Jef en Johnny’s roomblanke kont

Bloed, tranen, gevoel voor drama,  beetje sportverdwazing en de aanwezigheid van de pers. Meer heb je niet  nodig om een held te worden.  Want neem een duik in het prikkeldraad en je bent een internationale hero. Johnny Hoogerland heeft die status bereikt.  Of hij met zijn inmiddels legendarische kukel een standbeeld krijgt…
Wat dat betreft was Jef Demuysere een trendsetter, maar daar over straks meer. Jef Demuysere dus.  Met zo’n naam moet je wél wielrenner worden, want daar doemen beelden op van frietkotten, staminees, trappistenbier op vat, vlasakkers, kasseiwegen en de kermiskoers.  Jef, geboren en getogen in de Vlaamse Westhoek, profrenner in de jaren dertig, vermeed de rondjes om de schiettent en draaimolen. Jef verdiende zijn geld in Frankrijk en Italië, waar hij Vlaamse geschiedenis schreef. In de eindrangschikking van Tour 1929 werd de inwoner van Wervik derde. Twee jaar later nog een keer tweede. Scheerde als eerste de top van de Tourmalet. In de Giro d’Italia van 1931 en 1933 klopte  Demuysere, vierkante kop, argwanende blik, flink op de poorten van het Nirvana.
 Jammer voor Jef, maar met een tweede en derde plaats bleef die dicht. Aardig voor de statistici: Demuysere was dan wel weer de eerste Belg die het roze leiderstricot, voor het eerst ingevoerd in 1931, greep. Goddank voor Jef was daar nog Bordeaux-Parijs 1929. Deze monsterklassieker, met motorgangmaking over meer dan vijfhonderd kilometer, zorgde ervoor dat d’n Jef  niet als schlemiel de wielergeschiedenis is ingegleden.
De vooroorlogse Bordeaux-Parijs was wat publieke belangstelling betrof te vergelijken met de hedendaagse Tourhysterie. Vlaamse, Franse kranten en sportmagazines werden in topoplages verkocht. Acquisiteurs deden goede zaken. Paginagrote advertenties van Ovomaltine, die beweerde dat de coureurs op dat chocoladedrankje koersten, wat natuurlijk niet zo was. Rechtstreekse uitzendingen op de radio. Sportredacties maakten overuren. In de extra edities die niet aan te slepen waren solliciteerde Jef Demuysere naar eeuwige roem. Een apocalyptische valpartij was daarbij onontbeerlijk. In de buurt van Dourdan kregen de toeschouwers én pers het spektakel waar ze stiekem op gehoopt hadden. Samen met zijn gangmakers maakte de Westvlaming een behoorlijke val. Zwaar gehavend en krimpend van de pijn gaat Demuysere in de achtervolging, pakte de kopgroep terug om op de streep uiteindelijk derde te worden. Jef met zijn bebloede kop op de sportpagina’s: een held was geboren.
Dat is nou zo aardig aan Vlaanderen, want die weten hun helden op waarde in te schatten. Opdat we nooit mogen vergeten, van dat soort kreten dus, werd in 2008 precies honderd jaar na zijn geboorte in Wervik, een  standbeeld van Demuysere onthuld. Kunstenaar Willy Calis liet in brons een bloedende Jef Demuysere voor eeuwig jong zijn.
Of Johnny Hoogland, afkomstig uit het strak calvinistische Yerseke, met zijn gehavende roomblanke billen ook in brons wordt afgegoten is hoogst twijfelachtig.

Foto 1: De Tour van 1931. Boven op de Tourmalet Jef  Demuysere.
Foto 2: Paginagrote advertenties.
Foto 3: Op de hoek van de Geluwestraat-Ommegangstraat in Wervike is Jef mét bloedende kop,  in brons gevangen.
Bron: Sport-Revue jaargang 1932, Les Miroir Illustres jaargang 1932, de site van de gemeente Wervik.

‘Ik ken alle honderd stoten’

Onnavolgbare caramboles op de vierkante decimeter, effectballen die een eigen leven lijken te leiden. Amsterdammer Sander Jonen is dan ook niet zomaar een biljarter maar wereldkampioen biljart Artistiek.

