Basketbal is mijn leven

Jesse Voorn , sportpaginaDoor het faillissement van de hoofdsponsor heeft de creditcrisis ook bij basketbalclub de Astronauts toegeslagen. De vedetten, waaronder een handvol Amerikaanse spelers, hebben de kampioen van Nederland de rug toegekeerd. Voor het nieuwe seizoen moet trainer Arik Shivek nu een beroep doen op de jeugd. Aan Jesse Voorn zal het niet liggen want die zit barstensvol moraal.

Met een soepele, bijna sluipende pas maakt hij zijn entree in het café behorend bij Sporthallen Zuid. Dat het een leuke jongen is was de barjuffrouw niet ontgaan. Met kirrende geluidjes begroet zij Jesse Voorn die verlegen terug knikt. Iedere dag is Voorn, 19 jaar, op het parket van de sporthal aan het trainen. Jesse Voorn is dan bezig met het realiseren van zijn ultieme jongensdroom het worden van een goede basketbalprof. Maar het was maar een dubbeltje op zijn kant of Voorn was bokser geworden. En dat is nou ook weer niet zó verwonderlijk. Op piepjonge leeftijd kreeg hij van zijn vader, een voormalig profbokser, al bokslessen. De boksring was een kwestie van tijd.
Maar het leven kent van die verrassende wendingen. Laat die ‘Ouwe’ Voorn ook nog eens helemaal lijp van het basketballen zijn. Op de sportzender werd urenlang naar wedstrijden uit de Amerikaanse NBA gekeken. En Jesse liet de bokshandschoenen voor wat het was. ‘Dat vond ik toch zo prachtig,’ begint hij. ‘Die lange kerels die met de bal alles konden. Die hele entourage, die spanning. Dat wilde ik ook gaan doen. Met een bal deed ik alles na wat ik op de buis zag.’ Als jochie van tien jaar meldde hij zich in de Apollohal waar basketbalclub Lely hem de beginselen van het spel bijbracht. Maar als je talent hebt en je wilt in die sport verder komen dan ben je aangewezen op het eveneens in de Apollohal huizende club Mosquito’s. De jeugdteams van de ‘muggen’ behoren tot de sterkste van het land en de bijbehorende nationale titels zijn niet meer te tellen.
Contractje
‘De Mosquito’s zijn een kweekvijver voor basketbaltalent’, bevestigd Voorn de reputatie van de club. ‘Ze hebben een trainingsstaf van oud-profs die alles uit je halen wat er in zit. Jaarlijks stromen spelers door naar de betaalde clubs in het land’. En daar zit hem nou ook de kneep: jonge, aankomende basketballers, spelen overal behalve bij eredivisieclub de Astronauts. In de Sporthallen Zuid wordt jaarlijks het welbekende blik met Amerikaanse spelers open getrokken. Dat Voorn, 1.92 meter lang, ondanks dát, vorig jaar tóch een contractje kreeg, zegt alles over zijn talent. Maar al kan je nog zó goed spelen, mik je de bal van uit alle standen in het netje en heb je een illusionistische dribbel in huis dan wacht je toch maar één plek: de bank.
‘Ik ben als bankspeler begonnen. Wat zeggen wil dat je af en toe kan opdraven. Maar ondanks al die Amerikaanse sterspelers kreeg ik vorig seizoen genoeg kansen. Op belangrijke momenten mocht ik meedoen. Trainer Shivek heeft vertrouwen in mij. Trouwens het ligt ook aan mijzelf,’laat hij realistisch erop volgen. ‘of ik een basisplek verover’. Maar ook op de bank doet hij ervaring op, gaat zijn leerproces door. ‘Vorig seizoen speelde wij Europacup. Die wedstrijden in het buitenland met een bomvol stadion zijn fantastisch. Daar leer je wel met spanning om te gaan.’
Tering naar de nering
Hoewel de club er iets anders over zal denken komt de creditcrises voor Voorn niet ongelegen. Door het faillissement van de hoofdsponsor moet de ‘tering naar de nering’ gezet worden wat voor de Astronauts betekent dat, onder andere, de Amerikanen de club hebben verlaten. Voor het nieuwe seizoen, dat begin deze maand start, moet Arik Shivek een beroep op de jeugd doen. ‘Ik heb tegenstrijdige gevoelens over het vertrek van die Amerikanen,’nuanceert Voorn zijn debuut. ‘Van jongens als Terry Gibson, Orion Green en CC Harrison heb ik veel geleerd. Het zijn echte profs die in hun land op een hoog niveau hebben gespeeld. Als je ieder dag met die jongens traint wordt je daar echt beter van. Maar ik ben ook wel blij dat ik nu deze kans krijg. Op het veld staat nu het jeugdteam met allemaal héél jonge spelers. Maar de trainer weet er wel iets van te maken.’
Vorig seizoen streed de Astronauts tegen concurrent Den Bosch om het kampioenschap. In een kolkend en compleet uitverkochte Sporthallen Zuid grepen de Amsterdammers de titel met de bijbehorende deelname aan de Europacup. ‘Wij gaan inderdaad Europa in. In feite zijn wij maar een jeugdteam en moeten tegen geroutineerde profs spelen. Als team moeten we beseffen dat dit geen grap is,’ neemt Voorn zijn verantwoording.
Jesse Voorn is jong, werkt hard, leeft voor zijn sport en wil alles uit zich zelf halen. ‘Als ik drieëntwintig jaar ben wil ik als speler compleet zijn. Dan hoop ik op een redelijk internationale carrière. En als dat niet lukt blijf ik altijd basketballen. Dat is mijn leven.’

