Kruidenierszoon reed één koers teveel

alfredgornvalZijn eerste grote profkoers. Een lakmoesproef. Een jaar daarvoor was Alfred Görnemann wereldkampioen bij de amateurstayers geworden.  Alfred stond nu aan het vertrek van de prestigieuze Golden Rad van Friedenau, een koers over honderd kilometer, en moest bewijzen dat hij het grote werk aankon. En zo niet… jammer dan. Voor hem in de plaats stond nog een batterij stayers te popelen. Voor Görnemann, een  kruidenierszoon uit Berlijn, was het erop of eronder. Of een loopbaan in de grutterij van zijn vader óf een succesvol profcarrière én een gevulde bankrekening.
Voor de Golden Rad op 17 mei 1903 in Berlijn, was de belangstelling overweldigend. Er was een schoenlepel nodig om binnen te komen. De zestienduizend kaartjes waren in een mum van tijd verkocht: en meer dan dat. Het stadion en het publiek kreunden onder het gewicht van de massa. Berliners samengeperst op tribunes kwamen in de verdrukking. De baanbalustrade knapte als het hout van een sigarenkistje. Mannen met bolhoeden stroomden over de wielerbaan op weg naar het bevrijdende middenterrein. Eindelijk kon de koers beginnen. friedenau
Motortandems in de baan. Vier toenmalige vedetten aan de start waaronder drie gewezen wereldkampioenen. Alfred uit Berlijn ging met jeugdige overmoed de strijd aan: tot razende enthousiasme van het thuispubliek. Een nieuwe topstayer ging de hemel bestormen. Met een tweede plaats én twaalfhonderd goudmark in zijn beurs vertrok Görnemann euforisch naar huis. Vijf maanden later was hij dood. 
Maar in de zomer van 1903 lachte het leven hem nog toe. Iedere week viel er wel ergens een goed contract te verzilveren. De kruidenierszoon won twaalf koersen, werd zeven keer tweede. Tijdens het wereldkampioenschap in Kopenhagen bewees hij dat zijn prestaties geen uitschieters waren. Achter wereldkampioen Piet Dickentman werd het ventje derde. De geldlade rinkelde. In het rijtje grootverdieners dat bestond uit veertig topstayers, stond Freddel op de tweede plaats met ruim twaalfduizend goudmark. Een kapitaal dat de ouwe Görnemann in zijn grutterszaak nooit bijeen kon schrapen.
alfredMaar dan is het elf oktober 1903. De dagen werden korter, en bomen geler. Alfred was moe, het seizoen lang, de koersen slopend en zwaar. Nog één koers in Dresden. Nog één keer vlammen. De Honderd Kilometer van Dresden was halverwege. Alfred Görnemann, op de tweede plaats, vuurde gangmaker Willy Wolf aan nog harder te gaan. Zover kwam het niet. Op de vochtige baan slipte het achterwiel van de motor weg. Alfred Görnemann, met verse wonden van eerdere valpartijen, botste tegen de zijkant van de rol en sloeg over zijn stuur. Met een gebroken nek én verbrijzelde schedel werd de kruidenierszoon naar het ziekenhuis afgevoerd. Alfred Görnemann, 26 jaar, stierf enkele uren later.

 

Foto 1: Alfred’s doodsmakkert.
Foto 2: De Friedenau wielerbaan in het Berlijn van 17 mei 1903.
Foto 3: Alfred Görnemann.

Bron: Radwelt jaargang 1902 en 1903. 

