenaars. Kopmannen Wim van Est en Wout Wagtmans schreven geschiedenis. Hadden ze nooit  kunnen doen zonder hulp van meesterknecht Hein van Breenen. Amsterdamse volksjongen Van Breenen, sterk, leep en voor de duvel en zijn ouwe moer niet bang. Held van de Nieuwmarktbuurt. Groot geworden in de Koningstraat. Begin jaren vijftig. Heintje, zoals hij in de buurt genoemd werd, naar de Tour de France. Beroepsrenner  Van Breenen. Stond vier keer aan de start van een Tour. Reed ze allemaal uit. Werd  twee keer tweede in een etappe.
Hoe Hein dat flikte dat moest je maar zelf verzinnen. Of anders lezen in de krant. Vrijwel niemand had Van Breenen ooit daadwerkelijk zien koersen. In de doorgaans nuchtere Nieuwmarktbuurt waar je vooral geen kapsones moest hebben anders ging je kop eraf, kreeg Hein een mythische status. Waar radioverslaggever Jan Cottaar debet aan was.
Heins heldendaden werden door Cottaar bezongen op de buizenradio. Regelrechte televisiereportages? Enfin dat weten we wel.  
Bijna zestig jaar later. Op youtube is er een filmpje opgedoken over die bewuste Tour. Dat Jan Cottaar geen woord had overdreven over  Van Breenens beulswerk, wordt duidelijk. Op het kleurenfilmpje, een prachtig tijdsbeeld van de Tour jaren vijftig, zie je, op kop van het peloton, Van Breenen sleuren.
Hein van Breenen, negen jaar beroepsrenner met vijf overwinningen stopte in 1962 met koersen. Kende na zijn wielercarrière een grillige loopbaan met onder meer coach van het nationale dameswielerteam. Om uiteindelijk de groetenzaak van zijn vader, in de Koningsstraat over te nemen.
Hein van Breenen stierf op zestig jarige leeftijd aan een hartverlamming.
Foto rechts: De fameuze Tourploeg, links Hans Dekker, Wagtmans, Van Est, Voorting en Van Breenen.

Klik de link aan. Kijken! http://www.youtube.com/watch?v=AgBuyVpzSaw

Pupe stak er eentje op, inhaleerde diep en won

Ronde van Frankrijk, synoniem met vakantiegevoel. Drie weken iedere dag topsport op de televisie. Mooie verhalen én foto’s in de bladen. Stuyfssportverhalen gaat ook mee met de waan van de dag. Even geen horrorverhalen over doodgevallen stayers. Tijdens de Tour  mooie en unieke ‘plaatjes’ uit zijn archief. Uiteraard met betrekking tot de Tour. Vandaag, 12 juli 1927, precies vijfentachtig jaar geleden de etappe Pontalier-Belfort…

De vergelijking? Alle vier Tourrenners. En daar hield meteen de overeenkomst mee op. Kruijswijk, Mollema, Geserick én Geldhof. De eerste drie, blozende, lieve en fatsoenlijke jongens. s ’Morgens aan de Brinta, pasta én bruin brood met kaas. En direct na de etappe een zakje winegums voor het suikergehalte. Braaf hoor, maar de teller van etappeoverwinningen staat nog op nul. Brinta en winegums…
Maurice Geldhof, bijnaam Pupe, had daar hartelijk om geschaterd. Pupe, West-Vlaming,  kende zo zijn eigen merkwaardige voorbereiding. Geldhof stak vlak voor het startschot nog even een verse sigaret op. Trok de rook via de longen richting tenen. Gooide de peuk weg. Ging van start en won de etappe.  
Maurice,  profrenner, tweeëntwintig jaar, geboren en getogen tussen de vlasakkers van West-Vlaanderen.  Als amateur gestaald op die gekasseide  stontpaadjes. Won  meer dan vijftig koersen. Werd renner om den brode.  Gaf Pupe, Vlaams woord voor sigaret, een meter vrijheid en je zag hem aan de streep pas terug. Maurice Geldhof vond zijn apotheose in het seizoen 1927. Won als broekie de semi-klassiekers Bordeaux-Toulouse en Marseille-Lyon. En ging vervolgens als de gebraden haan naar de Tour de France.
Dan is het twaalf juli, vandaag precies vijfentachtig jaar geleden. De etappe Pontalier-Belfort!  Maurice Geldhof, die merkwaardige Vlaamse klepper, schreef die op zijn naam. Pupe, geen ééndagsvlieg, werd tijdens die betreffende Tour  nog twee keer tweede en eindigde in het eindklassement op de tiende plaats. Na het faillissement van zijn sponsor, in 1929, was het gedaan met zijn wielercarrière. De koersfiets ging aan de kaak en er werd werk gevonden in de textielindustrie in Roubaix. Maurice Geldhof in 1970 op vijfenzestig jarige leeftijd overleden.