Geplaatst: Mug oktober 2009 Foto: Hilco Koke

De begrafenis van Jong Klaasje

grafpiet9 009De bladeren van de zwarte walnootbomen  ruisen zacht,  vogels kwinkeleren en met een   zacht ritmisch getik is een tuinman bezig een heg te knippen. Het is ’s morgens elf uur,  op een doordeweekse dag. Op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam is het met recht doodstil. Deze maand, precies vijfenzeventig jaar geleden, was dat wel even anders. Op 20 september 1934 werd een jonge wielrenner begraven. Duizenden Amsterdammers dromden rond zijn graf, en ondanks de uitgebreide politiemaatregelen was de menigte niet in het gareel te houden. De begrafenis van ‘Jong’ Klaasje van Nek werd er één in Siciliaanse stijl.

Het levensverhaal van de wielerfamilie Van Nek laat zich beschrijven als een smartlap van de Zangeres Zonder Naam, want één groot drama. Neem  Klaasje van Nek. Net een seizoen als  profwielrenner bezig, had hij al  een aardige palmares opgebouwd. Twintig lentes jong  behoorde hij tot de beteren van het land. Klaas had als aankomende renner totaal geen ontzag voor de gevestigde namen. Op hun thuisbaan Tilburg klopte hij  Slaats én Pijnenburg, dé baancracks van die tijd. Klaas, een goede achtervolger, had een voorkeur voor de koppelkoers.  Als je Van Nek als koppelgenoot had, zat je snor. Voor de Zesdaagse van Amsterdam, eind  1934 gehouden,  had hij al een contract en was gekoppeld aan Jan van Hout.
Thuis  kreeg hij alle medewerking. Zijn ‘natje en drogie’ stonden altijd klaar. Daar zorgde  moeder Van Nek wel voor. Hij mocht koersen zo veel hij wilde, maar één ding mocht hij nóóit doen! Klaas van Nek mocht nooit, maar dan ook nóóit, stayer worden. Dat had hij zijn moeder plechtig moeten beloven. En zijn vader had daar nog aan toegevoegd dat hij hem ‘de benen zou breken’…
Monumentaal graf
Stayeren was bij de familie Van Nek een traumatische aangelegenheid, want twee maanden na de geboorte van Klaas viel zijn oom Piet dood. Tijdens de Leipzigger Ostpreis, een stayerskoers in het gelijknamige Leipzig,  verongelukte Piet van Nek. Van ‘dankbare’ supporters kreeg Piet een monumentaal graf op de Nieuwe Oosterbegraafplaats: twintig jaar later werd zijn neefje bij hem te ruste gelegd…
De oekaze van moeder van Nek was niet voor niets. Had de familie net de rouwverwerking van Piet achter de rug maakte diens broer, ook Klaas geheten, een bijna doodsmakkerd, en natuurlijk weer achter die vreselijke motor. Dat gebeurde in 1921, op de Raaiberg, de lokale baan van Bergen op Zoom.
Zijn neefje, door iedereen Jong Klaasje genoemd, (foto rechts, gestart door zijn vader) bleef ver weg van de gangmaakmotor, maar kreeg daardoor toch niet een schriftelijke bevestiging dat hij ongeschonden uit de strijd kwam. In 1933 tijdens de Zesdaagse van Amsterdam, op de eerste avond, brak de  de jonge Van Nek de voorvork van zijn fiets, en vloog daar door de baan uit. Geruime tijd werd voor zijn leven gevreesd. Hersteld begon voor hem het seizoen 1934, dat ook zijn laatste zou worden. In september van dat jaar verongelukte Jong Klaasje. Maar niet op de racefiets…
Stoomtram
Zaterdagavond 15 september. Op de wielerbaan van Leeuwarden had Klaas van Nek een achtervolging gereden tegen Flip Reynders afkomstig uit Breda. Na de koers ging Van Nek direct naar huis. In zijn auto, een Ford Coupe, lagen niet alleen de overwinningsbloemen bestemd voor zijn verloofde, maar zaten ook Sam Hoevens, een coureur uit Amsterdam, ene  Ridel, een soigneur, én Flip Reynders, (foto links) eerder op de avond geklopt door Klaas. Flip die een dag later in Alkmaar moest rijden, kreeg van Van Nek een lift.