Records, en gebarsten schedels als rijpe meloenen

Stinson, Will (1)Willy Stinson flikte het toch maar. Terwijl ze in het Europa van rond 1900 nauwelijks vijftig kilometer in het uur haalde, jakkerde Willy, achter de motortandem, bemand met stuurman Harry Miles en gangmaker William Stafford  naar vierenzestig kilometer: tevens een  nieuw wereldrecord.  Willy’s record, gevestigd in Boston, was hét startsein voor een krankzinnige wedloop om dat aan te vallen. Het werelduurrecord achter de zware motor, krantenpersen werden daarvoor stop gezet, en als renner had je daarmee een ‘binnenkomer’.  Een prestigieuze aangelegenheid  dus waarvoor renners bereid waren  daar héél ver in te gaan. Maar er was wel dat ene vervelende probleem: de Europese motoren waren niet zó snel als de Amerikaanse. Piet Dickentman, handige knutselaar, loste dat uiterst creatief op. De Amsterdammer plaatste de buddyseat van de motor tot boven het achterwiel. Waarmee de renner optimaal in de zuiging van de motor zat. Had wél wat  vervelende  gevolgen. In volle snelheid begon het  voorwiel van de motor te zweven. Blokken lood, aan het stuur gehangen, moest dat voorkomen: het leven van renners, gangmakers én publiek was niet zóveel waard.  
Sommigen stayers wilden nog dichter tegen de motor zitten, en lieten een ultrakort fietsje bouwen. Zo één waarbij de pedalen naast het voorwiel kwamen. Spektakel in steile bochten als het  pedaal in het voorwieltje kwam. Een risico dat graag genomen werd, per slot van rekening moest je voor eeuwige roem, het geld en de bijbehorende lekkere meiden, wat voor over hebben. Binnen een aantal jaren werd Willy’s record meerdere keren uit de boeken gereden,  om in 1910 te eindigen bij honderdtien kilometer per uur.krantenkop
En Willy Stinson met zijn gabbers Stafford en Miles? Het trio ging hun record verzilveren en waren gecontracteerd voor de L.A.W. RaceMeet, een koers in Walham, Massachusetts. Nadat het startschot klonk, de renners waren weggeduwd,  ging het  meteen vreselijk mis.
Bij het uitkomen van de bocht raakten drie motoren in een slip en een catastrofe was een feit. De achteropkomende motortandem van Willy Stinson klapte er vol bovenop. Stuurman Harry Miles en gangmaker William Stafford werden letterlijk gelanceerd.  
Miles, die met zijn hoofd tegen een elektriciteitspaal kwam, werd zwaar gewond naar de rennersboxen gesleept en op een stretcher gelegd. Volgens de streekkrant The North Adams Evening Transcript, was Harry’s schedel gebarsten als een overrijpe meloen waarbij zijn hersens op de stretcher lagen. Binnen enkele minuten blies Harry, 25 jaar, zijn laatste adem uit.
tommyhall99Met gangmaker Stafford liep het ook niet fijn af. De journalist van dienst beschrijft tot in de meest gruwelijke details Williams laatste momenten op dit ondermaanse, want zijn schedel was verbrijzeld, zijn neus gebroken en door de val was zijn kunstgebit in zijn keel geschoten. Dat Stafford, 25 jaar, daaraan overleed was ter kennisgeving.
Voor het aanwezige publiek moet het ook een helse, traumatische en onvergetelijke avond zijn geweest! De op hol geslagen motortandem vloog over de balustrade en kwam middenin tussen de toeschouwers terecht. Dat daarbij geen doden vielen maar ‘slechts’ gebroken botten was een wonder.

Foto 1: Willy Stinson, foto 2: Tommy Hall, brak het record in 1903.
Bron: the Boston Globe, Radwelt jaargangen 1903 t/m 1910.

Met een schep zoekend op de slachtvelden

bertinweisEen straffe, gure noordooster huilt door kale bomen. Ramen rinkelen in sponningen. In het doodstille, donkere huis kraken spontaan planken. Het is ver na middernacht. De duisternis in de  werkkamer van Stuyfssportverhalen wordt doorbroken door één klein bureaulampje. Perfecte omstandigheden  om op zoek te gaan naar de ‘onbekende gesneuvelde stayer’. De digitale  internationale krantenarchieven worden met een schep minutieus doorploegd.  Op de slagvelden van het, voorheen, levensgevaarlijke stayeren worden de nodigen namen opgedolven: wat tevens een dosis frustraties bezorgt. Bij namen hoort immers ‘het verhaal’ en, heel belangrijk, een foto. En daar zit nou net de kneep. Van de meeste, vaak piepjonge renners, aan het begin van hun loopbaan, is in de diverse archieven, niet veel te vinden. Jammer! Zo’n onbekende jongen, lang geleden doodgevallen heeft wél recht op naamsbekendheid, behoort bijgezet te worden op het digitale begraafplaatsje van  Stuyfssportverhalen, waar inmiddels zesenvijftig verongelukte stayers en gangmakers voorgingen.

