D-Day, én het graf van Hank Williams

reis2007 028Weet je wat nou zo vreselijk is? Dat ik, na vijftig jaar,  al die namen nog moeiteloos kan opdreunen.  Max van Praag, Corrie Brokken, Teddy Scholten, de Spelbrekers, en Eddie Cristianie, ze zitten nog steeds in mijn hoofd.
Het waren dan ook zware tijden want je  kon de buizenradio niet aan zetten of daar waren ze! ‘Muziek’ van een ontstellende lulligheid. Maar het kon nog véél erger! De Selvera’s! Mijn god de Selvera’s… twee vroegoude, stoffige, en zwaar betrutte meiden met een boterzachte ‘g’ die lispelend zongen over postkoetsen of  reebruine ogen.
Zwevend langs de afgrond van een jeugdtrauma was daar opeens die reddingsboei: Radio Luxemburg.  Dé zender voor in Europa gelegerde Amerikaanse militairen. En daar hoorde ik voor het eerst, dwars door een zachtjes meehuilende Mexicaanse hond, Jerry Lee Lewis, Gene Vincent, Chuck Berry, Fats Domino, Roy Orbison en natuurlijk Elvis!
Mijn leven is nooit meer het zelfde geworden. Na vijftig jaar ben ik mijn helden nog steeds trouw. In Huize Stuyfersant staat een Wurlitzer jukebox, bouwjaar 1955, vol met de ‘juiste’ muziek, en mijn cd-kast puilt uit met hedendaagse rockabilly.
Schatplichtig als ik was heb ik ook de roots opgezocht. Mijn vele reizen door de States werden zó gepland dat ik de tastbare herinneringen daaraan kon ‘opsnuiven’. Zo stond ik, op een morsige begraafplaats, ergens in Alabama, op het graf van Hank Williams. Williams was dan niet echt rock ’n’ roll maar componeerde wél de mooiste nummers daarvoor. En buiten dat: alleen al zijn dood was een ultiem staaltje rock ’n’ roll.
Om tjokvol met dope en drank, op de achterbank van een Cadillac je laatste adem uit te blazen is slechts voor weinige weg gelegd. Er zijn slechtere manieren om te gaan ‘hemelen’…
Ook de plaatsen waar Buddy Holly, Elvis én Johnny Cash op de jongste dag liggen te wachten heb ik gecontroleerd.
In de Sun Studio, de kraamkamer van al dat ‘lekkers’, stond ik goedkeurend te knikken.
En op een bloedheet, stoffig  en zinderend landweggetje, ergens op het platte land van Tennessee, belde ik aan bij de Lewis-Ranch:  het optrekje van Jerry Lee. De Killer deed niet open. Ik had niet anders verwacht. Dan maar even een kijkje nemen bij zijn geboortehuis, vierhonderd kilometer zuidelijker. In Ferriday,  Louisiana,  mocht ik wél naar binnen. Daar  moest dan wel  tien dollar voor betaald worden aan de bewoonster. En die was niemand minder dan Frankie-Jean Lewis, de-zus-van.
Een knotsgek wijf bij wie de agressie uit d’r oren spoot. Binnen een paar minuten had ik bonje met haar en werd eruit gegooid. Er zijn toch maar weinig fans die daar prat op kunnen gaan…
Even ter kennisgeving: in Austin, Nashville en Mempis werden de nachten in honkytonktenten doorgebracht.
Maar ik ben net gek! Want zo ver hoef je niet te gaan. Amsterdam kent namelijk zijn eigen honkytonk: de Cruise Inn.
Een zaterdagavond in de Cruise? Dat is een ritje in een door adrenaline voortgestuwde vijfbaan want lekkere ‘vette’ en ruige rockabilly. En één keer per jaar gaat de Cruise Inn los want dan is het D-Day! En dat heeft niets met de oorlog te maken heeft. D-Day is de enige grote openlucht rock ’n’ rollfestival van Nederland. Dat het gratis is, is mooi meegenomen.
Zes bands uit het betere genre komen naar het Zeeburgereiland. Er is een grote fifties
markt en de liefhebbers van Amerikaanse oldtimers  lopen geheid kans op een spontaan orgasme.
Kortom, kwak wat brillantine in je haar en neem je chicky mee.
Zaterdag 13 juni. Aanvang 14.00 uur tot diep in de nacht. De Cruise Inn  Zuiderzeeweg 29, (tussen de Schellingwouderbruggen in) te bereiken met bus 37 en tram 26, halte Zuiderzeeweg. Info: http://www.cruise-inn.comflyer9

