Vrouwen rijden voor lege tribunes

Topsport eist opofferingen maar als je ook nog eens studeert heb je het dubbel zwaar, en dan  niet om gebrek aan tijd maar om gebrek aan financiële ondersteuning. Wielrenster én studente internationale betrekkingen Eva Heijmans weet met bijbaantjes, hulp van ouders én sponsoring van een fietsenzaak de eindjes aan elkaar te knopen.
Op een lullige maandagmorgen in het Velodrome van Amsterdam. Op het middenterrein maakt   gangmaker Jan Jonker (foto: rechts) zijn derny, een lichte motorfiets,  bedrijfsklaar, als een paar meter verder een metamorfose plaatsvindt. Met het opzetten van een fietshelm verandert een lief ogende jonge vrouw in een stoere wielrenster. Achter Jonker’s, inmiddels  knetterende derny,  gaat  Eva Heijmans, 24 jaar, een uur lang, trainen, of zoals zij dat formuleert, ‘lekker gassen’.   Maar eerst onthult Heijmans, een  baanrenster mét aspiraties, haar verhaal, en dat is een story  van een topsportster die tegen de verdrukking zich omhoog werkt want als ‘vrije’ rijdster is ze  niet opgenomen in een selectie of poenige sponsorploeg en  moet ze het allemaal zelf uitzoeken. Dat betekent improviseren, doorzettingsvermogen en laveren tussen studie en dagelijkse trainingen. Opofferingen die niet voor niets waren: vorige maand deed Heijmans mee in het voorprogramma van de Zesdaagse van Amsterdam.
Zak geld
De Zesdaagse, topsport in de ambiance van een bruine kroeg, want bruisende, schuimende bierpompen, de lucht  van  vers gebakken friet, worstebroodjes, massageolie, snoeiharde muziek, en overvolle tribunes.  Hoe een modale baanrenster daarin terechtkwam, vertelt Heijmans.
‘In september werd ik niet alleen tweede op het kampioenschap van Nederland puntenkoers maar ook bij het onderdeel scratch. Tot mijn verrassing kreeg ik een uitnodiging om mee te doen aan de ‘six’ van mijn stad. Ik werd gekoppeld aan een Amerikaanse renster die ik nooit eerder gezien had’.
Tijdens   de Zesdaagse, waar renners in koppels fietsen, valt er  een flinke zak geld  te verdienen. Maar niet voor de vrouwen. ‘Wij reden in het voorprogramma van de mannen,’vertelt Heijmans, ‘We hadden zes avonden lang volle bak gereden en werden uiteindelijk tweede. Wat dat opleverde? Driehonderd euro. Dat bedrag moest ik nog delen met mijn ploeggenoot. Vrouwen verdienen minder dan de mannen.’
Heijmans beklaagd zich niet, als arme studente is voor haar iedere cent er één. En ondanks die fooi heeft ze een geweldige week gehad. ‘Normaal rijden wij onze koersen voor lege tribunes. Bij de Zesdaagse was het iedere avond afgeladen. Een heel bijzondere sfeer, heel gezellig, waarbij de speaker een heel belangrijke rol in vervulde. We vlogen er iedere avond in. Ik ben een temporijdster en moest steeds de gaatjes dicht rijden of de sprint aantrekken voor mijn ploeggenootje. Op de laatste avond wonnen wij de koppelkoers.’
In alle sporten geven vrouwen heel  aantrekkelijke topsport, wat niet altijd beloond wordt met de nodige mediabelangstelling en waardering. Ook niet bij het wielrennen. ‘Het niveau van het damesfietsen is nergens zo hoog als in Nederland’, begint Heijmans, ‘Er zijn hier heel veel koersen waar rensters uit de hele wereld op af komen. In Nederland, maar ook Vlaanderen, staan honderdvijftig rensters aan de start waarvan er honderddertig de koers uitrijden. Dat is nergens anders zo. Maar de mediabelangstelling én de geldelijke beloning  is nihil en dat is behoorlijk frustrerend.’ Als voorbeeld noemt ze de Ronde van Vlaanderen voor dames die vlak voor de herenversie verreden wordt. ‘Ieder jaar een geweldige koers om te zien. Ze kunnen toch het laatste half uur uitzenden? De camera’s zijn er toch,’ roept ze wanhopig.
‘Zuiverend’
Terwijl in de hemel Joke Smit, de voorvechtster van de vrouwenemancipatie, haar hoofd schudt, maakt de studente internationale betrekkingen haar verhaal af. ‘Ik rij ook koersen op de weg. Afgelopen  seizoen had ik nog een koers gewonnen maar mijn voorkeur gaat uit naar de wielerbaan. De hele winter blijf ik door trainen, niet alleen op de baan maar ook buiten. Gisteren had ik nog vier uur op de weg gefietst. Koud? Welnee, ik ben goed gekleed’. Volgens sommigen is pijn fijn, want kastijding schijnt ‘zuiverend’ te werken op ziel en lichaam, maar daar moet wel iets tegenover staan: de hemel of de top in de sport. Heijmans’ progressie is de bondscoach van de nationale selectie niet ontgaan. Deze maand mag ze als stagiaire een week meetrainen op de baan van Apeldoorn. ‘Ik wil een goed winterseizoen rijden. Begin februari is het Nederlands kampioenschap omnium. Dat zijn de gelegenheden waar ik mij in de kijker kan rijden. Ook heb ik een contractje gehad voor de Zesdaagse van Rotterdam, die eind februari gehouden wordt’.
Met een investering van pak beet vijftig euro komt een tafeltennisser al een eind want  een batje en een balletje. Kom daar maar eens aan bij een wielrenner. De sport is een financieel bodemloze put waar je aan materiaal en reiskosten kapitalen kwijt bent. ‘Ik woon bij mijn moeder waar ik niets voor betaal. Samen met een bijbaantje bij Ger Bike, een racefietsenzaak in Betondorp én mijn studiefinanciering red ik het net. Ik ga nooit uit,’zegt de aantrekkelijk en goed verzorgde Heijmans. ‘Dat kan ook niet in mijn sport. Maar nogmaals, ik klaag niet want ik kies hiervoor. Dit is mijn leven waar ik mij gelukkig in voel’.
Eva Heijmans heeft genoeg verteld, klikt haar schoenen in de pedalen en fietst de houten baan op. Geroutineerd brengt ze haar fietsje op snelheid en sprint achter de motor van Jonker aan. Scherend tegen het spatbord van Jonkers  motortje rijdt ze, in een  akelig hoog tempo, de spijkers uit de baan. Eva Heijmans  is dan ook een vrouw met een doel.