 Johnny Nelson uit Chicago, een wilde, ruwe  jongen. Een verdienstelijk scherpschutter in de ruige Amerikaanse Zesdaagsen. Verdiende vuistenvol dollars. Maakte voor de kick de overstap naar het stayeren. Werd de avond van 4 september 1901 door het Madison Square Garden gecontracteerd voor een 15-mile-race match tegen de stayerende dwerg Jimmy Michael. Op de tribunes het Newyorkse grauw, achter de motor Johnny, die halverwege koers, boven het lawaai van de motoren én publiek uit, dat ene vreemde geluid hoorde dat een brekende voorvork van zijn fietsje was.  Johnny tegen  de balustrade gekwakt, mankeerde ogenschijnlijk weinig, maar maakte de fout zijn benen niet in te trekken. De motortandem van  Jimmy Michaels  kon hem niet meer ontwijken.  Nelsons voet verdween tussen de spaken van de motor. Johnny, 23 jaar, opgenomen in het Bellevue Hospital waar zijn onderbeen  geamputeerd werd, stierf twee dagen later aan de gevolgen van gangreen.demsnor1
Johnny, kwartiermaker in de Grote Stayershemel, want in 1901 één van de eerste slachtoffers,  kreeg snel gezelschap. Zijn broertje Joe, 21 jaar, ook stayer, verongelukte  in 1903 eveneens achter de motor. En net als zijn grote broer én voorbeeld gebeurde dat óók in het  Madison Square Garden. De broertjes Nelson, herenigd bij hun Schepper,  hadden elkaar ongetwijfeld veel uit te leggen waarom ze nou zó nodig moesten koersen achter die pokkemotor.
Twee jaar later valt voor de Duitse stayer Haeser de laatste korrel door de zandloper.  Haeser waarvan niet meer bekend is dan zijn naam, verongelukt in 1903. Twee jaar later is het de beurt aan  Paul Dunkel. Paul, gangmaker stond samen met zijn vriend én renner Bruno Demke op de affiches van de  Grote Prijs van Berlijn op 19 oktober 1906 wat de afsluiting was van het seizoen: en tevens zijn leven. In gewonnen positie met nog één ronde te gaan, krijgt de motor van Paul een klapband. Gangmaker en renner stuiteren over de baan. Dunkel, zwaargewond met paard en wagen afgevoerd naar het ziekenhuis, overlijdt niet veel later.
Ondanks het drama met de  Nelson-brothers  waren er in Amerika genoeg jongens die op de wielerbaan lijf en leden in de waagschaal stelden. Ook Lewis Trettling waarvan niet meer bekend is dan dat hij in het Boston van 1908 tijdens een honderd miles koers viel en op slag dood was. 
In de archieven van de Amsterdamse politie bevindt zich ongetwijfeld nog een stoffige, vergeelde proces-verbaal over hem. De Duitse gangmaker Wronker was ooit betrokken bij een kolossale knokpartij op de hoofdstedelijke Zeeburgbaan (zie verhaal elders op deze blog). In het archief van  Stuyfssportverhalen duikt zijn naam regelmatig op, om opeens spoorloos te  verdwijnen. Nu is duidelijk waarom. Wronker in Keulen betrokken bij een valpartij, reed als een razende tegen de balustrade en vloog mét motor, vervolgens tussen de opeengepakte mensenmassa en gaf de geest, wat gebeurde begin augustus 1926.
wronEn dan is er ook nog gangmaker Bertin, ook op zo’n geheimzinnige manier verdwenen uit de archieven. Logisch. Bertin, gangmaker van de eerder dodelijk verongelukte Brécy (zie: verhaal elders op deze blog), ontdekte dat hij als aviateur een nog grotere adrenalinekick kon krijgen. In 1909 stortte Bertin, én zijn toestel, als een dodelijk aangeschoten meeuw uit de lucht .  

Gaat vervolgd worden.

Foto 1: Achterop de motortandem gangmaker Bertin, Foto 2: Dunkel met Demke, Foto 3: Gangmaker Wronker.
Bron: digitale archieven: New York Times, Boston Globe, diverse Nederlandse en Duitse krantenarchieven.

Journalist met talent voor horror

rennbahnkatastropheBram Stoker, Edgar Allan Poe, Stephen King  en andere grootmeesters van het griezel- en horrorgenre konden er een puntje aan zuigen. De journalist van de Berliner Lokalanzeiger  had dan ook een scherp oog voor het lugubere detail.  Zondagmorgen 18 juli 1909, nam hij, in  blije afwachting, zijn plaatsje in op de tribune van de  hagelnieuwe wielerbaan gebouwd in de Botanische Garden van Berlijn. Verkneuterend op wat ging komen, controleerde hij nog maar even de scherpte van zijn potloden. Voor hem kon de openingskoers van start gaan. Zo’n leuke stayerskoers waarvoor het stadion met ruim zesduizend toeschouwers was uitverkocht.  Op de aanplakbiljetten Contenet, Ryser, Stellbrink en Stol. Jongens, die de rol van de zware motortandem lieten sissen.  En heet ging het zeker worden. 
Nadat de zware motortandem van Fritz Ryser door een klapband midden in de volle tribunes was beland ontplofte de benzinetank: tevens het moment  dat het   horrortalent van die onbekende journalist van de Lokalanzeiger ontwaakte. De man zat er boven op.  IJverig noteerde hij zijn gruwelijke verslag, wat menig lezertje een dag later bij de ontbijttafel zijn  bordje deed wegschuiven. Zijn opening mocht er zijn. ‘Een plotselinge gil uit duizenden kelen’, schrijft hij punctueel, om er op te volgen dat hij tevens twee lichamen door de lucht zag suizen. Terwijl de houten tribune in de hens stond bleef de scribent bij de les. Gelukkig wel. Want zijn verslag leest weg als een spannende horrorthriller.fritzryserschwartser
Een dame gekleed in een zwart kanten jurk staat in vuur en vlam, pent hij neer.  Het inferno van Dante is  kinderspel bij wat hij vervolgens noteert.  De opeengepakte mensenmenigte, sommigen zwaar verbrand, verdringt en vertrapt elkaar om door de kleine uitgangen weg te komen. Om achteloos te vervolgen dat de zwaargewonde gangmakers Emil Borchardt en Porte naar het middenterrein werden gesleept. Van alle kanten klonk gekreun en gekerm, vervolgt hij zijn infernaal verslag. Verbrande mensen worden naar buiten gedragen en onder de restanten van de motor komt een verkoold en onherkenbaar geworden lichaam te voorschijn.
Had hij zich nou alleen maar tot de koele en kille cijfers beperkt, want negen doden en vijftien zwaargewonden  ­-  erg genoeg – dan was er niets aan het handje. Maar de man weet van geen ophouden, gaat helemaal los. Hij  moest ook zo nodig buiten het stadion even polshoogte nemen. Waarmee zijn verslag meteen een nóg verschrikkelijker wending aanneemt. De kreunende, schreeuwende zwaargewonden, observeert hij vol bloederige details, werden volgens hem stuk voor stuk op baren gelegd en naar het ‘Unfallstation’ gebracht. 
Terwijl het nieuws in Berlijn langzaam doordringt, de wagens van de brandweer, op de Potsdammer-Strasse met luide schellen af en aan reden, werkt hij zijn verhaal naar een nachtmerrieachtige, gruwelijk climax toe. Want van de andere kant, zo schrijft hij, kwam langzaam een rijtuig aangereden, waarin twee mannen gezeten die het bloederige lijk van een man op hun knieën hadden liggen.  startkatastroofOm  zijn verslag onheilspellend te beëindigen met de vraag, waar de volgende dodenrit plaats zal hebben.