Foto Flip Reijnders-2In de doodstille polders rondom Warmenhuizen klonk een keiharde klap. Op de onbewaakte overweg was Klaas’ auto frontaal op de stoomtram vanuit Alkmaar gebotst. Uit  het wrak van de auto, die vijfenzestig meter werd meegesleurd, werden de ontzielde lichamen van Sam Hoevens, 29 jaar, Flip Reynders 25 jaar én Jong Klaasje gehaald. Soigneur Ridel overleefde de klap. Na Klaas’ hemelvaart brak  in Amsterdam een soort massahysterie los,  ongetwijfeld veroorzaakt door de tragiek die de familie Van Nek achtervolgde. Het heengaan van Jong Klaasje was een hype avant la lettre, de hele stad wilde bij zijn uitvaart aanwezig zijn. Niets  fijner dan collectief een traantje wegpinken, wat al begon  bij het sterfhuis van Klaas op de Amsterdamse Weg.
Kruislaan
Vijftien volgauto’s en duizenden volgden de kist op weg naar de Nieuwe Oosterbegraafplaats. ‘De bloemenkransen, afkomstig van talloze vereerders van den jonge keerel, waren zo talrijk dat de lijkkist er onder bedolven werd’, schreef Het Nieuws van de Dag. Maar dat was maar een voorproefje van wat op het kerkhof te wachten stond. Alsof het verderop spelende Ajax een thuiswedstrijd had: de Kruislaan was zwart van het volk, en op het ‘Ooster’ was er geen doorkomen aan. ‘Uitgebreide politiemaatregelen mochten niet baten’, schreef Het Algemeen Handelsblad, ‘om de duizenden mensen in het gareel te houden. Mensen drongen op naar het graf’, gaat de journalist hijgerig verder, om te vervolgen dat het voor de voorste rijen een hachelijke zaak werd want dreigden verdrukt te worden anders wel in het gedolven graf te vallen.
Dat ‘een elk eerbiedig het hoofd ontblootte’ toen de stoet het kerkhof opkwam, was niet meer dan logisch want zonder pet of hoed was, vijfenzeventig jaar geleden, een vorm van naaktloperij.
Bij het graf gekomen ging het volk pas echt los, want ‘velen barstten in snikken uit’. Tijdens gestaag neervallende regen werd de kist neergelaten. In de hectiek bleek de scribent van de krant een scherp oog voor details houden, want, zo schrijft hij, ‘De vader van Klaas moest ondersteund worden’. Aan het graf ook collega’s van Jong Klaasje zoals Jan Pijnenburg, Wals, Slaats en Jan van Kempen maar ook de Duitse gangmaker Josef Käser. Voor de laatste moet het een déjà vu geweest zijn. Twintig jaar eerder stond hij aan dezelfde groeve. Toen Piet van Nek dodelijk verongelukte, zat Josef op de motor…
Sam Hoevens, begraven op Vredenhof, liet een weduwe en dochtertje Dientje na. Met Dien, later getrouwd met gangmaker Joop Stakenburg, speelde de Engel van het Noodlot een wreed spel.  Vijftig jaar na de tragische dood van haar vader was Stakenburg betrokken bij een auto-ongeluk. Op de Duitse autobahn, onderweg naar een stayerskoers in Wenen, liet Joop het leven.…
Het is nu september 2009. Klaas én Piet van Nek zijn weggezonken in de krochten van de geschiedenis. Geen mens in Amsterdam die nog weet wie ze waren. Maar op het ‘Ooster’ liggen oom en neef, gezamenlijk, nog steeds te wachten op de jongste dag. Hoewel de zwarte letters op de grafsteen door weer en wind verdwenen zijn en daardoor de tekst, nauwelijks te lezen,  als een reliëf op het graniet liggen wordt het graf nóóit ‘geruimd’. Door de historische, én monumentale waarde is het graf namelijk uitgeroepen tot beschermd monument.
Na een leven vol pech en tegenslag hebben Piet en Klaasje dan toch een klein mazzeltje…

Bronnen: het Gemeentearchief Amsterdam

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 68 other followers