De optredende bands:
Jack Rabbit Slim
Ray Kay Trio
Domestic Bumble Bees
Rockin Bonnie & the Rot Gut Shots
Carl & Rytm All Stars
Lawen Stark & the Slide Boppers


Geplaatst in 1, Columns. 3 Commentaar »

‘Ik ga door tot de dood’

Sportpagina , Rietje Dijkman.In het casino van Monaco werd zij uitgeroepen tot de beste veteranenatlete ter wereld. De hele internationale atletiekwereld was daar van getuige. Om voor deze titel in aanmerking te komen moet je tot de wereldtop behoren. Rietje Dijkman, Europees kampioene, wereldkampioene én houdster van diverse wereldrecords, flikte dat.
Dan staat ze aan de start van een tweehonderd meter wedstrijd. Ze werpt even een blik op haar tegenstanders. Jonge meiden van net in de veertig jaar. En dan ziet ze duidelijk die blik in hun ogen. Een blik waarin ze leest wat dat ouwe wijf hier moet doen. Dat ‘ouwe wijf’ is dus Rietje Dijkman. En die heeft daar lekker schijt aan.
Dijkman is de oudste atlete van dit land! Nou en? De duivel is oud en zijn moer nog ouder. Op de nationale atletiekbanen treft Dijkman, 69 jaar, weinig leeftijdgenoten. Wat een verschil bij de grote internationale toernooien. Zoals in het Italiaanse Ancona, waar afgelopen winter het Europese indoorkampioenschap gehouden werd. Vijfduizend atleten, uit 39 landen  dus!
In haar leeftijdsklasse kon Dijkman strijden tegen meer dan vijfhonderd lopers. En met succes. Twee keer zilver won de Watergraafmeerse. ‘Bij de tweehonderd meter en hoogspringen’, onthult Dijkman. In de finale liet Dijkman de chronometer stil zetten in 33 seconden.
Je moet toch wel  ernstig visueel  gehandicapt zijn om Dijkman op haar leeftijd te schatten.  Wat figuur betreft is zij de ultieme droom van menig, tegen overgewicht strijdende ‘grietje’, want slank, soepel en jeugdig. Rietje Dijkman heeft met haar uitputtende trainingen het ouderdomsproces weten te vertragen. Maar genoeg geriatrisch gereutel. Terug naar Dijkman want die gaat vertellen.
‘Ik sport pas vijfentwintig jaar. Mijn zoon zat op AV23 dé atletiekclub uit Oost. Als vrijwilligster hielp ik in de kantine. Op de baan zag ik atleten bezig. Dat wil ik ook dacht ik’. Binnen korte tijd liep Dijkman het gravel uit de baan. Inmiddels heeft ze via haar sport de hele wereld gezien. En  haar ultieme momenten beleefde ze in Canada.
‘Bij de Mastergame’s, die één keer in de vier jaar gehouden wordt, won ik vijf gouden medailles’. Rietje Dijkman is topsporter, punt uit. Wie daar lacherig over doet moet maar eens een stukkie met haar gaan rennen. Criticasters bezorgt ze dan een paar ‘prettige’ momenten. In de wereld van de veteranenatletiek is zij een ‘grote mevrouw’. Internationaal wordt ze om haar prestaties geroemd.
‘Tijdens het Europees kampioenschap gehouden in Finland  werd ik door de president van de Internationale Atletiek Unie uitgeroepen tot de beste master ter wereld. Ik werd overgevlogen  naar Monaco waar de uitreiking was. Dat gebeurde tijdens een gala in het casino. Ik kreeg een complete vipbehandeling.’ Dijkman behoort mondiaal tot de top maar wie haar zoekt op de nationale titellijsten komt haar niet tegen.
“Nee logisch,’ verdedigd zij zich. ‘In mijn leeftijdsklasse zijn er in Nederland niet genoeg atleten. Ik moet dan altijd tegen jonge meiden van in de veertig uitkomen. Dat vinden ze in het buitenland heel raar. Moet je in Duitsland kijken. Daar trekken ze ieder jaar een blik met nieuwe atleten open. Daar staan bij de nationale kampioenschappen honderden deelnemers op de startlijst.’
Als je tientallen jaren volgens de ijzeren wetten van de topsport heb geleefd dan komt er een dag dat je iets anders wil. Dijkstra besloot meer van het sociale leven te gaan genieten. Trainingsschema’s werden omgeruild voor uitgaansagenda’s. Maar dat gaat zomaar niet. Het lijf van Dijkman, gewend aan de dagelijkse endorfinedosis, begon te protesteren. ‘Ik kreeg hartklopping, begon op de raarste momenten te zweten,’ verteld ze. ‘Ik voelde mij lichamelijk helemaal niet goed. Op advies van mijn arts ben ik een jaar later weer begonnen met trainen. Ik knapte zienderogen op.’
Dijkman bewees dat je met harde trainingen en goede verzorging de biologische klok kan vertragen. Maar ook voor haar staat Magere Hein zijn zeis te slijpen. Er komt een dag dat het allemaal niet meer zó makkelijk gaat. Dat het over en uit is. ‘Dat merk ik ook’ bevestigd ze. ‘Er zitten remmingen op mijn lijf. Door het verspringen is mijn meniscus helemaal naar gort. Vorig jaar ben ik daaraan geopereerd. Ook begin ik last van artrose te krijgen. Ik ga daardoor zuiniger met mijn lijf om. Ik doe niet meer mee met de springnummers.’
Doet een ‘gewoon’ mens na een knieoperatie er weken over om weer mobiel te zijn, niet Dijkman. Enkele dagen na haar operatie was ze al weer bezig met de training. Dijkman heeft zich zelf gerevalideert. Waar? In haar eigen kelder. Onder haar huis bevindt zich een krachthonk.  Een vertrek vol met ‘martelwerktuigen’, halters en drukbanken. Aan de muur honderden medailles, vaantjes, krantenknipsels en rugnummers. Memorabilia waar ze, tijdens  het trainen,  ‘moraal’ van krijgt. Een bij sporters geheimzinnig proces waar geen pil, spuit of wat voor dopingpreparaat tegen op kan.
Het is vloeken in de kerk om aan een ‘bejaarde’ als Rietje Dijkman te vragen of ze haar loopschoenen gaat inruilen voor een lidmaatschap van de lokale sjoelbakclub. ‘Ik blijf rennen tot aan mijn dood’, klinkt het strijdlustig. “Wat moet ik dan anders’?