Foto 1: Een kwartier na de ramp. Foto 2: Fritz Ryser achter de motortandem, Foto3: De start voor de dodenrit. Links Fritz Ryser, Henry Contenet, John Stol, en Europees kampioen Arthur Stellbrink. Op de pas geopende wielerbaan reden Contenet en Stol reden met een bril, want hadden last van de carboleumdampen  waarmee het hout van de baan was  bewerkt.

Geheimzinnige Goethart opgelost in de geschiedenis

fielgoethartVolkómen onbekend. Eén brok mysterie. In de analen van de Nederlandse wielersport komt zijn naam zelden voor. In het digitale krantenarchief zwerven wat uitslagen, en in de jaren dertig schreef Bosch van Drakestein in de Zutphense Courant een verhaal over hem. En daar bleef het bij. Ondanks dát behoort hij tot dé  wielerpioniers van dit land. René Louis de Fielliettaz Goethart, omhuld met geheimzinnigheid, heeft niet veel sporen nagelaten. Zelfs voor zijn eigen familie is hij dé grote onbekende. De mysterieuze de Fiellittaz Goedhart was omstreeks 1900 een stayer, zoveel is zeker, en reed zijn koersen voornamelijk in Duitsland, België en de Nederlandse banen. Stuyfssportverhalen ontving een maand geleden een mailtje van Josephine Isaacs, kleindochter van René Louis, met het vriendelijk verzoek om het sportlacune van haar opa in te vullen. Helaas, in zijn archief komt hij ook niet voor. Dat laatste heeft Goethart aan zich zelf te wijten. De man is nooit beroepsrenner geweest! Het toenmalige journaille had alleen maar oog voor het beroepswielrennen en schreef daar de kolommen mee vol.
De Fiellittaz Goethart was en bleef een amateur. Vrijwel alle stayers waren afkomstig uit zeer eenvoudige milieus. Voor die jongens was het vaak levensbelang om met hun sport aan de armoede te ontsnappen. Wat nog een helse klus was. Om stayer te worden moest, tussen 1898 en 1908, een renner  zelf over zijn motoren beschikken. Om deze te bekostigen werden schulden gemaakt, leningen aangegaan. Of  anders waren het supporters die met de pet rond gingen. Piet Dickentman, zojuist zijn talent ontdekt, kreeg van de in Amsterdam woonachtige en puissant rijke Duitse zakenman Salzman zijn twee motoren. Fielliettas Goethart had dat allemaal niet nodig want was telg uit een rijke familie. goedhartmotor
Dat  René Louis een gedreven wielrenner was, bewijst het familiefotoalbum. Unieke, nooit eerder gepubliceerde, adembenemend mooie foto’s waar niet alleen de sportman Goethart naar voren komt maar ook een mooi tijdsbeeld van het wielrennen anno 1900. 
goedharttandemOp wielerbanen  gemaakt van dwarsliggende, slordig gelegde, grof houten planken reed Josephines illustere opa zijn koersen.  De Fielliettaz Goethart, opgegroeid  op het  Apeldoornse landgoed De Pasch, zoon van een grootgrondbezitter, was niet alleen stayer maar zat samen met vriend en collega-renner Viruly op de tandem.
De laatste afkomstig uit hetzelfde milieu, werd burgemeester van het Zeeuwse Westkapelle. Goethart was net als tijdgenoot Jaap Eden een fervent schaatser. In 1904 vertrekt de landjonker naar Davos om daar te trainen: tevens de laatste signalen van zijn sportieve bestaan.  Zijn wielercarrière eindigde een jaar later en was meteen het begin van de grote verdwijntruc. De Fielliettaz Goethart, omhuld met raadselen en opgelost in de sportgeschiedenis, overlijdt in 1928, op zevenenveertigjarige leeftijd.
Foto 1: Baankoers in Breda omstreeks 1898, rechts De Fielliettaz Goethart. Foto 2: De Fielliettaz Goethart. Foto 3: Voorop de tandem Viruly.