Met dank aan Frieda Geldhof, dochter van Maurice.

Geplaatst in 1, Tour de France. Reageer »

Hard als een Padanokaas en gemeen als putjeswater

Ronde van Frankrijk, synoniem met vakantiegevoel. Drie weken iedere dag topsport op de televisie. Mooie verhalen én foto’s in de bladen. Stuyfssportverhalen gaat ook mee met de waan van de dag. Even geen horrorverhalen over doodgevallen stayers. Tijdens de Tour  mooie en unieke ‘plaatjes’ uit zijn archief. Uiteraard met betrekking tot de Tour. Vandaag derde etappe Tour 1931 met aankomst in Brest. 

De renners waren gewaarschuwd. Het kon er wel eens ruig aan toegaan. De aankomst in Brest had daarom ‘code rood’. Een finish op een wielerbaan is per definitie link. Maar die van Brest ging een stap verder. Via een steile wand met een haakse bocht de wielerbaan op. Het gedrang begon al vér voor aankomst. Eerste gewin is kattengespin. Vóór in het peloton moest je zitten. Want arriveer als eerste op de baan en de zege zit in je akertje. De Italiaan Rafael Di Paco wist daar wel raad mee. Di Paco, scherpschutter in massasprints, hard als een Padanokaas en gepokt en gemazeld in de vuurlinies van de Italiaanse koersen, had al tien overwinningen op zak.
Rafaele, gemeen als putjeswater, nam het zekere voor het onzekere en stuurde ‘per ongeluk’ even naar links. Achter zich hoorde hij het geluid van krakende frames en brekende spaken. De grootste concurrent Charles Pelissier sloeg tegen de vlakte.   Altijd mooi meegenomen. Di Paco won dan ook de etappe.
Rafaele, vrouwenversierder, hekel aan trainen, won in dat jaar vier touretappes. In latere edities van de Tour sloeg hij nog vijf keer toe. De carrière van de Italiaan nam een merkwaardige wending toen hij in 1940 deelnam aan de Zesdaagse van Buenos-Aires. Terwijl de Toscaan zijn rondjes maakte brak de oorlog uit. Di Paco kon niet terug naar Italië. Waar hij ongetwijfeld niet zó rauwig om was. Niet alleen de  Argentijnse señora’s waren niet te versmaden maar Di Paco won, tot 1945, in het Zuid-Amerikaanse land nog negen koersen.
Rafaele DiPaco, Toscaan, profrenner van 1928 tot 1944, stierf op zevenentachtigjarige leeftijd.

 

Geplaatst in 1, Tour de France. Reageer »

Onbeschaamd geschoren, bruine dijen te showen.

Ronde van Frankrijk, synoniem met vakantiegevoel. Drie weken iedere dag topsport op de televisie. Mooie verhalen én foto’s in de bladen. Stuyfssportverhalen gaat ook mee met de waan van de dag. Even geen horrorverhalen over doodgevallen stayers. Tijdens de Tour  mooie en unieke ‘plaatjes’ uit zijn archief. Uiteraard met betrekking tot de Tour. Vandaag Antonin Magné over wiens carrière genoegzaam bekend is. In dit geval gaat het om de foto. Tourstart anno 1936…

De kat op het spek binden. Want neem  nooit je vriendin mee naar een Tourstart. Dat is de goden verzoeken. Wat hád hij daar een spijt van gehad. En de dag begon zo fijn. Het circus van de Tour de France was in de stad. Samen met zijn vriendin even een kijkje nemen. De sfeer was perfect. Prikkelende geur van vers gemasseerde benen. Verwachtingsvolle spanning  in de lucht. Lekkere hectiek. Uit de speakers dé tophit, La Vie en Rose van Edith Piaf. Nog een half uur voor de start. Ontdekt ze Antonin Magné! En die had in het Frankrijk van 1936  de status van een filmster. De man had namelijk al twee keer de Tour gewonnen.
Je kon geen krant openslaan of je zag die kop van Magné waarop geen haartje verkeerd zat. Nonchalant zat de Fransman achterop een motor. Onbeschaamd zijn geschoren, bruine dijen te showen.
Een handtekening? Minzaam voldeed Antonin, een champ met het uiterlijk van een latin lover, aan haar verzoek. En zij? Smachtend keek ze hem aan. Prettige gevoelens in haar onderbuik. Adrenaline vloog door haar borsten. Boven haar hoofd zweefde een tekstballonnetje met de tekst ‘wat een lekker stuk’. Haar vriend, ook niet gek, zag dat lijdzaam aan.  In broekzakken maakten zijn handen machteloze knijpbeweginkjes als een castagnettespeelster met epilepsie.
Goddank werd even later de Tourkaravaan weggeschoten. Op weg naar een ander finishstadje met het volgende schatje. En Magné? Over de man zijn boeken vol geschreven. Stuyfssportverhalen houdt het daarom alleen bij de statistieken.  Antonin, in de toenmalige Vlaamse pers met ‘Toon’ aangeduid, de taalstrijd was net begonnen, schreef drie  keer de Tour op zijn naam. Won daarbij twintig etappes. Werd in 1936  ook wereldkampioen. Antonin Magné, prof van 1926 tot 1941 stierf in 1983 op bijna tachtigjarige leeftijd.