Geplaatst: December 2009,  Foto: Hilco Koke

Joe Jeannette

Reizigers die in  Amerika zijn geweest kennen het fenomeen van de zogenaamde ‘Historical Marker’: een bronzen bord geplaatst door de overheid om een historische plaats of  gebeurtenis aan te geven.
In the Deep Dark South struikel je erover, want slagvelden van de Burgeroorlog met de bij behorende begraafplaatsen. Maar ook op totaal onverwachte locaties kom je ze tegen. Rijdend over de US70, diep in de woestijnen van Arizona en ver weg van de bewoonde wereld waar auto, mens noch bewoning te bekennen zijn, zag ik er ooit één staan. Het bord stond op de plek waar in 1894 Apache-chief Geronimo na een guerrilla van tientallen jaren, zich overgaf aan de federale troepen.
Hoewel zeer selectief krijgen ook burgers die hun plekje in de geschiedenis hebben ingenomen, zo’n Marker. Ook Joe Jeannette, een zwarte zwaargewicht bokser.
Op 17 april 1909 kwam Joe, in Parijs,  uit tegen landgenoot Sam McVea. Het werd een gevecht dat de geschiedenis is ingaan als de langste bokspartij ooit, want 49 ronden. Jeannette won! Aan de hand van een wedstrijdverslag in de Revue der Sporten van 1909, schreef Stuyfssportverhalen daar een verhaal over.
In Union City, de geboorte én woonplaats van Joe Jeannette, was dat niet ontgaan. Bokstrainer Joe Botti, eigenaar van de lokale boksgym, reageerde op dat verhaal: in Union City, New Jersey, zijn ze de voormalige boksheld nog lang niet vergeten.
Botti maakte melding dat op de stoep, voor de deur waar Jeannette jarenlang zijn boksschool bestierde een Historical Marker over Jeannette werd geplaatst.
De onthulling op 17 april jl. exact honderd jaar na Joe’s ultieme gevecht, werd gedaan door Sabrina Jeannette, de achternicht van de bokslegende.