Adolf nam ook zijn pistool mee

demkethormanvliegDe man had lef, zoveel is zeker. Of was anders een tikkeltje knots. Misschien wel beide.  Adolf Thormann, adrenalinejunk vér voor het begrip bekend was, had een merkwaardig  leven. Voor de man was geen dag hetzelfde. Als hij heelhuids de avond haalde moet hem zelf het meest verbaasd hebben. Adolf was namelijk stuurman, op de levensgevaarlijke motortandem. Adolf Thormann, een naam waarbij visioenen van pickelhelmen, en laarzen met spijkers opdoemen,  kon alleen maar sturen. Niet remmen. Dat moest hij over laten aan Ernst Wolf, achter op de motor.
Adolf en Ernst, twee ijzeren Heinen uit Berlijn, de gangmakers van Piet Dickentman. Het kán gewoon niet anders dan dat Adolf, tijdens zo’n race regelmatig kreetjes van pure doodsangst uitstootte. Voor  hem was het altijd maar de vraag of Wolf, met negentig op de teller, wel op tijd remde. Adolf, voorop, zag met griezelige regelmaat links en rechts renners en gangmakers zich de pletter rijden. Adolf nam het leven dan ook maar niet zó nauw: voor de Berlijner smaakte dat naar meer.  Drie jaar nadat de broertjes Wright in Amerika als eerste het luchtruim hadden gekozen, knutselden Thormann met kameraad Bruno Demke hun eigen vliegtuigje, gemaakt van bamboestokken, een motorblok gemonteerd op het onderstel van een kinderwagen. Copy of pietdubbelmooi
Na een vlucht van enkele kilometers stortte het toestel neer. Bruno, tevens topstayer en Adolf overleefde de crash. Tien jaar later, 24 augustus 1916,  moet Bruno, in een split second ongetwijfeld aan zijn makker Adolf gedacht hebben. Bruno Demke, oorlogspiloot bij der Kaiserliche Luftstreitkräfte, gezeten in zijn rode Fokker dubbeldekker, was bezig neer te storten, en nam even later zijn plekje in de Grote Pilotenhemel in. Adolf Thormann had toen al een mooie carrière achter de rug.
Als der Adolf op de man was gevraagd wat zijn mooiste overwinning was, dacht hij ongetwijfeld aan 1903, het wereldkampioenschap gehouden in Kopenhagen waar hij Piet Dickentman naar zijn enige wereldtitel voerde. Adolf had in Denemarken niet alleen zijn Brennabormotor meegenomen maar ook zijn Lügerpistool: altijd handig. Terwijl Taddy Robl, de grote concurrent van Dickentman, de avond voor de race al zijn vrienden op champagne trakteerde voor zijn komende titel, sliep Adolf, met getrokken pistool bij de gangmaakmotor: bang dat de concurrentie die zou saboteren.
Copy of adolfpietDe titelrace behoort inmiddels tot de vaderlandse wielerklassieken. Piet Dickentman reed Robl op negen ronden en nummer drie Alfred Görnemann op vijftien ronden. Net als zoveel van zijn wielerkameraden mocht en moest Adolf Thormann in de Grote Oorlog een uniform aantrekken. Na de oorlog was Thormann nog actief en vierden in 1923 zijn zilveren jubileum als gangmaker om dan langzaam op te lossen in de geschiedenis.

Foto 1: Bruno Demke, rechts en Adolf Thormann, links voor hun zelf gemaakte vliegtuigje. Foto 2: Piet Dickentman achter Wolf en Thormann met links zijn reservemotor bemant met Gerrit de Regt en Josef Schwarzer. Bij koersen over honderd kilometer was halverwege de benzine op. Dan kwamen De Regt en Schwarzer in de baan waarna Dickentman, in volle jacht, even overwipte. Twee jaar na dat de fotograaf afdrukte vielen Schwarzer, 27 jaar, en Wolf 28 jaar, dood. Foto 3: Kopenhagen 1903, Dickentman, zojuist wereldkampioen geworden met naast zich Thormann.

Bron: Revue der Sporten jaargang 1907, Radwelt jaargangen 1903 t/m 1923. Vlaamse SportRevue jaargang 1933, interview met Piet Dickentman.