Mug: Juni 2009  Foto: Hilco Koke

De hypocrieten zijn onder ons…

perfetin9De Ronde van Vlaanderen én Parijs-Roubaix! Heilige zondagen vol met adrenalinekicks want rock ’n’ roll op de kasseien.  Maar dat werd even een behoorlijke teleurstelling. Zelden zulke saaie koersen gezien als het afgelopen voorjaar. Ik was er bij in slaap gesukkeld! En dat is een teken aan de wand. De oorzaak?Het anti-dopingsagentschap WADA (World Anti-Doping Agency) .
Die heeft ervoor gezorgd dat de dope uit het peloton verdwenen is.

Voor we het vergeten zijn: doping én wielrennen horen bij elkaar als een ouderling met een fles jenever. Waar is de tijd van de koers met de ouwerwetse ‘drog’ gebleven?
Laten we elkaar nou geen mietje noemen, want dat waren toch de leukste koersen. Gouden tijden van wielrennen. Boeken zijn daar over vol geschreven. Het was de tijd dat ploegleiders en officials nog met pillen strooiden om de renners te helpen na zo’n barbaarse rustdag. Renners kregen daar vleugels van. De concurrentie werd op tien minuten gereden om een dag later met een mysterieuze inzinking weer een kwartier te verliezen. Mannen die minuten goed konden maken.
Zoals Charly Gaul  in de ronde van Italië 1956.  Waarin Gaul in de beklimming van de Monte Bondone, tijdens een verschrikkelijke sneeuwstorm, een achterstand van een kwartier wegwerkte. Gaul won daarmee de Giro.  En dacht je nou echt dat ‘de engel van het hooggebergte’ dat deed op een suikerklontje…? Of recentelijk Marco Pantani. Marco, de Kleine Goddelijke Kale, met de verschroeiende snok…
Maar dat is niet meer. Het is één grote saaie boel geworden. Renners durven tijdens de training niet eens meer langs een apotheek te rijden laat staan een spuit te plaatsen. Dat noemen ‘ze’ dus het nieuwe wielrennen…
Met zogenaamde whereabouts-controles worden renners dag en nacht in de gaten gehouden. Waar een onschuldig preparaat als een pervetientje niet meer mag, zullen binnenkort de  genetische middelen hun intrede doen. De tijd is niet meer veraf dat de eerste renner op oudjaar gepakt wordt omdat hij drie borrels heeft gedronken
Terwijl iedere wielervolger weet hoe het in de koers toeging, krijgt een Tom Boonen, betrapt op een partydrug, van deze zelfde mensen bakken stont over zich heen. Op de diverse wielersites huilen de wolven dapper mee in het bos.

De hypocrieten zijn onder ons…

Geplaatst in 1, Columns. 2 Commentaar »
Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 68 other followers