Op de foto van links naar recht Greg Speziale, Joe Botti, Sabrina Jeannette en bokshistoricus Henry Hascup.

Voormalige dakloze knokt zich omhoog

Iedere dag traint hij zes uur, maand in maand uit. En dat zijn slopende sessies van hardlopen, slaan tegen bokszakken, en natuurlijk de onvermijdelijke sparringpartijen in de ring. Al die inspanningen, gezweet en geploeter waren niet voor niets: als profbokser is hij al  twintig keer ongeslagen.  Maar de nodige mentale hardheid werd niet gevormd in de boksschool maar op straat.  Als voormalig illegale dakloze heeft bokser Innocent niet alleen zijn plaatsje veroverd op de ranglijsten maar ook in de maatschappij.
Er was niks! Géén stromend water, géén elektra, géén school noch een ziekenhuis. Wat er wel was? Honger! Voor een beter leven verliet hij Nigeria en vertrok naar het naburige Gabon, wat ook niet opschoot want dat was terechtkomen in de spreekwoordelijke drup. Als verstekeling op een schip liet Innocent Afrika achter zich.
‘Ik wist niet eens wat de bestemming van dat schip was’, begint hij zijn levensverhaal. ‘Zonder reispapieren of documenten kwam ik aan in  Amerika. Als illegaal bega je daar een misdrijf en ik werd voor een jaar opgesloten in de gevangenis’. Hoe raar ook maar achter de tralies ontdekte hij iets dat zijn latere leven ingrijpend zou veranderen. ‘In de gevangenis zag ik op de televisie bokswedstrijden van Mike Tyson. Dat had ik nooit gezien, prachtig man. Dat wilde ik ook. Om sterker te worden begon ik met opdrukken. De hele dag door’. Gespierder maar nog even berooid werd hij een jaar later op het vliegtuig gezet. Op Schiphol werd hij achtergelaten, en aan de genade van de autoriteiten overgeleverd. Na twee maanden opsluiting werd Innocent de straat op geschopt. Wat zijn huis was? De hele stad! Als dakloze, zonder één cent, moest hij het zien te rooien.
‘Ik moest letterlijk overleven. In de Bijlmer kon ik wel eens in een kerk slapen, maar dat hield ook niet over. Ik vroeg iedereen om werk. In Nigeria was ik automonteur. Als ik een gulden had was ik heel blij’. Van vijftig gulden, verdiend met een reparatieklusje, kon de latere champ twee maanden leven, want een beetje rijst, dat  hij iedere dag at, kost niet veel. En toen kwam het keerpunt in zijn leven. En waar dat plaatsvond? Op de Albert Cuijp! Want daar bevindt zich de boksschool van gelijke naam, toentertijd  geleid door Ruud van de Linde. Innocent, dakloos, illegaal, mét een lege knorrende maag, liep gewoon naar binnen en vertelde dat hij bokser wilde worden.
‘Als jij dat wilt’, antwoordde Martin Jansen, de trainer van dienst, ‘dan leer ik jou dat’. En dat was het begin van een unieke samenwerking. ‘Martin maakte voor mij een trainingsprogramma. We trainden keihard. Dat was wel een rare tijd. Na de training sliep ik gewoon op straat of in die kerk. Via Martin kreeg ik wat geld en kon een kamer huren’.  Martin Jansen, in zijn vrije tijd bokstrainer, maar van beroep advocaat, begon structuur in het leven van de Nigeriaanse dakloze te brengen. Niet alleen maatschappelijk ontfermde Jansen zich over de supervedergewicht. Ook in de jungle van het boksen waar  Jansen ieder paadje weet, gidst hij zijn poulain overal door heen. Mede daardoor heeft Innocent tot nu toe de ‘boel’ heel kunnen houden. En  dat laatste komt ook op rekening van  dagelijks zes uur keiharde trainingen.