El Cañón sneuvelde in de drieënveertigste ronde

nicolaumotorDe status van held werd bereikt. Een beloning nadat hij zijn  geboortegrond op de  wereldsportkaart had geplaatst. Josep Nicolau, geboren en getogen op Mallorca. Razend populair op zijn eiland, kon daarom iedere Mallorcaan tot supporter rekenen. En die laatsten zagen hun held dagelijks op zijn fietsje voorbijkomen. Prompt hielden moeders hun vruchtbare dochters angstvallig en strak in de gaten. Jonge mannen keken hem jaloers na. Josep Nicolau, bruine, mooie kop, felle arendsblik,  had alles aan de koersfiets te danken. Dank zij het wielrennen werd ontsnapt aan een treurig bestaan als visser of herder. Josep won als jonge prof etappes in de ronde van Mallorca en van Catalonië. De koersende Mallorcaan met de bijnaam het Kanon van Llorito, greep tijdens het Spaans wegkampioenschap ook nog eens de derde plaats. Voor  El Cañón, gloorde een  prachtige loopbaan als wegrenner. De grote omlopen van Frankrijk, Spanje en Italië  lonkten naar hem.nicolau
Josep Nicolau, pragmaticus, keek verder dan de contouren van de Spaanse kust, en maakte een kleine calculatie. Fietsen op de weg, zwaar, vies en nog eens slecht betaald.  Ongetwijfeld wist Nicolau dat op de Europese wielerbanen het grote geld lag. Josep, komend uit het dorpje Lloret de Vistalegre,  maakte vervolgens de overstap naar het stayeren. Voor Nicolau kat in bakkie want getraind kon worden op het Velodrome van Palma. Achter gangmaker Miquel Llompart werden lange dagen gemaakt.
Nicolau en Llompart, als stayerende  don Quichot en Sancho Panzo, gingen de windmolens op de wielerbanen van Europa bestormen. Maar pas nadat de Spaanse stayerstitel binnen was gehaald: altijd een lekkere binnenkomer voor nieuwe contracten.  Als voorproefje mocht het eilandsduo in 1930 naar het wereldkampioenschap in Parijs. Josep Nicolaus, de eerste renner van Mallorca die op een mondiaal kampioenschap de eer van zijn eiland mocht verdedigen. In de lokale tavernes, met volle kruiken Cabernet op de tafeltjes, waren de verwachtingen hoog gespannen. Helaas. Jong en onervaren terechtgekomen in het professionele stayerswereldje waar flikken de mores was. El Cañón sneuvelde in de series.
bustenico
Net als de wijn van zijn eiland moest de jonge stayer rijpen, wat gebeurde op Spaanse en Franse wielerbanen. Koershard geworden breekt 1934 aan. Het jaar waarin euforie en verdriet samen optrekken. Na meer dan dertig stayerskoersen gewonnen te hebben is het 18 november: de dag dat de nationale stayerstitel verreden werd. Plaats van handeling het Velodrome van Palma. Thuiswedstrijd met volle tribunes, die één man als favoriet hadden. Het werd de koers van het grote afscheid. In de drieënveertigste ronde komt Mallorca’s hoop en trots ten val. Een dag later sterft Josep Nicolau, 27 jaar, aan de gevolgen van een zware schedelbreuk.
Josep is in de wielergeschiedenis al lang en breed vergeten. Maar niet op Mallorca! Daar wordt sinds zijn dood ieder jaar de Grote Memorial Josep Nicolau, een wielerkoers voor amateurs, gehouden.  De winnaars worden gehuldigd, hoe kan het ook anders, bij Joseps  borstbeeld in zijn geboortedorpje Lloret de Vistalegre.

Foto 1: Josep Nicolau met kampioensjerp samen met gangmaker Llompart. Foto 2: Josep Nicolau. Foto 3:  Huldiging prijsrijders van de ‘Memorial  Josep Nicolau’ bij diens borstbeeld.

Met dank aan Club Ciclista Lloret de Vistalelegra voor de foto’s.