Geplaatst in 1, Tour de France. Reageer »

Albert Hendrickx en ‘God zegen de greep’.

Ronde van Frankrijk, synoniem met vakantiegevoel. Drie weken iedere dag topsport op de televisie. Mooie verhalen én foto’s in de bladen. Stuyfssportverhalen gaat ook mee met de waan van de dag. Even geen horrorverhalen over doodgevallen stayers. Tijdens de Tour  mooie en unieke ‘plaatjes’ uit zijn archief. Uiteraard met betrekking tot de Tour. Vandaag de etappe Genève-Aix tijdens de Tour van 1937. Waarin Albert Hendrickx van een rotswand werd geschraapt.

Een moderne versie van De Kruisafname.  Lijden en pijn op één foto samengevat.  Albert Hendrickx even tevoren van een rotswand afgeschraapt, wordt afgevoerd. Albert was met  Alphonse Antoine ontsnapt in de etappe Genève-Aix. Een bergrit dwars door Haute-Savoie. Hendrickx, bijgenaamd de Sok, had er zin in. Was in de vijfde etappe al een keer als tweede geëindigd.  Met het moraal zat het wel snor. En vandaag ging het zíjn dag worden. De  Sok en Antoine, ver voor het peloton uit dansend tegen de Col de Aravis: een benenbreker van 1500 meter.
Klimmen is afzien, maar afdalen… De afzink van de Aravis was er één van ‘god zegen de greep’. Van een wegdek was dus geen sprake. Los steenslag op een smal pad. Links diepe afgronden. Rechts een harde rotswand.  En Albert was daarvoor gewaarschuwd. Waar hij even geen boodschap aan had.  Eerzucht schakelt hersenen uit. De Sok liet zich met doodsverachting naar beneden storten. Halverwege kwam de lang verwachte val want een klapband.
Voor Hendricxs was de Tour van 1937 exit.  De Vlaming kwam in latere edities nog een paar keer terug in de Ronde van Frankrijk. Werd twee keer derde en een keer vijfde in een etappe.
In de broodmagere Albert school geen ronderenner. Toch kende hij een opmerkelijke loopbaan.  In zijn zeventienjarige carrière won de inwoner van Kalmthout  negen koersen waaronder een aantal b-klassiekers. Echt geschiedenis schreef de Vlaming in 1948 tijdens Parijs-Brest-Parijs een kamikazerace over twaalfhonderd kilometer: aan één stuk verreden.
Albert was niet uit de eerste waaier weg te slaan. Waar hij geen meter kopwerk deed. Met nog zeshonderd kilometer te gaan sloop ene François Neuville weg: Albert aan het wiel. De Sok sloeg in de laatste centimeters genadeloos toe, en klopte Neuville in Parijs op de streep. Of Albert Hendrickx gewetenswroeging had is niet bekend. Wel dat dé ultieme zweetdief in  1990 op vierenzeventigjarige leeftijd overleed. 

 

Foto 1: Pijn en lijden op één foto.  Foto 2: De afdaling van de Aravis: los steenslag op een smal pad. Links Albert Hendrickx met Alphonse Antoine. 

De Blonde, een held zonder glorie

Ronde van Frankrijk, synoniem met vakantiegevoel. Drie weken iedere dag topsport op de televisie. Mooie verhalen én foto’s in de bladen. Stuyfssportverhalen gaat ook mee met de waan van de dag. Even geen horrorverhalen over doodgevallen stayers. Tijdens de Tour  mooie en unieke ‘plaatjes’ uit zijn archief. Uiteraard met betrekking tot de Tour. Vandaag de vierde etappe van de Tour 1923, Le Sables-d’Olonne. Dé etappe waarin Albert de Jonghe eindelijk eens won.