‘Mijn conditie is letterlijk van levensbelang. Ik ben prof, vecht vijf partijen per jaar en geloof me, die zijn héél zwaar. Dat zijn gevechten over twaalf ronden van drie minuten elk. Wat voor trainer Martin is? Ik kan geen betere hebben.  ’s Morgens om zes uur begin ik met een duurloop. Ik ben dan niet alleen. Martin is er dan bij. Ik zie hem meer als mijn grote broer dan als trainer. Ik heb nooit iemand gezien die zo goed is. Ondanks zijn drukke advocatenkantoor staat hij altijd klaar. De man is heel betrouwbaar. Afspraak is bij hem afspraak.’ Sinds de samenwerking tussen trainer en bokser stijgt niet alleen de  sportieve maar ook de maatschappelijke curvelijn van de voorheen dakloze illegaal. Als professioneel is Innocent, 28 jaar, al twintig partijen ongeslagen, is kampioen van dit land maar ook van de Benelux, en staat op de Afrikaanse rankinlist als derde genoteerd. Maatschappelijk heeft de 1,64 meter grote  en 58 kilo wegende pugilist ook geen klagen.
‘Ik heb een vriendin, ben vader geworden en heb ook de Nederlandse nationaliteit verkregen. Ik ben een heel gelukkig mens.’ Zijn geluk en succes heeft de nu Amsterdamse vuistvechter niet alleen aan zijn trainer te danken. Er is volgens hem nog iemand die veel invloed op zijn leven heeft: God! Want zonder Hem zag het leven er iets anders uit. Innocent gaat uitleggen. ’Toen het minder ging vroeg ik mij altijd af of ik de enige was. Maar God had een plan met mij. Ik moest vol houden en dat heeft mij sterk gemaakt. Tussen de trainingen door studeer ik in de bijbel’.
In de bokswereld is Innocent een bekende verschijning. Tijdens de grote toernooien, zoals afgelopen maand in Carré, vormt hij de hoofdmoot. Alleen daarom al kent de gemiddelde Amsterdamse sportliefhebber hem. In de Bijlmer zal hij ongetwijfeld de grote held zijn, wat dus niet zo is. ‘Ik heb nooit contact met de Nigeriaanse gemeenschap gehad. Veel voormalige landgenoten kennen mij niet eens. Ik wil dolgraag dat ze naar mijn wedstrijden komen kijken.’
En als afsluiting nog even een paar stichtelijke woorden, want indachtig de woorden van Hem dat je je naaste lief moet hebben is Innocent een maatschappelijk project gestart. ‘Ik ben bezig met een stichting, _ be Innocent Foundation _ waar ik, naast het boksen, al mijn energie in stop. Want weet je wat nou dé rede was dat ik mijn land verliet? Waarom ik mijn leven op het spel zette?  Géén vers water, géén medische zorg en géén school! Deze drie basisvoorzieningen wil ik daarom realiseren in mijn geboortedorp. We hebben geografisch onderzoek gedaan en er is water waar je niet eens diep voor hoeft te boren. En als alles mee zit, komt dat  ziekenhuisje én dat schooltje er ook. Ik ben op zoek naar financiële steun. Iedere cent is welkom’.

Geplaatst: Mug, november 2009. Foto Bert Kops

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 67 other followers