Jean Brunier was er gek genoeg voor

recordman9Hij schoof zijn hoed achterover, krabde gedachteloos aan zijn ‘klokkenspel’ en keek met voldoening naar het monster dat hij geschapen had. Even daarvoor had Leon Lauthier, gangmaker én constructeur, het laatste moertje in het aluminium gedraaid. Drie maanden was hij bezig geweest met het bouwen van de ultieme gangmaakmotor. Maanden van noeste arbeid, maar dan had je ook wél wat. Hoewel het begrip aerodynamisch nog uitgevonden moest worden had Lauthier met behulp van aluminium schermen, zijn gangmaakmotor getransformeerd tot een huiveringwekkend projectiel op twee wielen, compleet met windscherm én de meedraaiende rol vlak tegen de motor aan. 
Ondanks de euforie had hij toch een vervelend knagend gevoel. Want waar vind je een renner die goed, maar ook gek genoeg is om achter zijn gemotoriseerde monster te rijden, om het werelduurrecord van die Leon Vanderstuyft te verbeteren. Een jaar daarvoor, in 1924, had de Vlaming, op het autocircuit van Monthléry het van 1909 daterende record van de Fransman Guignard verbetert tot honderdvijftien kilometer. Schande voor Frankrijk. Op Frans grondgebied notabene werd de ganse natie vernederd door een Belg. Of Jean Brunier daar ook zo over dacht is niet duidelijk.  Jean was namelijk een beroepsrenner die alleen koerste voor de poen en niet voor ‘volk en vaderland’. Brunier geen ‘weggooier’, want was een gewezen nationaal kampioen op de weg, won de semi-klassiekers Parijs-Bourges, Parijs-Soissons en werd in 1922 tweede  in de ronde van Vlaanderen. En toen was de koek op. Jean, 28 jaar, reed geen platte prijs meer, stond stil. Voor Lauthier een buitenkansje.lauthier
De voormalige nationale wegkampioen hoefde niet lang na te denken. Een paar dagen na zijn overstap naar het stayeren, raasde Brunier, achter Lauthier, naar de angstaanjagende snelheid van over de honderdtwaalf kilometer.
En op zondag 1 november 1925, zo had Brunier aan de pers verzekert,  was hij van plan het record van Vanderstuyft erop te leggen.   Terwijl de tribunes van Monthléry stampendvol zaten, Brunier nog op de massagetafel lag, was gangmaker Lauthier bezig om het door hem ontworpen communicatiesysteem te installeren. Op zijn hoofd een soort laskap, die door middel van een tuinslang verbonden was aan een op zijn rug bevestigde trechter, kon de gangmaker al oortoeterend zijn poulain opjutten. Door de harde wind, die pas rond vier uur in de middag ging liggen, vond start plaats om half vijf. Binnen twee kilometer lag de snelheid boven de 127 kilometer en na drie kwartier stond de kilometerteller op negentig.
Fietsen op twee centimeter achter een projectiel, bloedlink, maar in het donker is het Russisch roulette. De laatste vijftien kilometer van de recordrace vond in het pikkedonker plaats. Gangmaker Lauthier, die de aanwijsborden langs de baan niet meer kon lezen, besloot de vuurspugende motor midden op de weg te gaan rijden, wat meer meters betekende.
fietsbrunierVoor Brunier maakte dat allemaal geen reet uit. De man stond op scherp, zag alleen maar de roem en het geld wat dat opleverde en rouleerde lekker door. Na een uur  klonk over de autopiste het eindschot en was de eer van Frankrijk gered.  Leon Lauthier én  Jean Brunier mochten hun plaatsje in de sportgeschiedenis innemen: de kilometerteller stond honderdtwintig kilometer. 
Jean Brunier moet ongetwijfeld tot in 1981  met veel genoegen aan zijn desolate race gedacht hebben. In dat jaar vertrok Jean, 84 jaar, naar een Betere Wereld. 

Foto 1: Leon Lauthier en Brunier, Foto 2: ‘Oortoeterend zijn poulain opjutten’. Foto 3: Jean Brunier.

Bron: Les Miroir des Sports, jaargang 1925.

Hubert tekende zijn eigen doodvonnis

hubertsevenichmoHet was een smak geld. Waar hij ongetwijfeld nachten van wakker had gelegen. Maar de investering was het waard geweest. Hubert Sevenich, strak hoofd, scheiding in het haar als een  bijlslag, keurige jongen, én gesoigneerde wielrenner. Hubert, voormalig sprinter, maakte na lang aarzelen de overstap naar het stayeren. Met  geleend geld werd een gangmaakmotor gekocht, waar, voor een zacht prijsje, gangmaker Karl Krase op plaats nam. Sevenich en Krase, jong en oud, beiden uit het Rijnland, voelden elkaar feilloos aan. Krase, veteraan op de wielerbanen, loodste sluw zijn poulain naar overwinningen in Verviers, Dortmund, en Munster. De Rijnlandse stayer,  eenvoudige jongen, geboren en getogen in Stolberg, begon de eerste lucratieve contracten te ondertekenen, waaronder ook die voor de Grote Prijs van Brunswijk.  En dat láátste had Hubert, in de zalige onwetendheid, nou beter níet kunnen doen. Met het plaatsen van zijn handtekening  bezegelde hij ook zijn doodvonnis. 
De Grote Prijs van Brunswijk, zondag 7 mei 1905. Mooi weer én een spetterend programma. Aan de start van de stayerskoers Sevenich, de Hamburger Richard Schröter, en de Amerikaan Woody Hedspath.  De laatste bezorgde de wielerbaan van  Brunswijk volle tribunes.  Hedspath een Afro-Amerikaan, in het kielzog van sprintlegende Major Taylor meegekomen naar Europa. hubertknip
Woody, in het roomblanke Duitsland, waar een zwarte renner net zo onbekend was als een ijsbeer in de Sahara, was allesbehalve een kermisattractie: daarvoor fietste hij iets te hard. De Amerikaan, afkomstig uit Indianapolis, won dan ook in zijn eentje de beruchte Zesdaagse van Dayton. Hedspath, ook actief op de vaderlandse wielerbanen waar hij op de affiches aangekondigd werd met ‘den neeger’, had ongetwijfeld een flinke laag eelt op de  ziel. Waarschijnlijk daarom, maar zeker voor het geld, bewees hij dat niet alleen witte rakkers hard konden fietsen. In Brunswijk vloog Woody er direct vol in. 
Met achter aan zich aan een jakkerende Schröter én  Sevenich. De laatste bezig de Hamburger te passeren, maar deed dat iets te strak. Motorsturen raakte elkaar. In een kluwen van ontploffende en vallende motoren werd Hubert Sevenich, bezig met zijn zesde stayerskoers, verpletterd tegen de balustrade. 
woodyletterRichard Schröter had ietsje meer geluk. Zei het dat voor de Hamburger aan de horizon flauw de contouren van een invalidekarretje opdoemden. Door de val waren zijn benen ernstig gewond. Nadat Richard op het middenterrein was gesleept, knikte de aanwezige baanarts goedkeurend. Pruisische artsen weten daar wel raad mee. Diep weggestoken in zijn lederen doktersvaliesje, tussen de flesjes  jodium, pleisters, verbandrollen, en andere voor dokters handige spullen diepte hij zijn amputatiezaag op. Indachtig het spreekwoord dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken, werd met de zaag Richard Schröter van zijn onderstel verlost. Dat lot werd bespaard voor de arme Hubert Sevenich, 26 jaar jong. Die werd tenminste  compleet mét benen begraven op het dorpskerkhof van zijn geliefde Stolberg.

