Slechts drie gewonnen koersen prijken op zijn erelijstje dat dan ook zo dik is als een shagvloetje. Hij had totaal weggezakt in het moeras van de herinnering als hij niet in 1924 de touretappe naar Bayonne op zijn naam wist te schrijven. Legio profs zijn bereid om voor dat laatste een vinger bij zich af te laten hakken om dat op hun palmares te krijgen.
Omer Huysse was, wat renner betrof, een rare snuiter. Geboren en getogen in Kortrijk, pas begonnen op zijn tweeëntwintigste met koersen. Getrokken uit de vette Vlaamse klei wist Omer feilloos waar Abraham de mosterd haalde en dat was in zijn geval net over de grens. Won op de Noord-Franse kasseiwegen als amateur veertien grote koersen waaronder de hoog aangeschreven klassieker Cambrai-Lille. Voor manager Karel Steyaert aanleiding om Huysse direct in te lijfen bij het extra sportieve merk ‘cycles Marcel Buysse’. Steyaert, die als journalist schreef onder het pseudoniem ‘Karel van Wijnendaele’, beweerde dat Huysse ‘sterk naar de natuur’ was, wat de laatste onderschreef door als onafhankelijke, met overmacht de ronde van België 1923, te winnen.
Of Omer Huysse, een kasseienstoemper was? Nee! De man bleek niet voor één gat te vangen. In 1925, tijdens de beklimmingen van de Galibier, Aubisque en Tourmalet klauterde de Kortrijkenaar, over prehistorische geitenpaden, zich als eerste op de top. Eigenlijk maakte het voor Omer geen moer uit wat voor koersen hij reed. Als het maar ‘schoof’. Alléén daardoor kwam Omer Huysse, die Vlaamse kasseienknuppel mét klimmersbenen, ongemerkt in de Amsterdamse sportgeschiedenis terecht. Als winnaar van de ronde van België kreeg de man uit Kortrijk, samen met streekgenoten Lucien Buysse en Amaat Dossche een contract voor de Hollandse versie van het criterium der Azen, gehouden in het Amsterdamse Vondelpark.
Voor een kaartje van 1.20 gulden kon Amsterdam zesendertig renners, behorend tot de toenmalige wereldtop, aan het werk zien. Buysse was de sterkste maar in gewonnen positie brak zijn ketting. Met een mazzeltje schreef Omer Huijsse zijn derde en laatste koers op zijn erelijstje. Uiteindelijk bleef Omer Huysse als renner ‘hangen’. Volgens diezelfde Karel van Wijnendaele kwam dat omdat bij Omer ‘een klein, zeer klein wieltje in ’t ingewikkelde raderwerk van het menselijk lichaam niet naar behoren gesmeerd was’.
Dat kon wel zijn maar evengoed bereikte Omer Huysse de gezegende leeftijd van 87 jaar.
Foto 1: Omer Huysse (1898-1985) met manager Karel Steyaert, alias Karel van Wijnendaele. Foto 2: Drie Vlaamse kasseienstoempers in het Amsterdamse Vondelpark. Links Omer Huijsse, Lucien Buijsse en Amaat Dossche. Foto 3: Tour de France 1925 de beklimming van de Aubisque. Omer Huijsse, links met Lucien Buijsse.
Bron: Geïllustreerde Sportwereld jaargang 1923, Le Miroir des Sports jaargang 1925, ‘Het rijke Vlaamsche Wielerleven’ jaargang 1943.







Dat is even lekker! Word je notabene voor je thuispubliek knock-out geslagen, begint je tegenstander het smartlied uit de opera Paljas te galmen. Of de zingende bokser zich bij zijn collega’s daarmee populair maakte, is niet zeker: zijn erelijst doet het ergste vermoeden. Dertien keer in de ring gestaan, acht keer verloren waarbij zes keer het licht uitging. Treurig makende cijfers waarvan Joop Liet geen minuut wakker lag. Als ‘zingende bokser’, een variétéartiest, had hij zijn bestemming gevonden.





Met alle respect voor Harmen Snel en Ymere, maar dat hele onderzoek was verspilde moeite. Weggegooid geld. De eerste de beste verzamelaar van ‘oude’sportboeken had de buurt al veel eerder wreed uit haar droom kunnen halen. Stuyfssportverhalen dook ook in zijn archief en wist binnen een kwartiertje te melden dat de Duitse ploeg onderdak vond in meerdere hotels in Zandvoort zoals het Grand Hotel, het Orange-Hotel, hotel Driehuizen en in Amsterdam in de hotels Americain en Suisse in de Kalverstraat. De Britse equipe logeerde in het Carlton-Hotel in de Vijzelstraat en de Amerikaanse atleten sliepen op het stoomschip, U.S.A.-Expedition dat hen naar Mokum had gebracht. De Polen en Fransen hadden hoofdstedelijke scholen ‘gemetamorphoseerd’ tot moderne hotels compleet met eigen koks en eigen personeel. Aardig te weten is dat de Deutsche Manschaft een door de Opel-fabriek beschikbaar gesteld autobus hadden.