Biljartballen maken een klotsend geluid. Diffuus licht boven groene en blauwe biljarttafels. Flarden van gedempte gesprekken zweven rond. Mannen met op een bazooka lijkende kokers komen binnen. Even later worden keu’s in elkaar geschroefd. De smeulende sigarenpeuk én asbak zijn in de ban gedaan. In biljartcentrum Osdorp is de ouwerwetse Mokumse bruine kroeg op dat moment heel ver weg.
Terwijl de  jongens van biljartclub Rembrandt  bezig zijn hun caramboles bij elkaar te sprokkelen, staat op de bar een monsterlijke sporttrofee te glimmen en blinken: vers gewonnen door de uitbater van het biljartcentrum. In het Franse Florange greep Sander Jonen vorige maand de wereldtitel bij het biljart Artistiek. Zonder overdrijven kan gesteld worden dat Jonen, 38 jaar, de grootmeester van de onnavolgbare effectstoot op de vierkante decimeter is. Biljart Artistiek, het onbetwiste spektakel van het groene laken, wordt wereldwijd beoefend. De sterkste spelers komen uit Nederland, België, Spanje, Frankrijk en Turkije. Ook in Zuid-Korea en Japan is het spel populair, evenals in Mexico. Amsterdammer Jonen is groot geworden met biljart. In de kroeg van zijn vader stond hij als achtjarig pikkie ’s morgens vroeg al te oefenen. Net zestien jaar geworden, was Sander een verdienstelijk driebandspeler die niet veel later  het ‘artistiek’ ontdekte: wat staat voor honderd vaste figuren die op het laken met behulp van een mal  zijn getekend. Aan de hand van de moeilijkheid worden daarvoor punten gegeven.
Sander Jonen is daarin de beste van Europa en sinds kort ook van de wereld. ‘Ik was de grote favoriet voor de titel’, doet Jonen uit de doeken. ‘Ik was al een keer wereldkampioen en dit jaar pakte ik ook de Europese titel. Het hele spelletje heeft te maken met vertrouwen in jezelf, wat je kan. Mijn favoriete tegenstander is de Spanjaard Xavier Fonellosa. Die klopte ik in de finale van het Europees kampioenschap. Wij zijn de nummers één en twee van de wereld. In de voorronden trof ik hem al.’
Aan biljarten kleeft een stoffig  imago. Niet bij ‘artistiek’. Dat is de wereld van Hans Klok, maar dan  magic met drie biljartballen, met Jonen in de rol van de  illusionist, waarbij zijn keu als toverstok dient.
‘De sfeer en ambiance zijn voor mij heel bepalend. Wat dat betreft voelde ik mij in Frankrijk heel goed. Het kampioenschap werd in een soort theater gehouden. Heel spectaculair. Voor mij waren dat allemaal pluspunten en begon daardoor lekker en groeide langzaam in het toernooi. Minpuntje was dat de publieke belangstelling tegenviel. Normaal zit bij zo’n kampioenschap de zaal barstensvol. Nu was dat een stuk minder. Had te maken met het feit dat de lokatie op een afgelegen plaats lag.’
Bij het artistiek komt er soms veel geweld aan te pas. Vooral bij de pikeestoot, als de keu verticaal naar beneden wordt gericht, heeft het biljartlaken te lijden. ‘Ik gooi alles in de strijd voor die ene effectbal. Daarbij stoot ik keihard verticaal op de bal. Je moet de techniek dan wel goed beheersen, maar toch krijgt het laken flink op zijn sodemieter.’ De huis-tuin-en-keukenbiljarter die dat in een kroeg ook eens wil proberen, loopt geheide kans horizontaal naar buiten gedragen te worden. Mokums verse wereldkampioen heeft daarvan geen last want beschikt over een eigen tafel. Een luxe die hij pas sinds kort kent.
‘Anderhalf jaar geleden heb ik samen met mijn vrouw dit biljartcentrum overgenomen. We moeten heel hard werken en ik heb eigenlijk weinig tijd om te trainen. Die paar avonden die ik dan heb, train ik op mijn eigen biljart. Voor het wereldkampioenschap heb ik maar drie avonden kunnen trainen. Zo druk had ik het.’
Voordat Jonen met zijn nering begon, werden de centen verdiend als vloerenlegger en met demonstratiepartijen. Dat laatste was een circus met drie ballen en een keu. ‘Ik legde dan iemand op het biljart en speelde de bal dan over zijn hoofd heen die vervolgens een carambole maakte. Of plaatste dertig volle bierglazen op het biljart en speelde de bal daarover heen.’
Biljart Artistiek mag dan een feest om te zien zijn, maar kent toch te weinig toernooien in Nederland. Volgens Jonen gaat dat waarschijnlijk veranderen. ‘Tijdens het wereldkampioenschap werden door Eurosport opnames van een uur  gemaakt. Die worden in augustus uitgezonden. Ook heeft deze zender mij gevraagd om in Amsterdam een groot toernooi te organiseren.’

Foto’s: Hilco Koke

Geplaatst in 1, Diverse. Tags: . Reageer »
Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 70 other followers