Foto 1: Hubert Sevenich achter Karl Krase, foto 3: Woody Hedspath.

Bron: Radwelt jaargang 1905, Nieuws van den Dag jaargang 1905.

Met maffiakop toch een goede gozer

contenetkopOktober in Parijs. De eerste bladeren dwarrelden van de bomen, en dagen werden korter. Het  wielerseizoen zat er bijna op. Nog één koers op de Buffalobaan, met als spectaculaire afsluiter een stayersduel tussen locals Henri Contenet en Leon Pernette.  Contenet, armen en benen onder de littekens van de vele valpartijen, maar ook een werelduurrecordhouder. De Parijzenaar raasde in 1902 in een uur naar ruim zevenenzeventig kilometer. Pernette, een schlemiel, kon daar alleen maar een etappewinst in de Tour tegenover stellen. Evengoed was het volk massaal op komen dagen.  Het Parijs van 1906, waar de guillotine nog na stond te sissen en de kreet ‘Vrijheid, Gelijkheid, en Broederschap’ al een  eeuw zacht nagalmde.  Voor Albert Vion en Pierre Jacquot, twee vrienden van negentien jaar, bestond er niet zovéél  ‘gelijkheid’.
De jongens, vaste bezoekers van de wielerbaan, konden zich alleen een kaartje op de derdeklastribune veroorloven. Dat maakte ze ook geen moer uit. De vrienden stonden evengoed vooraan op de tribune, over de rand van de baan hangend. Kon je lekker alles goed beknijzen. De koers was amper op gang, de motoren passeerden de grens van zestig kilometer, als de riem van Pernettes motor in het achterwiel slaat. Motor en renner stortten neer. De achteropkomende motor van Contenet crasht en vliegt als een blind ongeleid projectiel langs de rand van de baan en verplettert als twee zachte eieren de hoofden van beide jongens. Tussen flauwgevallen toeschouwers constateren artsen de dood. Een drama waarbij Henri Contenet hoogstens even met de ogen geknipperd had.  De Dood op de wielerbaan, de  man was het gewend.  Henri, een veteraan, al zes jaar achter de motor actief, een vaste waarde op de levensgevaarlijke Duitse wielerbanen, had de laatste zes jaar met vijfenveertigduizend goudmark in Duitsland goed geboerd.800px-TheContenet105
Contenet, loensend, zwart glimmend haar, perfecte kop van een godfather. Bouwde als armlastige zeventienjarige leerlingfietsenmaker zijn eigen karretje. Henri, niet alleen handig maar ook een goede gozer, kocht van zijn eerste verdiende geld als stayer een huisje voor zijn arme ouders. Die laatste stonden ook regelmatig aan een ziekenhuisbed. Contenet, gul maar werd dikwijls met barstende koppijn wakker in een hospitaal. Zoals bij de Zesuurrace in het Parijs van 1903, waar hij ronden voor lag op de concurrentie. Door een klapband werd Henri naar het hospitaal afgevoerd waar hij dagen later uit een coma ontwaakte.
contenetradwelt1902p85Wars van een valhelm, was zijn enige zorg dat z’n pet tijdens een race niet afwaaide. Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was voor een adrenalinejunk als Contenet maar één plek. De gewezen stayer meldde zich als vrijwilliger bij de Franse luchtmacht.  Contenet, winnaar van diverse grote prijzen, werelduurrecordhouder, haalde in de Grote Oorlog zijn grootste overwinning. Met een Légion d’Honneur, de allerhoogste onderscheiding kon hij het navertellen. Contenet stierf uiteindelijk in zijn bed op zesentachtigjarige leeftijd.

Foto 2: Contenet achter Marius Thé, foto 3: Start Grote Prijs van Berlijn 1903, linksonder mét platte pet, Henri Contenet.

Bron: Radwelt jaargangen 1902 t/m 1911, Het Nieuws van den Dag jaargang 1906. 

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 68 other followers