Twee overwinningen tijdens een carrière die  dertien jaar duurde.  Een erelijst zo dik als een shagvloeitje. Niet om over naar huis te schrijven.  En toch zijn er legio hedendaagse beroepsrenners die voor zo’n uitslagenlijstje  bereid zijn om bij zich zelf een vinger af te laten hakken. Winst in Parijs-Roubaix en een etappe in de Tour de France: garantie  voor eeuwige roem en bekendheid. En met dat laatste is het met  Albert de Jonghe helemaal mis gegaan.
‘Berte’ de Jonghe,  is totaal weggezakt in de Vlaamse modder der vergetelheid. Ten onrechte. Stuyfssportverhalen gaat die ouwe kasseienvreter daar even uit trekken.  De Jonghe, blond struis, fietste meer dan dertien jaar bij de profs. Stond negen keer aan de start van een Ronde van Frankrijk. De West-Vlaming had als een ‘groot’ renner de geschiedenis ingegaan als  hij niet een sprint van een geamputeerde schildpad had.  Berte moest het van de aanval hebben.  En de juiste moraal. ‘Als ik  geen goesting heb laat  ik het steken’, liet hij ooit een journalist opschrijven. De Blonde afkomstig uit Middelkerke, had in Parijs-Roubaix wél goesting. Met zeven minuten voorsprong en met een gemiddelde van vierendertig in het uur, stuiterde hij door De Hel. Zijn naam staat sinds 1922 op de erelijst van deze klassieker.  
Zijn tweede en laatste overwinning kwam een jaar later. Vierde etappe van de Tour de France, editie 1923. Albert de Jonghe had eindelijk weer eens van die ouwerwetse fijne goesting. Voelde de benen niet en klapte vanuit de start weg. Bij de finish zagen ze hem pas terug.
Ongetwijfeld heeft Berte aan zijn twee overwinningen tijdens zijn lange leven nog vaak en met veel genoegen aan terug gedacht. De Jonghe, een held zonder glorie, stierf in 1981 op zevenentachtig jarige leeftijd. In Middelkerke zijn ze De Blonde nog niet vergeten. Jaarlijks wordt daar de ‘Grote Prijs Albert de Jonghe’ verreden, een wielerkoers voor amateurs.

Foto 1 en 2: De Jonghe op de col de Izoard, en na zijn overwinning in Parijs-Roubaix.

Bron: Geillustreerde Sportwereld jaargang 1923, ‘Het Rijke Vlaamsche Wielerleven’uitgave 1942.

De Harige was in overtreding

De Ronde van Frankrijk, de leukste drie weken van het jaar, maar is, wat  anekdotes betreft, behoorlijk afgegraasd. Stuyfssportverhalen beperkt zich daarom tot het plaatsen van de mooiste tourfoto’s uit zijn archief. Waarbij de renner in kwestie, uiteraard, voor éven tot ‘leven wordt gewekt’…

Tour de France 1931. Leon Louyet, in  kampioenstrui debuterend  in deze Tour. Leon, een week voor de start  Belgisch kampioen bij de categorie ‘onafhankelijke’ geworden. De verse champ startte als  individueel, en kon als eenling daarom zelf zijn zaakjes opknappen. Voor Leon, bijgenaamd ‘de harige’, geen verzorging vanuit een gesponsorde ploeg. Als de concurrentie, na een etappe op bed lag te rusten, kon Louyet  zelf zijn karretje in orde maken. Wielrennen in zijn puurste vorm. Malheur en andere pech tijdens de koers mocht de renner zelf opknappen. Hulp van derden was reglementair sowieso verboden.
Wat dat betrof bofte Leon maar, dat er  geen ‘reglementennaaier’ bij de waterpomp stond. Bij het vullen van zijn aluminiumbidon was hij zwaar in overtreding want werd geholpen bij het pompen. Van ploegentactiek was geen sprake. Leon sloop als een lone wolf  door het peloton. Voelde zich daar lekker bij. Kon hij zijn eigen plan trekken. De man  afkomstig van de Waalse hoogvlakten, sloeg dan ook toe in de achtste etappe. Voor zijn tamelijk sensationele overwinning werd hij beloond. Een jaar later reed De Harige bij ‘Genial-Lucifer Hutchinson’ een Franse fabrieksploeg. En daar kregen ze geen spijt van. Voor dit team won Leon in twee jaar tijd nog twee touretappes en werd drie keer derde. Na nog een serie overwinningen onder meer in semiklassiekers als Parijs-Vichy, Parijs-Poitiers maar ook de eindoverwinning in de ronde van België werd het 1939: uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Breekpunt voor een hele generatie renners. Na de oorlog keerde  Louyet terug in het peloton  maar kwam tot de onthutsende ontdekking dat hij te oud was geworden. Leon Louyet, 66 jaar geworden stierf in 1973.

 

Geplaatst in Tour de France. Tags: . Reageer »
Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 68 other followers