Een zondagskind op een koersfiets

Het  Olympische jaar 1984. Nooit zó hard en zó gemakkelijk had hij toen gereden. Ondanks maar één gewonnen koers werd het tóch  zijn beste seizoen. In alle klassiekers zat hij van voren. En in de ploegachtervolging was hij de locomotief. Rik Moorman, in bloedvorm,  was klaar voor de Spelen. En wat een  groot feest had moeten worden, werd een bittere teleurstelling. Een klein trauma werd op de Olympus opgelopen. ‘Los Angeles ’84’ loopt  tot de dag van vandaag als een rode draad door zijn leven. Op stille momenten knaagt het in zijn hersenen. ‘Had ik dit, of anders dat  maar gedaan’, van die vragen. Rik Moorman kijkt met gemengde gevoelens terug op dat voor hem memorabele jaar.  Hij moet er maar vrede mee hebben. Maar toch… Kansen kreeg hij als renner genoeg. En die vergat hij op te rapen.
Had hij maar dat gedrevene van zijn vriendjes, jongens voor wie hij niet onderdeed, die hij regelmatig klopte.  Jelle Nijdam, Eric Breukink, Jean-Paul van Poppel staan nu in de wieleranalen. Veel later, toen hij wielrenner af was, besefte hij wat een mogelijkheden hij had laten liggen. De oorzaak? Zelf houdt hij het op luiheid. Rik Moorman, een zondagskind op een racefiets, was zo’n van god vergeven talent. Het fietsen ging hem spelenderwijs af.  Aan zijn opleiding had het niet gelegen. Vader Han Moorman leidde zijn zoon op tot  wielrenner. Senior een gewezen topamateurrenner, begeleidde hem vanaf de nieuwelingen. Als jonge amateur werd zijn ’diesel’ opgemerkt. Een  plekje in de nationale achtervolgingsploeg werd gereserveerd.
Dan zijn de Olympische Spelen van Los Angeles er. Het kwartet Ralf Elshof, Jelle Nijdam, Marco van der Hulst en Moorman was kanshebber. Het viertal gold als één van de grote favorieten, helemaal nadat het gehele Oostblok de Spelen boycotte. De voorronden werden soepel genomen.  En dan komt het moment dat bij Moorman nog doordreunt. In de eerste ronde, in volle jacht, een  harde knal. Klapband! Rik Moorman vliegt stuurloos uit het treintje. De jonge onervaren ploeg jakkert door. Hadden ze dat maar niet gedaan. Dan werd er reglementair over gestart. De Amerikaanse ploeg die hetzelfde overkwam was slimmer, mocht opnieuw starten en haalde uiteindelijk een zilveren medaille op. Nederland, met Rik Moorman, werd tiende.
Uiteindelijk is het met Rik Moorman toch goed gekomen. Een  wielercarrière met zeventig overwinningen. Nu eenenvijftig jaar, strak en afgetraind want zit regelmatig op de racefiets. Voelt zich samen met zijn Jacqueline een heel gelukkig mens. De boulevard of broken dreams is voor hem maar heel kort. Hij telt zijn zegeningen. Werkt als sportinstructeur bij een revalidatiecentrum. En de Spelen van 1984? Trots dat hij een Olympiër is. Dat mag iedereen weten. En voor wie dat ontgaan was moet maar eens goed zijn koersfiets bekijken. Op zijn stuur staat dat in vette letters het hoogtepunt van zijn leven gegraveerd.   

About these ads

Eén reactie naar “Een zondagskind op een koersfiets”

  1. Maurice Willems Zegt:

    Fantastisch, dank je wel André! Goeie tip? Ciao, Maurizio


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 68 other followers

%d bloggers like this: