Laat het maar over je heen komen. Het noodlot is tóch al vastgelegd. Het overkwam hem twee keer. De eerste keer kostte dat een Olympische medaille. De tweede keer zijn leven. En toch, ondanks al die misère, nam hij zijn plaatsje in de wereldgeschiedenis in. Eind oktober is het precies zeventig jaar geleden dat Heywood Lane Edwards stierf, en was daarmee de eerste Amerikaanse gesneuvelde uit de Tweede Wereldoorlog.
Heywood Lane Edwards, halfzwaargewicht worstelaar, deelnemer aan de Olympische Spelen in Amsterdam, was tijdens het Olympische toernooi ver, heel ver gekomen. Voordat de geboren en getogen Texaan het besefte, zat hij in de finales want bij de laatste vier. De student aan de United States Naval Academy voelde al de Olympische medaille aan zijn nek hangen. Kreeg lekkere gevoelens bij de gedachte aan al die lekkere highschool girls die daar als gebraden duiven op af gingen komen. Nog drie tegenstanders, waarvan hij van één moest winnen, en eeuwige roem lag onder handbereik.
Na achtereenvolgens van de Zweed Sjöstedt, de Zwitser Böglgi én Levebre uit Frankrijk verloren te hebben, wachtte de Amerikaan de ondankbare vierde plaats. Weg podiumplaats. Voor Edwards geen glorieuze intocht in zijn geboorteplaats San Saba, maar dreigende vergetelheid. Van aanstormende hero tot stumper. Met dat gekmakende onverwoestbare Amerikaanse optimisme werd in Amsterdam nog een paar dagen feest gevierd alvorens zich weer in te schepen op het stoomschip de Expedition.
Terug naar de States, waar Edwards zijn worstelpakje omruilde voor de platte pet van de Navy. En dan is het 31 oktober 1941! Na heel West-Europa in een adembenemend tempo veroverd te hebben, staat de Wehrmacht aan de kusten van de Noordzee, is de Luftwaffe bezig Londen van de kaart te vegen en de Kriegsmarine met hun U-boten zijn de nachtmerrie van de Atlantische Oceaan. En op de Atlantic, in de buurt van IJsland gebeurde uiteindelijk wat het lot allang bepaalde. Het pad van een voormalige Olympische worstelaar werd gekruist met dat van een jongen afkomstig uit Hannover.
Erich Topp, net zesentwintig, Kapitänleutnant van de U-552, bemand met een piepjonge bemanning, had in geallieerde kringen een reputatie op te houden. Had al meer dan tien schepen naar de kelder gejaagd. Was in de Heimat een held. Erich, vuurrode bos haar met idem dito baard werd in wekelijkse Wochenschau, nieuws gedraaid in de bioscopen, de Rote Teufel genoemd.
Topp met inmiddels op de commandotoren van zijn schip een metersgrote geschilderde rode duivel, wist dat geduld beloond werd. Al dagen lag hij met zijn schip ten westen van IJsland te wachten op dat ene geallieerde konvooi dat een maand eerder uit Newfoundland was vertrokken. Schepen vol met munitie, wapens en vliegtuigen beschermd door oorlogsschepen waaronder de destroyer Reuben James, met captain Edwards op weg naar het in doodsnood verkerende Engeland.
Nadat de eerste torpedo in de boeg ontplofte, zag Topp in zijn periscoop Edwards’ schip als een vulkaan ontploffen. Heywood Lane Edwards, kapitein van een neutraal schip want een maand vóór Pearl Harbour, had de bedenkelijke eer om als eerste Amerikaan in de Tweede Wereldoorlog te sneuvelen. De voormalige Olympische worstelaar mocht zijn plekje in de geschiedenis innemen. Een oorlogsschip werd naar de Texaan vernoemd, in de geschiedenisboekjes rolt zijn naam en Woody Guthrie, de folklegende, zong over Heywood.
En de Rote Teufel? Als één van de weinige U-bootkapiteins was Topp de hele oorlog actief, bracht tweeëndertig transportschepen en vier torpedojagers tot zinken. Was onderscheiden met het ridderkruis, behoorde tot de vier succesvolste U-bootkapiteins, maar had de rest van zijn lange leven, hij werd eenennegentig, immens spijt van zijn zoals hij dat later noemde ‘onvergetelijke fout’ om een neutraal schip aan te vallen.
Foto 1: Heywood Lane Edwards 1905-1941, Foto 2: Erich Topp 1914-2005, Foto 3: De Reuben James. Foto 4: De U-552.
Bron: de wonderbaarlijke database van John Brouwer de Koning, Officieel Gedenkboek Olympiade Amsterdam uitgegeven 1930, www.uboat.net, http://www.navsource.org/ http://www.youtube.com/watch?v=sJS5nxDt0jI





De Vlaamse animositeit tegen alles wat Frans was, werd handig op ingespeeld. Want plaats twee Franse tegenover een koppel Vlamingen en je bent verzekerd van een volle bak. De letterzetter was dan ook snel klaar met zijn aanplakbiljet. De Grote Prijs van Antwerpen, editie 1909, een koers achter zware motoren werd betwist door maar vier renners. Voor een smak franken wilde Louis Darragon en George Parrent, drie jaar onafgebroken de beste ter wereld, best naar de Sinjorenstad komen om het duel aan te gaan met die twee Vlaamse jongens. Thuur Vanderstuyft en Kareltje Verbist voornamelijk actief op de buitenlandse wielerbanen waren langzaam, gestaag en een beetje stiekem de top genaderd. En die middag barsten ze van de goesting! Want wat is mooier dan om in eigen huis, voor eigen volk die arrogante Fransen een poepie te laten ruiken.
Een half jaar later werd George Parrent door De Dood ingehaald. Zoals zovelen meende ook George, drievoudig wereldkampioen, zijn land te moeten verdedigen. In diverse veldslagen raakte Parrent zwaar gewond. Opgelapt werd de altijd somber kijkende George weer terug gestuurd naar de voorste linies. Drie weken voor het einde van de Grote Oorlog stierf hij in de loopgraven van Saint-Germain-en-Laye aan de gevolge van Spaanse Griep. George Parrent werd drieëndertig jaar.

